Open menu Onze Taal logo

Hoofdmenu

  • Taalloket
  • Tijdschrift
  • Educatie
  • Schatkamer
  • Winkel
  • Trainingen
  • Over ons
  • Zoeken
  • Lid worden
  • Doneren
  • Taalloket
  • Tijdschrift
  • Educatie
  • Schatkamer
  • Winkel
  • Over Onze Taal
  • Inloggen
  • Lid worden
  • Doneren
  1. Home
  2. Tijdschrift
  3. Online artikelen

Generaties en hun taalvragen en taalergernissen

Elke generatie heeft haar eigen woorden en eigen taalgebruik, maar óók heeft elke generatie zo haar eigen taalvragen en taalergernissen. Wat waren de kwesties die onze ouders, grootouders en overgrootouders bezighielden, en hoe zit dat met onze kinderen en kleinkinderen?

Taaladviesdienst

De jaren 1930

Is grootstad een goed woord?

In 1931 werd Onze Taal opgericht door een groep mensen die zich zorgen maakten over de grote invloed van het Duits op onze taal. In de beginjaren stonden dus vooral ‘germanismen’ centraal.

Zo zijn sneltrein en hoogvlakte van oorsprong germanismen: min of meer letterlijke vertalingen van Schnellzug en Hochfläche. ‘Zuiverder’ Nederlands zou zijn om snelle trein en hoge vlakte te zeggen. Maar deze woorden zijn al lange tijd ingeburgerd en geaccepteerd. Voor grootstad geldt dat niet: dat moet volgens lezers van Onze Taal echt grote stad zijn. Het woord is nu verdwenen, maar in de jaren dertig was dit nog echt wel een kwestie.

Meer lezen? Zie Onze Taal uit 1935.

Is het onze geliefkoosde taal of onze geliefde taal?

Als je liefkozen opzoekt in het woordenboek, betekent het ‘aaien, strelen’ of ‘lieve woorden spreken’. Het betekent dus niet ‘liefhebben’, en dat is voor sommige mensen reden om onze geliefkoosde taal af te keuren of op zijn minst bedenkelijk te vinden. Maar al in de negentiende eeuw schreef het Woordenboek der Nederlandsche Taal dat geliefkoosd synoniem was geworden met geliefd.

Zie deze inzending in een Onze Taal uit 1936, of een latere bespreking van dezelfde kwestie in een Onze Taal uit 2002.

De jaren 1940

Is het u is welkom of u bent welkom?

Begin twintigste eeuw was u nog relatief jong als onderwerpsvorm in zinnen. En zo was er ook twijfel: is u een tweede of een derde persoon enkelvoud? Zeggen we u bent en u hebt (net als bij jij) of u is en u heeft (net als bij hij en zij)? Nog in 1948 klaagde er iemand in Onze Taal over ‘Bent U al lid?’ (“Jawel, dat bennen wij.”) Dat moest toch echt ‘Is U al lid?’ zijn.

Zie deze ergernis in Onze Taal in 1948.

Is met zich meebrengen niet dubbelop?

Je kunt toch gewoon met zich brengen zeggen, of juist alleen meebrengen? In een artikel met allerlei vragen kwam ook deze kwestie aan de orde in 1941 (onder het kopje ‘Vragen’). De redactie beaamde dat mee- inderdaad weinig toevoegde, maar dat we ons daar niet zo’n zorgen over hoefden te maken. Overigens is met zich brengen mogelijk een germanisme – en zo is er altijd wel iets …

In ons Taalloket is er ook iets over te lezen: https://onzetaal.nl/taalloket/meebrengen-met-zich-brengen-met-zich-meebrengen.

Kun je praktisch gebruiken in de zin van ‘vrijwel, bijna’?

Dus bijvoorbeeld ‘Ik eet praktisch alleen groente’ en ‘Dat is praktisch hetzelfde’? In 1942 werd er in Onze Taal over geklaagd, met ter illustratie zelfs een gedicht. Want we hebben toch al bijna, nagenoeg, bijkans, zoo goed als, vrijwel en zo meer? Het heeft niet geholpen: praktisch is in deze zin volkomen ingeburgerd.

De jaren 1950

Waarom heeft iedereen het toch steeds over plaatsvinden?

In de jaren veertig en vijftig werd enkele keren aandacht besteed aan plaatsvinden. Was het niet een germanisme? En is het sowieso geen overbodig woord?

In 1951 schreef Onze Taal dat het waarschijnlijk geen germanisme is. En is het een ‘jokerwoord’, een woord dat iedereen gebruikt die niet op een beter, preciezer woord kan komen? In 1949 werd daar nog flink over gemopperd, in 1953 was de toon iets minder mopperig.

Ondanks alle bezwaren en boosheid is plaatsvinden een doodnormaal woord geworden. (Zie ook ons Taalloket.)

Kun je uitwijzen gebruiken in de betekenis ‘aantonen, bewijzen’?

Het gaat dan om zinnen als ‘Onderzoek wijst uit dat …’, waar volgens sommige lezers sprake zou zijn van een germanisme. De redactie van Onze Taal relativeert de boel: uitwijzen komt in die betekenis al sinds de Middeleeuwen voor in het Nederlands.

Zie dit stukje uit 1956.

De jaren 1960

Is afneming niet beter dan afname?

Sommige mensen zien overal een germanisme in, lijkt het wel. Zo ook in woorden als afname en teruggave: het zou ‘zuiverder’ zijn om te spreken van afneming en teruggeving. Dát zijn immers rechtstreekse afleidingen van afnemen en teruggeven, terwijl afname en teruggave beïnvloed zijn door Abnahme en Zurückgabe. Zie dit stuk uit 1962.

Ergens in de jaren negentig kregen we hier voor het laatst een vraag over; niemand maakt zich er nog druk om.

Is het woord zogenaamd niet overbodig?

In een zin als ‘U schrijft in een zogenaamde antwoordbrief’ is zogenaamde overbodig, vindt een lezer brief in Onze Taal in 1964. Als je niet weet wat een antwoordbrief is, helpt dat woord niet om het te verduidelijken; en als je het wel weet, heb je dat zogenaamde ook niet nodig. Na een opmerking in een later nummer dat het woord gewoon in die betekenis in het woordenboek staat, komt de briefschrijver er in 1965 op terug: het is nog steeds overbodig.

Moet om niet weg als het ook weg kán blijven?

In zinnen als ‘Het is een illusie om te veronderstellen dat …’ voegt om welbeschouwd niets toe. Interessant om te zien dat deze vraag in 1967 al leefde, want we krijgen er nog geregeld vragen over.

De jaren 1970

Kun je wel spreken van een kogelvrij vest?

Alcoholvrij betekent ‘zonder alcohol’, ijsvrij is ‘zonder ijs’. Maar met een kogelvrij vest wordt bedoeld: ‘bestand tegen kogels, kogelwerend’. Daar vonden zowel in maart 1973 als in oktober 1978 mensen iets van in Onze Taal.

Wat is beter: motivatie of motivering?

In 1975 werd motivatie nog gezien als een anglicisme; motivering zou beter Nederlands zijn. Inmiddels hebben de beide woorden bestaansrecht, met een (op zijn minst gedeeltelijk) betekenisverschil.

Waar ligt de klemtoon in werkgelegenheid?

In samenstellingen ligt de klemtoon meestal op het eerste woorddeel: mélkboer, wérkkamer, parkéérgelegenheid. Maar in werkgelegenheid leggen steeds meer mensen (vooral politici) de klemtoon op het tweede deel: werkgelégenheid, constateerde een Onze Taal-lezer in 1978 – met een uitgebreide poging om dat te verklaren.

De jaren 1980

Hoe vaak is ‘om het uur’?

Als er ‘om het uur’ een bus vertrekt, zit er dan steeds één uur tussen of twee uur? Bij ‘om de dag’ lijken de meeste mensen te denken: de ene dag wel, de andere dag niet. Maar bij uren lijkt die gedachte minder sterk. In de jaren tachtig en negentig kregen we hier geregeld vragen over; tegenwoordig vrijwel niet meer. In 1985 werd er een artikel aan gewijd. Ook op onze website is er nog steeds informatie over te vinden.

Kun je plek wel gebruiken in plek plaats van plaats?

Waarom hoor en lees je steeds vaker plek in plaats van plaats?, is een ergernis die al jaren voorkomt en nog steeds weleens langskomt. ‘Is er wel plek?’, ‘Ze eindigde op de eerste plek’,  ‘Er is niet genoeg parkeerplek’, ‘We kwamen ter plekke.’ In 1987 schreef een lezer over ‘De plekgekte’.

De jaren 1990

Is het Met vriendelijke groet of met Met vriendelijke groeten?

Als je een brief niet met Hoogachtend afsluit, maar iets minder formeel, is het dan Met vriendelijke groet of met Met vriendelijke groeten? In 1993 viel hierover te lezen dat Met vriendelijke groeten een iets oudere conventie was en Met vriendelijke groet iets jonger, maar dat het allebei goed was. (Op dezelfde pagina is trouwens iets te lezen over (zich) ergeren en (zich) irriteren.)

Kun je spreken over de beste prestatie ooit?

Het leek in de jaren negentig even een van de grootste taalergernissen ooit te worden, maar opeens was de lol eraf en vond iedereen het acceptabel Nederlands. De beste prestatie aller tijden’ is volgens sommigen misschien nog iets beter, want in ‘de beste prestatie ooit’ klinkt Engelse invloed door. Maar de ooit-variant klinkt eigentijdser en vlotter; aller tijden heeft door die naamvalsuitgangen toch ook wel iets licht oubolligs.

In 1991 schreef anglist J. Posthumus al over ‘een van de grootste kunstdiefstallen ooit’, en in 1998 kwam de Taaladviesdienst er nog eens op terug.

Is het internet of Internet?

In de jaren negentig begonnen e-mail en het worldwide web om zich heen te grijpen, ook voor ‘gewone’ mensen. Internet maakte als woord ook zijn opwachting: het stond in 1997 voor het eerst in een Nederlandstalig naslagwerk – met een hoofdletter. Een jaar later al was duidelijk dat het beter met een kleine letter kon: internet. Zie hier voor meer informatie.

De jaren 2000

Is het een bedrag in euro of een bedrag in euro’s?

In 2002 werd de euro officieel ingevoerd in onder meer Nederland en België. Het riep vragen op als: hoe spreek je het woord uit: met een eu, een ui (‘uiro’), een uu (‘uro’)? En is het meervoud euro’s of euri? Of gewoon euro? Hoe zit het bijvoorbeeld met een bedrag in euro/euro’s? Net als bij een bedrag in guldens of in franken was het advies om voor het meervoud te kiezen.

En blijven woorden als stuiver en dubbeltje bestaan? Spreken we van eurocent of kortweg van cent? En hebben de ‘eurowoorden’ toekomst? Of blijven piek, joet en geeltje bestaan?

Is het vervangen door of vervangen voor?

Het aloude vervangen door wordt steeds vaker vervangen voor door vervangen voor, constateert een lezer in 2006. We beginnen er langzaam aan te wennen, maar helemaal geaccepteerd is het zeker nog niet – aldus ons Taalloket.

Kun je zeggen: ‘De winkel opent al om zeven uur’?

Kan een winkel ‘openen’? Of alleen ‘opengaan’? In 1992 werd dit gebruik van openen nog afgedaan als een anglicisme, maar in 2011 oordeelde de Taaladviesdienst dat er niks mis mee was. Immers: net zoals je sluiten op twee manieren kunt gebruiken – ‘Ik sluit de winkel om zes uur’ en ‘De winkel sluit om zes uur’ – kan dat ook bij openen. Zie voor nog meer uitleg deze pagina van ons Taalloket.

De jaren 2010

Is het Facebooken of facebooken?

Steeds vaker worden er van namen werkwoorden afgeleid. Die schrijf je bijna zonder uitzondering met een kleine letter: facebooken, twitteren, hyven (dat had je toen nog: Hyves), youtuben en tegenwoordig ook tiktokken.

Al in de jaren 2000 was sonjabakkeren een tijdje ‘in’ – een van de eerste werkwoorden die van een voor- én achternaam is afgeleid.

Is sociale media een meervoud of een enkelvoud?

En is het dus ‘Sociale media zijn onmisbaar geworden’ of ‘Sociale media is onmisbaar geworden’? In 2012 schreven we dat het meervoud juist is. Net als bij ‘gewone’ media; bij het vergelijkbare data zijn we inmiddels iets coulanter.

O ja, en natuurlijk kun je ook gerust social media schrijven in plaats van sociale media.

Is het NS of de NS? En Stichting Vluchteling of de Stichting Vluchtelingen?

Tal van bedrijven en organisaties gebruiken hun eigen naam zonder lidwoord ervoor. Waar we het ‘vroeger’ hadden over de NS, de KLM en de Stichting Vluchteling, zie je steeds vaker NS, KLM en Stichting Vluchteling – in elk geval in hun eigen communicatie, maar dat wordt steeds vaker daarbuiten overgenomen. Op deze pagina van ons Taalloket is er meer over te lezen wanneer dat ‘kan’.

De jaren 2020

Welke verwijswoorden gebruik je bij non-binaire personen?

Het begon al in de jaren 2010, maar vooral in de jaren 2020 kwamen er steeds meer vragen over genderneutrale taal – of beter: genderinclusieve taal. Het kan gaan om neutrale verwijswoorden, om neutrale of juist inclusieve functieaanduidingen, om verwijzingen naar non-binaire personen, om het aanduiden van personen die transgender zijn, en zo meer.

Ga je naar werk, naar je werk of naar het werk?

Ergens in de jaren 2010 kwam het al eens ter sprake, maar rond 2020 kwamen er steeds vaker vragen over naar werk. Die formulering is volledig vergelijkbaar met naar kantoor en naar school, maar veel mensen vinden het niet juist. Prima, je kunt ook gerust een lidwoord of bezittelijk voornaamwoord toevoegen.

Ook in uitdrukkingen worden lidwoorden gaandeweg steeds meer weggelaten, zo lijkt het. Op deze pagina en deze pagina vertellen we daar meer over.

De vragen van de toekomst …

We weten natuurlijk nog niet welke vragen we in de komende decennia en generaties gaan krijgen.

Wie weet stel jij wel de eerste vraag van de nieuwe generatie!

logo
  • Genootschap Onze Taal
  • Paleisstraat 9
  • 2514 JA Den Haag
  • Taalvragen
  • 085 00 28 428 (werkdagen 9.30-12.30 en 13.30-16.00 uur)
  • taalloket@onzetaal.nl
  • Ledenservice
  • 070 356 12 20 (dinsdag en donderdag 9.30-12.00 uur)
  • info@onzetaal.nl

Blijf op de hoogte!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief Taalpost.

  • Privacybeleid
  • Algemene voorwaarden
  • Cookies
  • Contact
Log in


of

Word lid