Het werkwoord vervangen staat vaak samen met het voorzetsel door in een zin. Na door staat dan meestal een zelfstandig naamwoord, zoals een nieuwe versie, plantaardige margarine of AI:

  • Ik vervang het oude programma door een nieuwe versie.
  • Je kunt roomboter vervangen door plantaardige margarine.
  • Wetenschappers zullen vaker samenwerken met AI, in plaats van door AI vervangen te worden.

Je kunt datzelfde door ook combineren met er. Erdoor betekent dan bijvoorbeeld ‘door een nieuwe versie’, ‘door plantaardige margarine’ of ‘door AI’. De woorden er en door schrijf je dan aan elkaar:

  • Het oude programma is erdoor vervangen.
  • Plantaardige margarine is een veelzijdig product. Je kunt roomboter erdoor vervangen.
  • Wetenschappers zullen samenwerken met AI, in plaats van erdoor vervangen te worden.

Erdoor, hierdoor, daardoor, waardoor

Wat voor er + door geldt, geldt ook voor hier + door, daar + door en waar + door. Je schrijft dus hierdoor, daardoor en waardoor als één woord in zinnen als deze:

  • Ik heb de formulieren hierdoor vervangen.
  • Waardoor heb je de roomboter vervangen?
  • Ik weet niet of het een goed idee was onze werkwijze daardoor te vervangen.

Op het tabblad ‘Voorbeelden’ staan meer voorbeelden van zinnen met erdoor, hierdoor, daardoor en waardoor. Op het tabblad ‘Achtergrond’ vind je meer uitleg over deze combinaties.

Er (...) door

Tussen er, hier, daar of waar en door kunnen andere delen van de zin staan. In dat geval schrijf je ze uiteraard als losse woorden, ook al horen ze nog steeds bij elkaar. Je mag door daarom niet aan vervangen vast schrijven.

  • Wetenschappers zullen samenwerken met AI, in plaats van er helemaal door vervangen te worden.
  • Ik heb de formulieren hier onlangs door vervangen.
  • Waar heb je de roomboter door vervangen?
  • Ik weet niet of het een goed idee was onze werkwijze daar zo snel door te vervangen.

Blij met deze uitleg?

Met een donatie van € 5 steun je Onze Taal. Bedankt!

Andere combinaties met erdoor

Erdoor komt ook voor in zinnen zonder vervangen, zoals:

  • We werden erdoor verrast.
  • De voorstelling is erdoor verplaatst.
  • De hele bevolking wordt erdoor geraakt. 
  • De kosten van de werkzaamheden gaan erdoor omhoog.
  • Lukt het de commissie het voorstel erdoor te krijgen?

Er zijn veel vaste combinaties van een werkwoord en een voorzetsel: zorgen voorhouden vandenken aankijken naarwachten op, enzovoort. Na het voorzetsel staat vaak een zelfstandig naamwoord, een persoonlijk voornaamwoord of een naam (of een woordgroep met zo’n woord als kern):

  • We moeten denken aan voldoende eten voor onderweg.
  • Zij houdt van kerstliedjes.
  • Ik zorg voor jou.
  • We kijken naar Netflix.

In plaats van zo’n woord(groep) kan er ook erdaarhier of waar bij het voorzetsel staan. Als er/daar/hier/waar direct voor het voorzetsel staat in de zin, schrijf je die woorden aan elkaar: 

  • We moeten eraan denken.
  • Zij houdt daarvan.
  • Ik zorg hiervoor.
  • Waarnaar kijken we?

Erdoor = ‘door het (ding)’, ‘door de dingen’

Zo’n woord als eraan betekent eigenlijk ‘aan het’ of ‘aan iets (wat net genoemd is)’. Evenzo betekent daarvan eigenlijk ‘van dat, van die dingen’. Hiervoor is te lezen als ‘voor dit, voor deze dingen’, en waarnaar betekent eigenlijk ‘naar wat, naar welke dingen’.

De combinatie van er en een voorzetsel verwijst dan ook vaak naar iets wat eerder in de zin of in de vorige zin genoemd is. Het gebruik van zo’n combinatie voorkomt dat je een woordgroep moet herhalen. Voorbeelden:

  • Denk jij aan mijn planten in de vakantie? Ja hoor, ik denk eraan.
    [eraan = aan de planten]
  • We eten blijkbaar zuurkool morgen. Houd jij daarvan?
    [daarvan = van zuurkool]
  • Je hoeft zelf geen lunch mee te nemen: hiervoor wordt gezorgd.
    [hiervoor = voor een lunch]

Combinaties als eraan denkenervan houden en ervoor zorgen kunnen ook verwijzen naar iets wat verderop in de zin staat. Dat is dan vaak een bijzin die met dat of om begint. Voorbeelden:

  • Zul je eraan denken dat je de planten water geeft?
  • Zij houdt ervan om mensen voor de gek te houden.
  • Wil jij ervoor zorgen dat mijn planten water krijgen?

Let op 

Soms staan er/daar/hier/waar en een voorzetsel wel na elkaar in de zin, maar horen ze toch niet bij elkaar. Het voorzetsel kan namelijk ook een zinsdeel vormen met een woord of woordgroep erachter. Zoals hier:

  • Ze had er voor niks zitten wachten.
    [er duidt een plaats aan; voor hoort bij (voor) niks, niet bij er]
  • Ik ben er voor de zoveelste keer in getrapt.
    [voor hoort bij (voor) de zoveelste keer, niet bij er]
  • Je kunt op me rekenen; ik ben er voor jou.
    [voor hoort bij (voor) jou, niet bij er]
  • Ze had daar van acht tot tien om hem zitten wachten.
    [daar duidt een plaats aan; van hoort bij (van) acht tot tien, niet bij daar]
  • De dieren komen hier in elk geval tot rust.
    [hier duidt een plaats aan; in hoort bij (in) elk geval, niet bij hier]
  • Onze buren hebben een garage waar tegen betaling caravans worden gestald.
    [waar duidt een plaats aan; tegen hoort bij betaling]

In deze zinnen verwijst er/daar/hier naar iets anders, bijvoorbeeld naar een plaats; in elk geval heeft het een andere functie dan in de eerdere zinnen op deze pagina. In zulke gevallen schrijf je er en het voorzetsel los van elkaar.

Online training

Vind je dit lastig? Volg dan onze training Los of vast: ‘er’, voorzetsels en werkwoorden op het online leerplatform van Onze Taal. Met behulp van video’s, stappenplannen en opdrachten heb je de regels binnen de kortste keren onder de knie.