Middeleeuwen: iiiij

In het Nederlands van de Middeleeuwen werden woorden als prijs en schijnen geschreven als prise en schinen. Om in de schrijftaal duidelijker aan te geven dat deze i lang moest worden uitgesproken, verdubbelde men hem: priise, sc(h)iint (‘schijnt’). Later kreeg de tweede i een haaltje (j). Dat deed men ook omdat er in de Middeleeuwen vaak geen punt op de i werd gezet en ii soms verward werd met de u.

Vanwege die verwarring met de u raakte overigens ook de y (de i-grec) in sommige woorden in gebruik als schriftelijke weergave van een ie-klank. Het woord wijf (in de Middeleeuwen uitgesproken als ‘wief’) kon geschreven worden als wif, wiif, wyf en wief. In de loop van de zestiende eeuw veranderde de uitspraak van de ij: van ‘ie’ naar ‘ei’.

Y en ij: eeuwenlang inwisselbaar

De y staat op de 25e plaats in het Nederlandse alfabet. De ‘letter’ ij komt niet in ons alfabet voor. Het Nederlandse alfabet is gebaseerd op het Latijnse alfabet, waarin de letter y ook al voorkwam. In teksten uit de Middeleeuwen vind je spellingen als cleyn/cleijn (klein) en wyf/wijf (wijf, dat toen werd uitgesproken als ‘wief’). De y en ij waren eeuwenlang min of meer inwisselbaar. Toen de ij de uitspraak ‘ei’ kreeg, ontstond er soms verwarring, ook over de uitspraak van de y.

In de loop van de achttiende eeuw nam het gebruik van de y af. In de negentiende eeuw werd besloten de y alleen nog in vreemde woorden te gebruiken, zoals in coryphee (nu: coryfee) en foyer. Spellingen als koffy/koffij en kledy/kledij werden in de officiële spelling van 1863 koffie en kledij.

In het huidige Nederlands kan de y staan voor:

  • de klank i (zoals in symbool)
  • de klank ie (zoals in cynisch
  • de klank j (zoals in yoghurt)

Waarom zeggen we: ‘iks - ei - zet’?

Hoewel we, wanneer we iets spellen, de y uitspreken als ‘i-grec’ of ‘Griekse ij’, maken we juist bij het opdreunen van het alfabet een uitzondering. De meeste kinderen leren op school ‘(...) iks, ei, zet’ te zeggen. Waarschijnlijk is dit gedaan om de langere benamingen i-grec en Griekse ij te omzeilen. Ypsilon is ook te moeilijk voor kleine kinderen.

Toch nog een vraag?

Onze taaladviseurs staan elke werkdag voor je klaar. Neem contact op via

Bel 085 00 28 428 van 9.30 tot 12.00 uur (op donderdag tot 11.00 uur) en van 13.30 tot 16.00 uur Bel 085 00 28 428 van 9.30 tot 12.00 uur (op donderdag tot 11.00 uur) en van 13.30 tot 16.00 uur

(gebruikelijke belkosten, geen extra kosten)

Of stel je vraag via social media of per mail

Ei

De ‘korte ei’ is ontstaan uit een e, uit egi of ai. De oudere vormen zie je soms in andere talen nog. 

  • uit een e voor woorden met -nd of -nt (wij zeggen einde, maar het Duits nog steeds Ende)
  • uit de Germaanse lettercombinatie egi (zo kennen we zeil en het Duits Segel)
  • uit de combinatie ai (heide, naast het Gotische haidi).

De ei werd vroeger uitgesproken als ‘ee’ en later als ‘ai’. Tussen 1500 en 1700 veranderde de uitspraak in ‘ei’.

Rond 1700 begon de uitspraak van de ei en die van ij samen te vallen. Daarmee kwamen ook de spellingproblemen, want het onderscheid tussen ei en ij is op schrift altijd blijven bestaan: peil naast pijl en reizen naast rijzen.