Wat is het best: Jans fiets of Jan z’n fiets?

Het is allebei juist. Jan z’n fiets is in gesproken taal heel gebruikelijk, net als Emma d’r fiets. Voor geschreven taal wordt deze constructie meestal als te informeel beschouwd. Daarom komen op schrift Jans fiets en Emma’s fiets vaker voor.

De Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS, 1997) geeft onder andere de voorbeelden: ‘Ik heb Jan z’n fiets verkocht’ en ‘Mieke d’r tas ligt op de stoel.’ Deze vormen zijn niet ‘fout’ (ongrammaticaal), maar informeel. In formele taal past dit gebruik van z’n en d’r (of zijn en haar) niet goed. Dus ‘Rutte z’n/zijn toespraak werd goed ontvangen’ is niet zo geschikt als het de bedoeling is serieuze, ‘nette’ (schrijf)taal te hanteren. Dan is Ruttes toespraak een betere keuze (zie ook het advies over de bezits-s), of de omschrijving de toespraak van Rutte.

Volgens de ANS kun je alleen van Jan z’n fiets spreken als je Jan goed kent. Die vertrouwdheid bestaat ook bij m’n vader z’n werk en de buurvrouw d’r motor. Bij personen die ver van je af staan, komt de constructie met z’n of d’r raar of ironisch over: Maxima d’r toespraak, de paus z’n gebed. En bij zaken is het gebruik ervan niet mogelijk: niemand zal het over de fiets z’n frame hebben.