Wat is juist: ertussen zitten of er tussen zitten?
Juist is: ertussen zitten. Bijvoorbeeld: ‘Ik hoop dat mijn verloren pasje ertussen zit’, ‘Het artikel zit ertussen’ en ‘Ze heeft met haar vinger ertussen gezeten.’
Het werkwoord zitten staat soms samen met het voorzetsel tussen in een zin. Na tussen staat dan meestal een zelfstandig naamwoord, zoals (de gevonden) voorwerpen of de aandeelhouders:
- Ik hoop dat mijn verloren pasje tussen de gevonden voorwerpen zit.
- Met haar compagnon zit ze tussen de aandeelhouders.
Je kunt datzelfde tussen ook combineren met er. Ertussen betekent hier bijvoorbeeld ‘tussen de gevonden voorwerpen’ of tussen de aandeelhouders’. De woorden er en tussen schrijf je dan aan elkaar:
- Ik hoop dat mijn verloren pasje ertussen zit.
- Met haar compagnon zit ze ertussen.
Ertussen, hiertussen, daartussen, waartussen
Wat voor er + tussen geldt, geldt ook voor hier + tussen, daar + tussen en waar + tussen. Je schrijft dus hiertussen, daartussen en waartussen als één woord in zinnen als deze:
- Je mag heel blij zijn dat je hiertussen zit!
- Ik zag niets daartussen zitten.
- Waartussen zitten die spijkers verstopt?
Op het tabblad ‘Voorbeelden’ staan meer voorbeelden van zinnen met ertussen, hiertussen, daartussen en waartussen. Op het tabblad ‘Achtergrond’ vind je meer uitleg over deze combinaties.
Er (...) tussen
Tussen er, hier, daar of waar en tussen kunnen andere delen van de zin staan. In dat geval schrijf je ze uiteraard als losse woorden, ook al horen ze nog steeds bij elkaar. Je mag tussen daarom niet aan zitten vast schrijven.
- Ik hoop dat mijn verloren pasje er nog tussen zit.
- Je mag heel blij zijn dat je hier zomaar tussen zit!
- Ik zag daar niets tussen zitten.
- Waar zitten die spijkers tussen verstopt?
Blij met deze uitleg?
Met een donatie van € 5 steun je Onze Taal. Bedankt!
Andere combinaties met ertussen
Ertussen komt ook voor met andere werkwoorden dan zitten, zoals:
- Hij probeert ertussen te komen
- Zij parkeert haar auto daartussen.
- Zet je tas maar hiertussen.
- Hij liet zijn telefoon ertussen vallen.
- We hopen dat de bloemen ertussen passen.
- Waartussen kan je allemaal kiezen?
- Schrijf je dat met een streepje ertussen?
- Wil jij ertussen gaan staan?
Op het tabblad ‘Oefenen’ vind je een quizje om te oefenen met het los en vast schrijven van er/hier/daar/waar + tussen met allerlei soorten werkwoorden.
Er zijn veel vaste combinaties van een werkwoord en een voorzetsel: zorgen voor, houden van, denken aan, kijken naar, wachten op, enzovoort. Na het voorzetsel staat vaak een zelfstandig naamwoord, een persoonlijk voornaamwoord of een naam (of een woordgroep met zo’n woord als kern):
- We moeten denken aan voldoende eten voor onderweg.
- Zij houdt van kerstliedjes.
- Ik zorg voor jou.
- We kijken naar Netflix.
In plaats van zo’n woord(groep) kan er ook er, daar, hier of waar bij het voorzetsel staan. Als er/daar/hier/waar direct voor het voorzetsel staat in de zin, schrijf je die woorden aan elkaar:
- We moeten eraan denken.
- Zij houdt daarvan.
- Ik zorg hiervoor.
- Waarnaar kijken we?
Ertussen = ‘tussen het (ding)’, ‘tussen de dingen’
Zo’n woord als eraan betekent eigenlijk ‘aan het’ of ‘aan iets (wat net genoemd is)’. Evenzo betekent daarvan eigenlijk ‘van dat, van die dingen’. Hiervoor is te lezen als ‘voor dit, voor deze dingen’, en waarnaar betekent eigenlijk ‘naar wat, naar welke dingen’.
De combinatie van er en een voorzetsel verwijst dan ook vaak naar iets wat eerder in de zin of in de vorige zin genoemd is. Het gebruik van zo’n combinatie voorkomt dat je een woordgroep moet herhalen. Voorbeelden:
- Denk jij aan mijn planten in de vakantie? Ja hoor, ik denk eraan.
[eraan = aan de planten] - We eten blijkbaar zuurkool morgen. Houd jij daarvan?
[daarvan = van zuurkool] - Je hoeft zelf geen lunch mee te nemen: hiervoor wordt gezorgd.
[hiervoor = voor een lunch]
Combinaties als eraan denken, ervan houden en ervoor zorgen kunnen ook verwijzen naar iets wat verderop in de zin staat. Dat is dan vaak een bijzin die met dat of om begint. Voorbeelden:
- Zul je eraan denken dat je de planten water geeft?
- Zij houdt ervan om mensen voor de gek te houden.
- Wil jij ervoor zorgen dat mijn planten water krijgen?
Let op
Soms staan er/daar/hier/waar en een voorzetsel wel na elkaar in de zin, maar horen ze toch niet bij elkaar. Het voorzetsel kan namelijk ook een zinsdeel vormen met een woord of woordgroep erachter. Zoals hier:
- Ze had er voor niks zitten wachten.
[er duidt een plaats aan; voor hoort bij (voor) niks, niet bij er] - Ik ben er voor de zoveelste keer in getrapt.
[voor hoort bij (voor) de zoveelste keer, niet bij er] - Je kunt op me rekenen; ik ben er voor jou.
[voor hoort bij (voor) jou, niet bij er] - Ze had daar van acht tot tien om hem zitten wachten.
[daar duidt een plaats aan; van hoort bij (van) acht tot tien, niet bij daar] - De dieren komen hier in elk geval tot rust.
[hier duidt een plaats aan; in hoort bij (in) elk geval, niet bij hier] - Onze buren hebben een garage waar tegen betaling caravans worden gestald.
[waar duidt een plaats aan; tegen hoort bij betaling]
In deze zinnen verwijst er/daar/hier naar iets anders, bijvoorbeeld naar een plaats; in elk geval heeft het een andere functie dan in de eerdere zinnen op deze pagina. In zulke gevallen schrijf je er en het voorzetsel los van elkaar.
Online training
Vind je dit lastig? Volg dan onze training Los of vast: ‘er’, voorzetsels en werkwoorden op het online leerplatform van Onze Taal. Met behulp van video’s, stappenplannen en opdrachten heb je de regels binnen de kortste keren onder de knie.