Er zijn vijf soorten indirecte objecten: meewerkend voorwerp, belanghebbend voorwerp, ondervindend voorwerp, bezittend voorwerp en de ethische datief.

  • Sam gaf Eric een cadeautje. (Eric is meewerkend voorwerp)
  • Ouders gunnen hun kinderen alles. (hun kinderen is belanghebbend voorwerp)
  • Het spijt me dat ik het je niet eerder heb verteld. (me is ondervindend voorwerp)
  • Dat stuitte de werknemers tegen de borst. (de werknemers is bezittend voorwerp)
  • Dat is me wat! (me is een ethische datief)

Het indirect object (of indirect voorwerp) komt vaak voor naast een lijdend voorwerp, dat ook wel direct object genoemd wordt. In: ‘De nacht geeft mij rust’ is rust lijdend voorwerp en mij een indirect object (een meewerkend voorwerp).

Toch nog een vraag?

Onze taaladviseurs staan elke werkdag voor je klaar. Neem contact op via

Bel 085 00 28 428 van 9.30 tot 12.00 uur (op donderdag tot 11.00 uur) en van 13.30 tot 16.00 uur Bel 085 00 28 428 van 9.30 tot 12.00 uur (op donderdag tot 11.00 uur) en van 13.30 tot 16.00 uur

(gebruikelijke belkosten, geen extra kosten)

Of stel je vraag via social media of per mail