Het werkwoord volgen staat vaak samen met het voorzetsel uit in een zin. Na uit staat dan meestal een zelfstandig naamwoord, zoals (het) overleg of (de) overeenkomst:

  • Die harde conclusie volgde uit het overleg.
  • De nieuwe verdeling van eigendom volgt uit de overeenkomst.

Je kunt datzelfde uit ook combineren met er. Eruit betekent dan ‘uit het overleg’ of ‘uit de overeenkomst’. De woorden er en uit schrijf je aan elkaar als ze direct achter elkaar staan:

  • Die harde conclusie volgde eruit.
  • De nieuwe verdeling van eigendom volgt eruit.

Eruit, hieruit, daaruit, waaruit

Wat voor er + uit geldt, geldt ook voor hier + uit, daar + uit en waar + uit. Je schrijft dus hieruit, daaruit en waaruit als één woord in zinnen als deze:

  • Hieruit volgt dat we hem niet meer kunnen vertrouwen.
  • We hebben een reorganisatie voor de boeg; een nieuwe werkwijze volgt daaruit.  
  • Waaruit volgt de conclusie dat de inflatie minder zal stijgen?

Op het tabblad ‘Voorbeelden’ staan meer voorbeelden van zinnen met eruit, hieruit, daaruit en waaruit. Op het tabblad ‘Achtergrond’ vind je meer uitleg over deze combinaties.

Er (...) uit

Tussen er, hier, daar of waar en uit kunnen andere delen van de zin staan. In dat geval schrijf je ze uiteraard als losse woorden, ook al horen ze nog steeds bij elkaar. Je mag uit daarom niet aan volgen vast schrijven.

  • Hier volgt uit dat we hem niet meer kunnen vertrouwen.
  • Ik verwacht dat er waarschijnlijk uit volgt dat we meer moeten betalen.
  • We zijn het vaak oneens, maar ruzie volgt daar vrijwel nooit uit.
  • Waar volgt die conclusie eigenlijk uit?

Blij met deze uitleg?

Met een donatie van € 5 steun je Onze Taal. Bedankt!

Andere combinaties met eruit

Eruit komt ook voor met andere werkwoorden dan volgen, zoals:

  • Kan jij het eruit pakken?
  • Waaruit halen we de benodigde financiën?
  • Dit hele bouwwerk bestaat daaruit.
  • Ik kan het eruit opmaken.
  • Het resultaat van onze roeiers schiet eruit!
  • Het lijkt erop dat we eruit gaan komen.
  • Zeg het maar, gooi het eruit!
  • Het mineraal kan hieruit gefilterd worden.
  • Zij flapte het eruit.

Op het tabblad ‘Oefenen’ vind je een quizje om te oefenen met het los en vast schrijven van er/hier/daar/waar + uit met allerlei soorten werkwoorden.

Er zijn veel vaste combinaties van een werkwoord en een voorzetsel: zorgen voorhouden vandenken aankijken naarwachten op, enzovoort. Na het voorzetsel staat vaak een zelfstandig naamwoord, een persoonlijk voornaamwoord of een naam (of een woordgroep met zo’n woord als kern):

  • We moeten denken aan voldoende eten voor onderweg.
  • Zij houdt van kerstliedjes.
  • Ik zorg voor jou.
  • We kijken naar Netflix.

In plaats van zo’n woord(groep) kan er ook erdaarhier of waar bij het voorzetsel staan. Als er/daar/hier/waar direct voor het voorzetsel staat in de zin, schrijf je die woorden aan elkaar: 

  • We moeten eraan denken.
  • Zij houdt daarvan.
  • Ik zorg hiervoor.
  • Waarnaar kijken we?

Eruit = ‘uit het (ding)’, ‘uit de dingen’

Zo’n woord als eraan betekent eigenlijk ‘aan het’ of ‘aan iets (wat net genoemd is)’. Evenzo betekent daarvan eigenlijk ‘van dat, van die dingen’. Hiervoor is te lezen als ‘voor dit, voor deze dingen’, en waarnaar betekent eigenlijk ‘naar wat, naar welke dingen’.

De combinatie van er en een voorzetsel verwijst dan ook vaak naar iets wat eerder in de zin of in de vorige zin genoemd is. Het gebruik van zo’n combinatie voorkomt dat je een woordgroep moet herhalen. Voorbeelden:

  • Denk jij aan mijn planten in de vakantie? Ja hoor, ik denk eraan.
    [eraan = aan de planten]
  • We eten blijkbaar zuurkool morgen. Houd jij daarvan?
    [daarvan = van zuurkool]
  • Je hoeft zelf geen lunch mee te nemen: hiervoor wordt gezorgd.
    [hiervoor = voor een lunch]

Combinaties als eraan denkenervan houden en ervoor zorgen kunnen ook verwijzen naar iets wat verderop in de zin staat. Dat is dan vaak een bijzin die met dat of om begint. Voorbeelden:

  • Zul je eraan denken dat je de planten water geeft?
  • Zij houdt ervan om mensen voor de gek te houden.
  • Wil jij ervoor zorgen dat mijn planten water krijgen?

Let op 

Soms staan er/daar/hier/waar en een voorzetsel wel na elkaar in de zin, maar horen ze toch niet bij elkaar. Het voorzetsel kan namelijk ook een zinsdeel vormen met een woord of woordgroep erachter. Zoals hier:

  • Ze had er voor niks zitten wachten.
    [er duidt een plaats aan; voor hoort bij (voor) niks, niet bij er]
  • Ik ben er voor de zoveelste keer in getrapt.
    [voor hoort bij (voor) de zoveelste keer, niet bij er]
  • Je kunt op me rekenen; ik ben er voor jou.
    [voor hoort bij (voor) jou, niet bij er]
  • Ze had daar van acht tot tien om hem zitten wachten.
    [daar duidt een plaats aan; van hoort bij (van) acht tot tien, niet bij daar]
  • De dieren komen hier in elk geval tot rust.
    [hier duidt een plaats aan; in hoort bij (in) elk geval, niet bij hier]
  • Onze buren hebben een garage waar tegen betaling caravans worden gestald.
    [waar duidt een plaats aan; tegen hoort bij betaling]

In deze zinnen verwijst er/daar/hier naar iets anders, bijvoorbeeld naar een plaats; in elk geval heeft het een andere functie dan in de eerdere zinnen op deze pagina. In zulke gevallen schrijf je er en het voorzetsel los van elkaar.

Oefenen?

Wil je oefenen met er, hier, daar, waar en het voorzetsel uit? Doe de test (tien vragen)!

Online training

Vond je de test lastig? Volg dan onze training Los of vast: ‘er’, voorzetsels en werkwoorden op het online leerplatform van Onze Taal. Met behulp van video’s, stappenplannen en opdrachten heb je de regels binnen de kortste keren onder de knie.