Een verduidelijkend streepje mag altijd in samenstellingen

Woorden als basaria, jazzzangeres, newagemuziek en stropop zijn samenstellingen. Je schrijft de delen van deze woorden daarom in principe aan elkaar vast. Toch kunnen deze woorden een lezer even op het verkeerde been zetten. Met een streepje zijn deze woorden duidelijker: bas-aria, jazz-zangeres, new-agemuziek en stro-pop. Zo’n verduidelijkend streepje (een koppelteken) mag je volgens de officiële spelling altijd gebruiken om een samenstelling beter leesbaar te maken. 

In de woordenboeken en spellinglijsten vind je meestal geen voorbeelden van dit extra streepje voor de duidelijkheid, behalve in onze eigen spellinglijst. Daarin vind je dus bijvoorbeeld bas-aria en no-go-area (waarin het tweede streepje optioneel is).

Acht gevallen waarin een verduidelijkend streepje de lezer helpt

Als schrijver bepaal jij wanneer je een streepje voor de duidelijkheid gebruikt. Je kunt er dus geen fout mee maken. Het gaat erom dat je je verplaatst in je lezers: zouden ze de samenstelling mét een streepje duidelijker vinden? Vaak is dat zo in de volgende gevallen.

  1. Als het eerste deel op een klinker eindigt en/of het tweede deel met een klinker begint.
    Bijvoorbeeld: premieaanvraag → premie-aanvraag, scharrelei → scharrel-ei, stropop → stro-pop, ureneis → uren-eis.
  2. Als er in samenstellingen met woorden uit andere talen drie dezelfde medeklinkers na elkaar staan.
    Bijvoorbeeld: fitnesssessie → fitness-sessie, businessseat → business-seat, grilllepel → grill-lepel, jazzzangeres → jazz-zangeres.
  3. Als de samenstelling woorden uit andere talen bevat, die de lezer misschien niet direct herkent.
    Bijvoorbeeld: aloëgel → aloë-gel, borsjtsjrecept → borsjtsj-recept, vistapas → vis-tapas, speedpedelechelm → speedpedelec-helm.
  4. Als de samenstelling een verkorting bevat, zeker als de verkorting eindigt op een klinker.
    Bijvoorbeeld: havoleerling → havo-leerling, ledverlichting → led-verlichting, bamastructuur → bama-structuur.
  5. Als een samenstelling begint met een voorvoegsel.
    Bijvoorbeeld: antiaanbaklaag → anti-aanbaklaag, copiloot → co-piloot, preboeddhistisch → pre-boeddhistisch, prowesters → pro-westers, relanceren → re-lanceren.
  6. Als het eerste deel van de samenstelling een naam is.
    Bijvoorbeeld: Rabobankpand → Rabobank-pand, Philipsstofzuiger → Philips-stofzuiger, Taylor Swiftfan → Taylor Swift-fan.
  7. Als het om een lange samenstelling gaat, zeker met anderstalige delen.
    Bijvoorbeeld: langeafstandsloper → lange-afstandsloper, humanresourcesafdeling → human-resourcesafdeling, meerjarenonderhoudsplan → meerjaren-onderhoudsplan.
  8. Als er in het eerste deel al een of meer verplichte streepjes (zie hieronder) staan.
    Bijvoorbeeld: ad-hocoplossing → ad-hoc-oplossing, net-nietbotsing → net-niet-botsing, twee-onder-een-kapwoning → twee-onder-een-kap-woning.

Je kunt ook twee streepjes gebruiken als je denkt dat één streepje niet genoeg helpt. Zo zijn concert-aria-recital, new-age-achtig en fitness-sessie-reservering waarschijnlijk duidelijker dan bijvoorbeeld concert-ariarecital, newage-achtig en fitness-sessiereservering.

Dertien gevallen waarin een streepje móét

Hierboven ging het telkens om een verduidelijkend streepje dat je altijd mág invoegen. Maar soms móét je volgens de spellingregels een of meer streepjes gebruiken. Een streepje is verplicht in de volgende gevallen.

  1. Bij klinkerbotsing: diepte-investering, foto-expositie, media-aandacht.
  2. Voor en na een afkorting, cijfer of symbool: betaal-tv, tv-programma, 75-jarig, CO2-uitstoot, 65+-regeling.
  3. In samenstellingen met gelijkwaardige elementen: kosten-batenanalyse, paars-wit, singer-songwriter, zwart-witfoto.
  4. In samenstellingen met een anderstalige (maar geen Engelse) woordgroep: ad-hocoplossing, jeu-de-boulesbaan, tai-chidocent.
  5. In samenstellingen met een woordgroep of een zinnetje: twee-onder-een-kapwoning, mond-tot-mondreclame, wat-maak-je-me-noublik.
  6. In samengestelde aardrijkskundige namen en afleidingen daarvan: West-Friesland, Aarle-Rixtel, Knokke-Heist, Noord-Hollander, Zuid-Amerikaans.
  7. Als het tweede deel met een hoofdletter begint: anti-Frans, on-Engels, nep-Rolex, rot-Samsung, top-Samsung.
  8. In woorden die beginnen met bijzondere voorbepalingen zoals niet-, non-, bijna-, oud-, ex-, aspirant-, adjunct-, substituut-, chef-, kandidaat-, interim-, stagiair-, leerling-, assistent-, collega- of meester-: niet-lid, non-stop, bijna-botsing, oud-minister, ex-vrouw, adjunct-commissaris.
  9. In woorden met de bijzondere nabepalingen -generaal, -president, -testamentair, -verbaal of -militair: directeur-generaal, minister-president, proces-verbaal, auditeur-militair.
  10. In samenstellingen als kabinet-Jetten, regering-Trump, commissie-Donner, zaak-Holloway, rapport-Hofstra, nota-Heerma. In deze samenstellingen is het tweede deel de naam van de leider of hoofdrolspeler waarnaar de groep mensen of het werkstuk genoemd is.
  11. In samenstellingen met Sint of St.: Sint-Jozef, St.-Anna, sint-bernardshond.
  12. Als er sprake is van zelfnoemfunctie, oftewel van een samenstelling waarin het eerste deel naar zichzelf als woord verwijst: ik-roman, ik-verteller, het-woord, jij-vorm.
  13. Als een samenstelling een Engels leenwoord is met aan het eind een voorzetselbijwoord: burn-out, kick-off, voice-over.

Blij met deze uitleg?

Met een donatie van € 5 steun je Onze Taal. Bedankt!

Toch nog een vraag?

Onze taaladviseurs staan elke werkdag voor je klaar.

Stel hier je vraag

Quizje

Oefenen met verplichte en optionele streepjes in samenstellingen? 

Online trainingen

Vind je het lastig om te bepalen of een streepje verplicht is of niet? Dan is ons trainingspakket ‘Los of vast’ misschien iets voor jou. In drie korte online trainingen leer je met behulp van filmpjes, voorbeelden en oefeningen de regels voor streepjes en voor het los en vast schrijven van allerlei soorten woorden.

Streepje voor de duidelijkheid