Print deze pagina

Betrekkelijk voornaamwoord

Tot welke woordsoort hoort wie in 'Wie dit leest is gek'?

Wie is hier een betrekkelijk voornaamwoord. Het betrekkelijk voornaamwoord verbindt een hoofdzin en een (betrekkelijke) bijzin met elkaar. Het heeft dus behalve een verwijzende functie (die alle voornaamwoorden hebben) ook een grammaticale functie.

Betrekkelijke voornaamwoorden kunnen als antecedent (datgene waar ze naar verwijzen) een woord of een hele zin hebben, maar het antecedent kan ook, zoals in 'Wie dit leest is gek', 'ingesloten' zijn in het betrekkelijk voornaamwoord. Dat is dan uit te breiden tot degene die of datgene wat.

Er zijn zelfstandige en niet-zelfstandige betrekkelijke voornaamwoorden. Niet zelfstandig is welk(e), zelfstandig zijn dat, wat, die, wie, welke, hetwelk en hetgeen.

Het niet-zelfstandige welke wordt alleen in heel formele zinnen gebruikt: 'Hier ziet u de zitkamer, in welk vertrek dure schilderijen hangen.' Gewoner is het gebruik van het voornaamwoordelijk bijwoord: 'Hier ziet u de zitkamer, waarin dure schilderijen hangen.'

De zelfstandige betrekkelijke voornaamwoorden worden als volgt gebruikt:

  • Die wordt gebruikt als het antecedent een de-woord of een meervoudsvorm is: 'Iedereen die achttien jaar of ouder is, heeft stemrecht', 'Kinderen die vragen, worden overgeslagen.'
  • Wie wordt gebruikt als het meewerkend voorwerp is in de bijzin en naar personen verwijst: 'De man, wie we een tientje gaven, bedankte ons uitvoerig.' In het dagelijks taalgebruik wordt in deze zinnen ook vaak die gebruikt; dat is ook mogelijk.
  • Dat wordt gebruikt om te verwijzen naar het-woorden: 'Het boek dat ik lees, is erg spannend', 'De stagiair vertelde enthousiast over het plan dat hij 's nachts bedacht had', 'Het meisje, dat piloot wil worden, is erg goed in wiskunde.' In zinnen als die laatste komt in de spreektaal ook vaak die voor, maar dat vindt lang niet iedereen acceptabel.
  • Wat wordt gebruikt om te verwijzen naar onbepaalde woorden, overtreffende trappen en hele zinnen: 'Het enige wat ik wil, is een weekje vakantie', 'Dat is wel het laatste wat ik ooit zou doen', 'Fenna wilde graag naar de speeltuin, wat haar moeder een uitstekend idee vond.'
  • Wie en wat kunnen bovendien gebruikt worden aan het begin van een zin, als het antecedent achterwege blijft: 'Wie niet mee wil doen, kan hier op ons wachten', 'Wat hij zegt, is volslagen onzin.'
  • Welke wordt ook wel gebruikt om naar de-woorden te verwijzen, maar dat is voor de meeste situaties te formeel: 'U vindt hier een overzicht van de bedrijven welke in uw postcodegebied actief zijn.' Die zou hier een betere keus zijn. Naar het-woorden kan nooit met welke worden verwezen.
  • Hetwelk en hetgeen zijn eveneens verouderd. Hetwelk kan naar een het-woord of naar een hele zin verwijzen; het kan beter worden vervangen door dat of wat. Hetgeen verwijst naar een hele zin, of heeft een ingesloten antecedent; het kan worden vervangen door wat.
    • Het Genootschap Onze Taal, hetwelk in 1931 werd opgericht, is de grootste taalvereniging ter wereld. (liever: dat)
    • Zij beweerde altijd vrolijk te zijn, hetwelk ook bleek toen ik haar beter leerde kennen. (liever: wat)
    • Wij gingen zaterdag naar de bioscoop, hetgeen wij een aangenaam tijdverdrijf vinden. (liever: wat)
    • Zijn beweringen stemmen niet overeen met hetgeen er die dag gebeurde. (liever: wat)

Verwante adviezen

Trefwoorden

terug
voorjaarsbanner

banner ITV

taalkalender