In december 2025 waren lettertypes opeens even wereldnieuws: de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Marco Rubio, wilde af van Calibri als standaard lettertype in de overheidscommunicatie. Calibri “werd slachtoffer van de oorlog tegen ‘woke’”, kopte The New York Times.
Best wonderlijk: hoe kan een lettertype te boek komen te staan als ‘woke’? Dat ligt niet zozeer aan het lettertype zelf, maar aan de ontstaansgeschiedenis ervan. Calibri werd twintig jaar geleden gepresenteerd als een inclusief lettertype. “Inclusief betekende toen vooral: lekker leesbaar voor iedereen”, legt grafisch ontwerper Matthijs Sluiter uit. “Al jarenlang is dat het standaard verkooppraatje van letterontwerpers: ‘Kies mijn letter, want die maakt teksten makkelijker te lezen – en dus duidelijker en beter!’”
Het label inclusief bleef aan Calibri hangen. Maar dat woord zijn we in de loop der jaren meer gaan associëren met inclusiviteit op het gebied van gender, huidskleur, neurodiversiteit, enzovoort. Het wordt tegenwoordig al gauw politiek geïnterpreteerd: als progressief, als ‘woke’ – en dus als alles waar de regering-Trump een hekel aan heeft. In 2023 was de Amerikaanse overheid onder toen malig president Joe Biden vanwege de toegankelijkheid overgestapt van Times New Roman op Calibri. Marco Rubio draaide die beslissing terug, om “decorum en professionaliteit” terug te brengen en een “overbodige inclusiviteitsmaatregel af te schaffen”.
Gotische letters
Het was lang niet de eerste keer dat een lettertype onder werp van discussie werd. Naar aanleiding van de Calibri-ophef werd op sociale media al gauw de vergelijking gemaakt met nazi-Duitsland, want ook Hitler deed destijds een lettertype in de ban.
Daar ging een lange geschiedenis aan vooraf. In Duitsland was de Fraktur-stijl vanaf de zestiende eeuw de standaard: een gotische stijl met hoekige, ‘gebroken’ lijnen (vandaar de naam). In andere landen was die stijl nooit zo populair, of kreeg de ‘romeinse’ stijl de overhand, met moderner ogende vormen die we nu nog steeds gebruiken – denk bijvoorbeeld aan Times New Roman. Vanaf de negen tiende eeuw laaide in Duitsland de discussie op: moest ook Duitsland af van die gotische letters?
In de tijd dat het naziregime opkwam, was die discussie nog niet beslecht. Fraktur werd gebruikt voor nazipropaganda en voor Hitlers manifest Mein Kampf. Maar de letterstijl zat de internationale verspreiding van het nazigedachtegoed in de weg: de gotische letters waren lastig te lezen voor wie er niet aan gewend was. Op een slinkse manier werd Fraktur daarom in 1941 afgeschaft: opeens was het verhaal dat het “jodenletters” zouden zijn, en voortaan moesten overal ‘gewone’ letters gebruikt worden. Maar de echte reden was dus dat Fraktur lastig leesbaar was buiten Duitsland. Je zou kunnen zeggen: minder inclusief.
Hoewel de nazi’s van Fraktur af wilden, wordt juist die stijl nog altijd geassocieerd met het nazisme. In 2017 ontstond bijvoorbeeld commotie rond de gotische letters in het logo van Rotterdam Pride. Critici stelden dat die te veel leken op “de letters die door het naziregime in de Tweede Wereldoorlog werden gebruikt”.
Schoon
Zeventig jaar na de dood van Hitler verviel het copyright op de tekst voor Mein Kampf. Voor het eerst zou de tekst opnieuw uitgegeven worden, in een dikke wetenschappelijke uitgave voorzien van talloze kritische annotaties. De vormgever koos voor het lettertype Trump Antiqua: een mooi, duidelijk lettertype en dus een goede keuze – totdat bleek dat Georg Trump, de ontwerper, tijdens de oorlog Hitler-sympathisant was geweest. Voor de vormgever was dat reden om een andere letter te zoeken.
“Uiteindelijk kwamen ze bij een letter van mij uit”, vertelt Martin Majoor, typograaf en docent aan het Plantin Instituut voor Typografie in Antwerpen. De nieuwe uitgave van Mein Kampf verscheen in Majoors lettertype Scala. “Dat was ‘schoon’: ontworpen in 1993, door een Nederlander uit 1960 die niets met de oorlog te maken had.”
Kunstenaar los van de kunst
Het voorbeeld van Georg Trump laat zien dat ook een foute ontwerper een lettertype omstreden kan maken. Een ander voorbeeld daarvan is het verhaal achter de veelgeprezen Britse letterontwerper en beeldhouwer Eric Gill. Na zijn dood in 1940 bleef zijn werk springlevend: Gill Sans, een lettertype van zijn hand, was heel populair.
Hoewel de nazi’s van Fraktur af wilden, wordt juist die stijl nog altijd geassocieerd met het nazisme.
Maar in 1989 verscheen een biografie van Eric Gill. De biografe had daarvoor dagboekfragmenten van Gill in handen gekregen, waaruit bleek dat hij veelvuldig seksueel misbruik had gepleegd. Met zijn dochters, zijn zussen en zelfs de hond van het gezin. De man was fout, zoveel was duidelijk. Maar hoe moest het verder met het lettertype dat hij had ontworpen?
Het is een discussie die in alle kunstdisciplines gevoerd wordt: kun je de kunstenaar los zien van de kunst? “Gill zorgde voor een discussie in letterontwerpland”, zegt grafisch ontwerper Matthijs Sluiter. “Maar de consensus was: zodra je een lettertype kiest, kies je ervoor om ergens in te investeren – door een licentie te kopen, door het zichtbaar te maken en te houden. En waarom zou je investeren in zoiets, als er genoeg andere opties zijn?”
Sluiter ontwierp de huisstijl van Onze Taal, en koos daarvoor twee lettertypes: Antonia en Dover. Wie Dover en Gill Sans met elkaar vergelijkt, ziet veel overeenkomsten. “Maar ik heb Gill Sans nooit direct als referentie gebruikt”, zegt Robin Mientjes, die Dover ontwierp. “Gill werkte in een bepaalde Engelse traditie en werd geïnspireerd door anderen. Hij heeft Gill Sans wel een subtiele eigen vorm gegeven, maar lettertypes zijn altijd een variatie op iets wat al bestaat.” Ook Mientjes wijst op de vele alternatieven die er voor Gill Sans zijn. “Een lettertype is inwisselbaar, het maakt niet uit – en dat zeg ik als iemand die ze ontwerpt. Je hebt Gill Sans helemaal niet nodig.”
Gezellig
Als je tegenwoordig een sollicitatiebrief of een scriptie in een veelgebruikt programma als Microsoft Word schrijft, heb je inderdaad een lange lijst van lettertypes om uit te kiezen. Maar in de eerste Microsoft-pakketten in de jaren negentig werd slechts een handjevol lettertypes aan - ge boden. Een daarvan was Comic Sans, een speelse letter, ontworpen naar het voorbeeld van stripboeken (comics). “Comic Sans was de enige die eruit sprong, waarmee je iets persoonlijks kon zeggen”, legt Sluiter uit. “Lettertypes als Times New Roman en Arial geven aan: hier is tekst. Degelijke tekst, anonieme tekst. Maar Comic Sans straalt uit: hier zegt iemand iets.”
Als gevolg daarvan werd Comic Sans, met zijn gezellige, ronde vormen, gebruikt voor alles wat persoonlijk was en geen professionele uitstraling nodig had: van informele briefjes tot aankondigingen van vlooienmarkten. Dat, in combinatie met de herkenbaarheid van het lettertype, maakte dat Comic Sans langzaamaan synoniem werd met informaliteit en kneuterigheid.
Die kneuterige connotatie maakt Comic Sans een dankbaar onderwerp voor memes, maar het gebruik ervan leidt soms ook tot serieuzere discussies. Zo was er in 2012 in Nederland ophef over een gedenksteen waarop Comic Sans gebruikt werd, omdat het niet gepast zou zijn om zo’n onserieus lettertype voor zulke serieuze zaken te gebruiken.
Imiteren
Calibri, Fraktur, Gill Sans, Dover, Comic Sans – het zijn allemaal varianten van het Latijnse schrift. Maar soms wordt er bij het ontwerp van een lettertype inspiratie gehaald uit een ander schrift. Een bekend voorbeeld zijn lettertypes die iets Chinees of in bredere zin iets Aziatisch moeten uitstralen. In het Engels worden dat wel ‘chop suey fonts’ genoemd: ‘tjaptjoi-lettertypes’ dus, vernoemd naar het Chinese gerecht. In de Lage Landen wordt de discussie nog niet heel breed gevoerd, maar in de Verenigde Staten wel: ‘mag’ je een schrift imiteren?
Robin Mientjes ziet dat de problemen al ontstaan bij het ontwerp zelf. “De vorm van de Chinese karakters is ontstaan vanuit de penseelstreken: als je harder drukt, wordt de lijn dikker, en aan het einde wordt de lijn dunner. In die Latijnse lettertypes die op Chinees moeten lijken, worden die lijnen geïmiteerd op een manier die helemaal niet logisch is.”
Matthijs Sluiter vergelijkt tjaptjoi-lettertypes met muziek in tv-programma’s als Wie is de mol?, dat afgelopen seizoen in Tanzania werd opgenomen. “Elke keer als ze dan een dorp binnen komen, hoor je weer diezelfde ‘Afrikaanse’ themamuziek”, lacht hij. “En als de scène gaat over rust, of zen, dan weet je al: dáár komen de panfluiten.” Zo werkt het ook met lettertypes, zegt hij: er zijn clichés die je beter kunt vermijden. “Het is vaak kitsch.”
Niet van deze tijd
Ook Hui-Hui Pan, oprichter van het plat form Pan Asian Collective, is kritisch. “Die lettertypes zijn cliché en ik associeer ze met racisme.” Tjaptjoi-lettertypes ontstonden in de negentiende eeuw in de VS, toen veel Chinese migranten daarnaartoe migreerden. Ze werden gebruikt bij Chinees-Amerikaanse restaurants om een Chinese associatie op te wekken bij het westerse publiek. Maar de lettertypes dienden in propaganda en popcultuur ook lang als visueel hulpmiddel om Aziatische mensen als ‘de ander’ neer te ze en: vreemd, grappig, bedreigend of exotisch.
Dat maakt je nog niet gelijk een racist als je zo’n lettertype gebruikt, zegt Pan. “Maar taal verandert, en inzichten veran deren. Het gebruik van dit soort lettertypes zou ook moeten veranderen. Ze zijn niet meer van deze tijd en doen geen recht aan de complexiteit en gelaagdheid van het Chinese schrift.” Er zijn bovendien genoeg andere opties, zegt ze. “Je kunt bijvoorbeeld ook de Chinese karakters laten zien, met de vertaling erbij: dan behoud je die associatie met China én wek je nieuwsgierigheid.”
Gemene deler
De marketing, de maker, de geschiedenis en de vorm spelen allemaal mee in de waardering van een lettertype. Een gemene deler lijkt daarbij de associatie te zijn die mensen hebben bij een lettertype. Een lettertype raakt ‘besmet’ omdat mensen zich niet willen associëren met waar het voor is gaan staan – van nazi’s tot kneuterigheid.
Maar associaties kunnen natuurlijk ook positief zijn. Sluiter: “Ik kan ook niet precies uitleggen waarom ik Antonia en Dover goede letters vond voor de huisstijl van Onze Taal. Ik kan er van alles over vertellen en beargumenteren, maar uit eindelijk is het toch vooral: ik associeerde het met dingen die passen bij waar Onze Taal voor staat.”
'Japanse' letter in Onze Taal
In 2021 verscheen een themanummer van Onze Taal over het Japans. Op de cover stond “Onze Taal” in een lettertype dat de sfeer had van Japanse karakters. “We zagen al wel dat het misschien een wat kitscherige letter was”, blikt hoofdredacteur Saskia Aukema terug. “Maar we hebben ons in die tijd te weinig gerealiseerd dat dit soort typografie ook een stigmatiserende kant had.” Inmiddels zijn op de redactie de inzichten rondom dit soort letters verder veranderd, zegt ze. “De brieven die we er toen over kregen, hebben ons de ogen definitief geopend. Nu zouden we zoiets niet meer doen.”
Alsjeblieft!
Dit artikel uit het juli/augustusnummer (2026) van Onze Taal kreeg je cadeau.