Wat voor zinsdeel is Emma in ‘De vakantie beviel Emma uitstekend’?
Emma wordt hier een ondervindend voorwerp genoemd. Het ondervindend voorwerp duidt degene aan die de werking van het gezegde ‘ondervindt’.
Het ondervindend voorwerp is nauw verwant aan het meewerkend voorwerp. Het zijn allebei indirecte objecten.
Bij het ondervindend voorwerp geeft de werking van het gezegde iemand een bepaald gevoel, of diegene doet er een bepaalde ervaring door op. Je kunt er soms het voorzetsel bij bij denken, en soms voor of volgens. Voorbeelden:
- Dat gebeurt die onhandige jongen wel vaker. (‘het gebeurt bij die onhandige jongen’)
- Die broek past me niet meer. (‘past bij mij niet meer’)
- Het viel hun op dat er veel huizen te koop staan in de wijk. (‘viel bij de betrokken personen op’)
- Karten lijkt me nou echt iets voor jou. (‘volgens mij is het iets voor jou’)
- De toespraak duurde hun allemaal veel te lang. (‘voor de betrokken personen duurde het te lang’)
- Ze zeiden dat het hun niet om het geld ging.
Hun of hen?
Omdat het ondervindend voorwerp een indirect object is, is hun de juiste vorm van het persoonlijk voornaamwoord volgens de oude grammaticaregel voor hun en hen. In de praktijk zie je echter vaak zinnen als ‘De toespraak duurde hen allemaal veel te lang’ en ‘Ze zeiden dat het hen niet om het geld ging.’ Hen klinkt voor veel mensen namelijk beter. Daardoor is de taalnorm aan het verschuiven en geldt hen niet langer als een fout.
‘Het is me wat’: ethische datief
De ethische datief (bijvoorbeeld me in ‘Het is me wat!’ en ‘En toen werd-ie me toch kwaad!’) is verwant aan het ondervindend voorwerp. Een verschil is dat het ondervindend voorwerp uit allerlei zelfstandige naamwoorden kan bestaan, terwijl de ethische datief altijd je of me is.
Blij met deze uitleg?
Met een donatie van € 5 steun je Onze Taal. Bedankt!