Wat is juist: de spits afbijten of het spits afbijten?

Het is allebei juist; spits is een de-woord én een het-woord.

De/het spits afbijten betekent ‘als eerste ergens aan beginnen’. Het idee daarbij is dat degenen die volgen het gemakkelijker hebben.

Spits (‘puntig uiteinde, top’) was al in de zestiende eeuw een de-woord én een het-woord. Tegenwoordig is de spits in de dagelijkse praktijk het gebruikelijkst. Het spits komt alleen nog voor in enkele uitdrukkingen: de/het spits afbijten en iemand de/het spits bieden (‘je krachtig verzetten tegen iemand’).

Herkomst van de/het spits afbijten

De uitdrukking de/het spits afbijten gaat terug op de praktijk van gevechten van vroeger. De strijders die vooraan stonden opgesteld, gingen als eersten op de vijand af. Zij moesten al die naar hen opgeheven spitsen van de lansen van de vijand trotseren en afweren. Zo zorgden ze ervoor dat hun strijdmakkers achter hen de vijand gemakkelijker kon bestrijden. F.A. Stoett vermeldt dat deze eerste groep vechtenden als het ware de scherpe punt van de wapens van de vijand afbeet ten gunste van hun strijdmakkers. Zo ontstond de uitdrukking de/het spits afbijten in de betekenis ‘met iets (moeilijks of gevaarlijks) beginnen, en het zo gemakkelijker maken voor degenen die na jou komen’. Deze uitdrukking kwam in elk geval al in de zestiende eeuw voor.

Het spits afbijten is de oudste variant. Daarom vinden sommigen het ook nu nog eigenlijk juister. In krantenarchieven komt de spits afbijten al in het midden van de negentiende eeuw voor. Van Dale neemt de spits afbijten vanaf de achtste druk (uit 1961) op naast het spits afbijten.