Open menu Onze Taal logo

Hoofdmenu

  • Taalloket
  • Tijdschrift
  • Educatie
  • Schatkamer
  • Winkel
  • Trainingen
  • Over ons
  • Zoeken
  • Lid worden
  • Doneren
  • Taalloket
  • Tijdschrift
  • Educatie
  • Schatkamer
  • Winkel
  • Over Onze Taal
  • Inloggen
  • Lid worden
  • Doneren
  1. Home
  2. Tijdschrift
  3. Online artikelen

Kan een Amsterdammer wel een Fries spelen?

Het is voor een acteur nog niet zo makkelijk om zich een regionale tongval aan te meten. Maar moet dat eigenlijk ook wel? Is het niet beter acteurs uit de regio zelf te casten?

Amber Wiznitzer Rosa Snijders
Kan een Amsterdammer wel een Fries spelen?

"Óópen je óógen”, zegt actrice Bianca Krijgsman in de trailer van de romantische komedie Kwestie van geduld uit 2022. Er is iets ondefinieerbaars aan de manier waarop ze de woorden uitspreekt: de oo’s zijn langgerekt, de g is redelijk zacht. Het klinkt een beetje als – ja, als wat precies? In de film speelt Krijgsman, zelf afkomstig uit het Noord-Hollandse Oudesluis, de tante van de hoofdpersoon, wier rol wordt vertolkt door de Rotterdamse Barbara Sloesen. De film speelt zich af in het (Nederlands-)Limburgse dorp Noorbeek. Voor veel mensen zal dat voldoende zijn om te concluderen dat Krijgsman in de film dus Limburgs spreekt.

Voor de gemiddelde Limburger ligt dat toch net wat anders, zo blijkt onder meer uit een vrij vernietigende filmrecensie in het dagblad De Limburger. De taal in Kwestie van geduld “is onbedoeld een parodie op de dialecten die in deze provincie worden gesproken”, schrijft media- en cultuurverslaggever Ivar Hoekstra. Die noteert verder droogjes: “Krijgsman spreekt een dialect dat in Limburg nergens wordt gesproken, omdat ze het waarschijnlijk zelf heeft bedacht.”

Lachwekkend

De Limburgse ontevredenheid over Kwestie van geduld staat niet op zichzelf. Met regelmaat klinkt er commentaar op het imitatiedialect in Nederlandse films en series: over de pogingen tot Rotterdams in Flikken Rotterdam (2016), het gekunstelde West-Vlaams in de dramaserie Onder vuur (2021) of het namaak-Twents in de misdaadserie Tonnano (2025), om maar wat voorbeelden te noemen. Afgelopen september nog liet de Twentse krant Tubantia lezers reageren op de stelling: “Het is lachwekkend hoe acteurs Twents en Achterhoeks praten in tv-series.” Van de ruim vijfduizend stemmers was bijna tachtig procent het met de stelling eens en vond meer dan de helft dat makers voor deze rollen “acteurs uit de regio” moeten kiezen.

Queer personages

Voor de vraag hoe je identiteit en diversiteit goed representeert in de film- en tv-wereld, komt langzamerhand meer aandacht. Zo laait eens in de paar jaar de discussie op of je queer personages wel moet laten spelen door acteurs die zelf hetero zijn. Op soortgelijke wijze kun je je afvragen of je personages die specifieke taalvarianten spreken, wel moet laten spelen door acteurs die daar niet mee zijn opgegroeid. Hoe (on)wenselijk is die praktijk eigenlijk?

Filmproducent en -docent Anton Felipa is in dit opzicht pragmatisch ingesteld. De oorspronkelijk Curaçaose Felipa woont al bijna 23 jaar in Leeuwarden. Daar werkt hij ook als ‘filmcommissioner’, wat bijvoorbeeld inhoudt dat hij filmmakers ondersteunt die in een specifieke regio (Friesland in dit geval) een productie willen opnemen.

Wat Felipa betreft hoeft een Fries niet per se te worden gespeeld door een Fries, al ziet hij dat wel als een pre. Maar met enige affiniteit met de regio in kwestie kom je ook al een heel eind, vindt hij. “Dat geeft een klein beetje garantie dat de persoon die in beeld komt, begrijpt waar het over gaat en respect heeft voor de taal.”

Respect is hier een belangrijk woord. Als het dialect in een film of serie niet klopt, tast dat niet alleen de geloofwaardigheid van een productie aan, maar is er ook het risico dat dialectsprekers zich niet serieus genomen voelen, of zelfs bespot.

Het ligt allemaal extra gevoelig wanneer het gaat om een Randstedelijke acteur die een regionaal personage speelt, ziet Leonie Cornips, onder meer bijzonder hoogleraar aan de Universiteit Maastricht. Dat komt doordat de Randstad nog altijd wordt gezien als het “politieke, economische, maar ook talige centrum van Nederland”, legt ze uit. “Andere regio’s moeten zich daar voortdurend toe verhouden. Als je als kind bijvoorbeeld in Drenthe Nederlands leert, wordt dat vanwege de plaatselijke tongval niet echt gezien als ‘goed’ of ‘neutraal’ Nederlands. Die neutraliteit wordt gesitueerd in de Randstad”, zegt Cornips, ook al bestaat die daar ook niet echt: iedereen heeft tenslotte een tongval.

Taalcoach

Om de representatie van verschillende Nederlandse regio’s te verbeteren in films en series, werd in 2024 de (H)eerlijk Filmen Code ontwikkeld door door Douwe Anema (story teller en copywriter) en Joris Hoebe (regisseur) van film commission Screen Noord. De code werd ondertekend door acht andere filmcommissions die film- en televisieproducties in een specifieke regio faciliteren. Zij pleiten voor een respectvolle samenwerking tussen de film industrie en de regio’s, waar aandacht voor taal ook onderdeel van is.

De directe aanleiding voor het oprichten van het initiatief was de fictieserie Een van ons (2024), van het Amsterdamse filmproductiebedrijf Pupkin. De waargebeurde moord op het Friese meisje Marianne Vaatstra diende als inspiratie voor de dramaserie, die dan ook in Friesland werd opgenomen. Nog los van de pijnlijke thematiek van de serie, spraken de acteurs geen Fries.

Anton Felipa, die namens Screen Noord betrokken is bij de (H)eerlijk Filmen Code, begrijpt best dat een producent allerlei redenen kan hebben om een specifieke acteur te willen casten die de taal van het personage niet machtig is. Soms is de acteur in kwestie precies het gezochte type voor de rol, soms gaat het om een grote naam die goed is voor de publiciteit. Maar als die acteur vervolgens niets weet van een bepaald dialect of een bepaalde taal, dan is er wel werk aan de winkel, zegt Felipa. “Je moet dan echt zorgen dat iemand de taal leert spreken. Soms is het nodig om een taalcoach in te schakelen, die de acteur kan helpen de tekst goed te beheersen. En het kan handig zijn teksten fonetisch uit te schrijven.”

Twentse wietboer

Productiebedrijf Pupkin had de zaken goed op orde bij de productie van de Netflix-serie Amsterdam Empire, uit 2025. In deze serie is een hoofdrol weggelegd voor een Oost-Nederlandse wietboer. Zijn rol wordt vertolkt door Bart Slegers, die zelf afkomstig is uit Enschede, maar op jonge leeftijd naar België verhuisde. Om ervoor te zorgen dat Slegers overtuigend een Oost-Nederlander zou kunnen spelen, schakelde Pupkin dialectoloog Harrie Scholtmeijer van de Overijsselacademie in. Die vertelt aan de telefoon dat hij aangenaam verrast was over hoe serieus zijn input werd genomen. Hij vertaalde Slegers’ teksten naar het dialect van de hoofdpersoon: “Ga zitten” werd bijvoorbeeld “Smiet oe dale” (‘smijt je neer’). Daarna doceerde hij Slegers anderhalf jaar via Skype en was hij veelvuldig aanwezig op de set, om feedback te kunnen blijven geven op Slegers’ uitspraak.

“Wie zijn accent in Amsterdam Empire hoort, zou denken dat Slegers nooit vertrokken is uit Enschede”, oordeelde dagblad Tubantia vorig jaar. Slegers is ook wel een “ontzettend talentvol” acteur, erkent Scholtmeijer wanneer hij terugblikt op de samenwerking. Een dialect en accent zó goed aanleren “is misschien niet iedereen gegeven”. Maar het kán dus wel, wanneer er de nodige tijd en middelen voor zijn en de acteur enigszins een talenknobbel heeft.

Accent faken

Toch krijg je op die manier niet alle bezwaren opgelost. Theatermaker Marloes IJpelaar, geboren in Sittard en nu gevestigd in Utrecht, blijft zich eraan storen dat in series als Flikken Maastricht geen Limburgse acteur te vinden is, en dat voor films als Kwestie van geduld “Hollanders worden gevraagd die een Limburgs accent faken”. Terwijl we bellen, kijkt ze de trailer van de romcom terug. Ze begint te lachen als ze de eerste reacties in de commentsectie ziet. “‘Waren de Limburgse acteurs op?’”

Extra pijnlijk is het dat IJpelaar tijdens haar theateropleiding aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht haar dialect juist heeft moeten afleren. Vier jaar lang diende ze “veel intenser” taalles te volgen dan haar niet-Limburgse klasgenoten. “Privé mocht ik ook niet meer Limburgs spreken. Daardoor ontstond een enorme afstand tussen mij en mijn familie: mijn ouders hoorden ineens dat hun kind heel anders ging praten”, vertelt IJpelaar, die tijdens ons gesprek moeiteloos switcht tussen Limburgs en het ‘neutrale Nederlands’ dat ze tijdens haar opleiding aangeleerd kreeg.

Taal draait om veel meer dan om woorden en uitspraak, zegt IJpelaar. Taal is ook identiteit. “Er zit een hele cultuur achter. Het gaat over gebruiken, over rituelen, over eigen vormen van communicatie.” Pas als je ook al die aspecten van een taal begrijpt en beheerst, kun je volgens de theatermaker werken aan rijke en gelaagde personages. Personages die voorbijgaan aan de stereotypen die je nu nog veel in de media voorbij ziet komen.

Dat alleen een Limburger een Limburger mag spelen, zul je ook IJpelaar niet horen zeggen. Wel denkt ze dat het zowel de geloofwaardigheid als de kwaliteit van films en series ten goede zou komen. Daarnaast: “Er zijn heel veel Limburgse acteurs.” Misschien is dat een mooie tip voor de makers van Kwestie van geduld – mochten die zich ooit aan een vervolg willen wagen.

Nederlands in buitenlandse films en series

Wát zegt-ie? Toen de hoofdpersoon in de film Oppenheimer (2023) plotseling Nederlands begon te spreken tijdens een college over quantumfysica, klonk dat niet echt – nou ja – Néderlands. Hij heeft het over “versjielende enersjiën” en “verbindingsoppename”. Niet alleen de klinkers en de g zijn moeilijk in buitenlandse producties, maar soms ook de grammatica. Op TikTok ontcijfert presentatrice Samya Hafsaoui met veel moeite zinnetjes als: “Hoe komt het kind naar buiten komen?” (in de dramaserie Them), en: “Waarom zou ik haar geen taxi bellen?” (in de drama serie Designated Survivor). Vaak ook hebben Nederlandse personages een (soort van) Duitse tongval. In een sitcom uit 2025 die nota bene Double Dutch heet, spreekt een van de personages de zin “They found it super offensive” uit als: “Zeej found it soeper offensive.” Wanneer James Bond zich in Diamonds Are Forever (1971) voordoet als Nederlander, begroet hij zelfs een man met de woorden “Guten Abend”. Daarbij vergeleken is Murphy’s college in Oppenheimer toch nog een kleine vooruitgang. Dat is even onbegrijpelijk als quantumfysica, maar Nederlands is het wel.

logo
  • Genootschap Onze Taal
  • Paleisstraat 9
  • 2514 JA Den Haag
  • Taalvragen
  • 085 00 28 428 (werkdagen 9.30-12.30 en 13.30-16.00 uur)
  • taalloket@onzetaal.nl
  • Ledenservice
  • 0251-760123 (werkdagen 9.00-17.00)
  • onzetaal@aboland.nl

Blijf op de hoogte!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief Taalpost.

  • Privacybeleid
  • Algemene voorwaarden
  • Cookies
  • Contact
Log in


of

Word lid