Wat is juist: 'De export is een pijler van de economie' of 'De export is een peiler van de economie'?

Juist is 'De export is een pijler van de economie.' Er wordt namelijk bedoeld dat de export een steunpilaar is van de economie, en in deze betekenis is pijler (met lange ij) juist. Pijler is ook goed in bijvoorbeeld: 'Onze secretaresse is de pijler van onze afdeling' en 'Klantvriendelijkheid is een van de pijlers van ons succes.' In bijvoorbeeld 'Het schip botste tegen de pijler van de brug' betekent pijler letterlijk 'steunpilaar' (pijler is dan ook ontstaan als vernederlandsing van het leenwoord pilaar).

Het woord peiler bestaat ook: dat is iemand die (of iets wat) de afmetingen (hoogte, diepte, dikte) van iets meet. Het is afgeleid van het werkwoord peilen ('de diepte opnemen, meten, onderzoeken'). Theoretisch zóú ook mogelijk zijn: 'De export is een peiler van de economie, want de exportcijfers geven aan of de economie er goed voor staat.' Maar peiler past ook nu niet echt goed; graadmeter is een stuk beter. Peiler is wel juist in: 'De vraag die aan opiniepeiler Maurice de Hond werd gesteld, was hoe transparant en onafhankelijk hij als peiler is.'