Wat is de juiste spelling: ongelovelijk, ongelofelijk of ongelooflijk?

De schrijfwijzen ongelooflijk en ongelofelijk zijn beide goed; ongelovelijk is onjuist, ook al bevat het werkwoord geloven wel een v (en geen f).

De vorm zónder e kan soms net wat deftiger of krachtiger klinken dan die met e: een ongelooflijk wonder is ongelooflijker dan een ongelofelijk wonder. Als we het woord echter willen benadrukken door de lettergrepen afzonderlijk uit te spreken, klinkt on-ge-lo-fe-lijk juist weer krachtiger dan on-ge-loof-lijk.

De vraag of we in dit soort woorden een e moeten schrijven, levert doorgaans geen problemen op. Niemand schrijft bijvoorbeeld bekorelijk in plaats van bekoorlijk. Bij twijfelgevallen bieden de volgende twee regels vaak houvast:

  1. Na een van de klanken p, t, k, b, d of nk volgt een e: hopelijk, hatelijk, onverkwikkelijk, onhebbelijk, dodelijk, onafhankelijk.
  2. Variatie is mogelijk als het deel vóór -(e)lijk eindigt op een f, s, g/ch, w, m, of een n na een korte klinker: ongelofelijk/ongelooflijk, geriefelijk/gerieflijk, afgrijselijk/afgrijslijk, vreselijk/vreeslijk, onverdragelijk/onverdraaglijk, onnoemelijk/onnoemlijk, mannelijk/manlijk. Voor de meesten zal de vorm op -elijk beter (natuurlijker) klinken.

Maar elke regel heeft zijn uitzonderingen: we komen bijvoorbeeld nooit mooglijk, deeglijk of daaglijks tegen in plaats van mogelijk, degelijk en dagelijks, en ook koninkelijk en voorwereldelijk zal niemand gebruiken.

Ook bij woorden op -loos is soms variatie mogelijk (zoutloos/zouteloos), maar dat kan tot betekenisverschil leiden. Meer daarover vindt u hier.