Welke verwijswoorden zijn correct in de zin 'Het team is zo samengesteld dat hij/zij/het al zijn/haar taken goed kan uitvoeren'?

Correct is: 'Het team is zo samengesteld dat het al zijn taken goed kan uitvoeren.' Naar het-woorden (onzijdige woorden), zoals het team, wordt verwezen met het en zijn.

Welk verwijswoord juist is, hangt af van het woordgeslacht (mannelijk, vrouwelijk of onzijdig). Het volgende schema geeft de verschillende mogelijkheden weer:

  geslacht onderwerp lijdend (of ander) voorwerp bezittelijk vnw.

het-woord

het bedrijf

onzijdig het het zijn

de-woord

de raad

mannelijk hij hem zijn

de-woord

de vereniging

vrouwelijk zij/ze haar/ze haar

Hoe weet je welk geslacht een zelfstandig naamwoord heeft? Onzijdige woorden zijn gemakkelijk te herkennen aan het lidwoord: ze krijgen altijd het. Bij mannelijke en vrouwelijke woorden is het lastig: het zijn immers beide de-woorden. Een woordenboek of spellinggids moet dan hulp bieden.

Enkele voorbeelden:

  • Het comité (o.) heeft in zijn vergadering besloten dat het akkoord gaat met de wijzigingen.
  • Ons koor (o.) is trots op zijn dirigent.
  • De vereniging (v.) Vluchtelingenwerk heeft laten weten dat ze zich gesteund voelt door haar vele vrijwilligers.
  • De ondernemingsraad (m.) vindt dat de directie hem zijn werk onmogelijk maakt; hij heeft hierover inmiddels een bezwaarschrift ingediend.
  • De gemeenteraad (m.) heeft in zijn vergadering besloten meer politie in te zetten.
  • De dienst (m.) Stedebouw en Volkshuisvesting springt zorgvuldig om met de hem toevertrouwde gegevens.

De haar-ziekte

Zinnen als 'Het kabinet kwam terug op haar beslissing' en 'De ondernemingsraad werd geraadpleegd; ze had nog enkele bezwaren' komen vaak voor. De vrouwelijke verwijzing wordt hier als een 'fout' beschouwd. Er is zelfs een naam voor: de haar-ziekte; ook spreekt men wel eens van 'haar-pijn'. Maar de neiging om naar woorden als raad, bestuur, dienst, kabinetpubliek en staat met haar en zij te verwijzen, is al oud. Nicoline van der Sijs bespreekt dit verschijnsel in haar boek De geschiedenis van het ABN (2004). In de zeventiende eeuw kwamen verwijzingen zoals in 'Dit volk verbrandt haar doden' en 'Het hof heeft dit door haar arglistigheid bereikt' vaak voor. Volgens Van der Sijs was haar in de verwijzing naar dit soort "collectieve woorden" oorspronkelijk een meervoud. (Het persoonlijk voornaamwoord haar werd aanvankelijk gebruikt in de verwijzing naar het meervoud van alle drie de woordgeslachten.) In de achttiende eeuw ging men de verwijzing met haar ook gebruiken voor de verwijzing naar abstracte woorden als arbeid, dienst en tijd. In deze periode werd het meervoud haar steeds meer verdrongen door het meervoud hun. In "den staat (...) en hare onderdanen" werd haar daardoor steeds vaker als een vrouwelijk enkelvoud geïnterpreteerd. Volgens Van der Sijs kunnen hier ook veelgebruikte personificaties en allegorische voorstellingen een rol hebben gespeeld (denk bijvoorbeeld aan Vrouwe Justitia).

De groep en zijn/haar ...

Er zijn trouwens ook woorden die mannelijk én vrouwelijk zijn (in de meeste woordenboeken en spellinggidsen krijgen die alleen de aanduiding de, zonder m. of v. erachter). Groep is zo'n mannelijk én vrouwelijk de-woord. Daardoor is zowel zijn als haar juist als verwijswoord in bijvoorbeeld Onze groep heeft zijn/haar goede en minder goede kanten. Vaak heeft bij deze de-woorden de mannelijke verwijzing in Nederland de voorkeur; dat wordt gezien als de meest neutrale verwijzing. In Vlaanderen heeft vaak juist de vrouwelijke verwijzing de voorkeur.