Zij is hier een vorm van het werkwoord zijn, een zogeheten aanvoegende wijs. De aanvoegende wijs drukt in ‘Het zij zo’ een gevoel van berusting uit. Bijvoorbeeld: ‘Ze vinden me geloof ik te fel. Het zij zo: ik vind dit belangrijk.’

De aanvoegende wijs

De aanvoegende wijs (soms ook conjunctief genoemd) is een werkwoordsvorm die je vormt door van het hele werkwoord de slot-n af te halen. Vormen als zij, hebbe en leve komen in het hedendaags Nederlands niet zo vaak voor. Ze geven de tekst vaak een formeel, ouderwets of zelfs verheven karakter. In een aantal vaste verbindingen komt de aanvoegende wijs nog wel geregeld voor, zoals in: ‘Hoe het ook zij’, ‘Het ga jullie goed’, ‘God hebbe zijn ziel’ en ‘Leve de koning.’

De aanvoegende wijs drukt vaak een wens, een aansporing, een aanwijzing of een toegeving of een (gevoel van) berusting uit. ‘Het zij zo’ is een uiting van berusting. In zij het dat ... drukt zij een toegeving uit. Bijvoorbeeld: ‘Ook voor de amateurs is er een uitdagend parcours, zij het dat dit wel wat korter is.’ Zij het dat ... betekent dus iets als ‘ook al is/was het (zo dat)’, ‘maar dan wel’.

Klik op het tabblad ‘Voorbeelden’ hierboven voor meer voorbeelden van de aanvoegende wijs.

Toch nog een vraag?

Onze taaladviseurs staan elke werkdag voor je klaar. Neem contact op via

Bel 085 00 28 428 van 9.30 tot 12.00 uur (op donderdag tot 11.00 uur) en van 13.30 tot 16.00 uur Bel 085 00 28 428 van 9.30 tot 12.00 uur (op donderdag tot 11.00 uur) en van 13.30 tot 16.00 uur

(gebruikelijke belkosten, geen extra kosten)

Of stel je vraag via social media of per mail

Hieronder staan voorbeelden van vaste combinaties waarin de aanvoegende wijs van het werkwoord voorkomt. 

Wens

  • dank zij u (dankzij is een voorzetsel geworden)
  • dat haal je de koekoek
  • de hemel/God bewaar/beware me
  • één wens zij ons vergund
  • ere zij God
  • God beter(e) ’t (is een tussenwerpsel geworden: godbetert)
  • God hebbe zijn ziel
  • God zij dank (gebracht) (is een tussenwerpsel geworden: godzijdank/goddank)
  • het ga je/jullie/hun goed
  • hij ruste in vrede
  • leve de koning
  • moge de Heer u zegenen
  • moge het u bekomen
  • mogen allen dit horen
  • redde wie zich redden kan
  • uw naam worde geheiligd, uw koninkrijk kome, uw wil geschiede
  • vrede zij met u
  • zo waarlijk helpe mij God almachtig

Aansporing of aanwijzing

  • ik moge u erop wijzen dat …
  • gelieve met gepast geld te betalen
  • men bedenke dat men slechts één kans krijgt
  • men neme drie ons boter
  • men vergete niet de deur te sluiten
  • men verzuime niet het formulier tijdig in te leveren
  • voor inlichtingen wende men zich tot …

Toegeving of berusting

  • er gebeure wat er gebeuren moet
  • hoe dit ook zij …
  • hoe het ook moge zijn
  • kome wat komt
  • wat dies meer zij
  • ze deed mee, zij het niet van harte

De Nederlandse grammaticale term aanvoegende wijs is een vrij letterlijke vertaling van de Latijnse grammaticale term coniunctivus (‘conjunctief). Coniunctivus komt van het werkwoord coniungere, dat ‘samenvoegen, verbinden’ betekent. De vertaling aanvoegende wijs drukt eigenlijk niet goed uit dat het gaat om een wens, aansporing of uiting van berusting, maar het is wel de ingeburgerde taalkundige benaming geworden. 

‘Wat is de eigenlijke beteekenis van het woord “aanvoegen” in den taalkundigen term: aanvoegende wijs?’ Deze term staat in geenerlei verband met de daardoor aangeduide zaak. Evenmin als zoovele andere in de Nederlandsche spraakkunst en taalwetenschap; ‘deelwoord’ b.v. of ‘onzijdig’ geslacht.

Onze Taal, jaargang 14, 1945