Wat voor zinsdeel is zijn vriend in ‘Hij keek zijn vriend diep in de ogen’?
Zijn vriend benoem je hier als een bezittend voorwerp. Dit zinsdeel geeft aan van wie een bepaald lichaamsdeel of kledingstuk is dat ergens anders in de zin staat.
In de zin ‘Hij keek zijn vriend diep in de ogen’ is de vriend de ‘bezitter’ van de ogen. Daarom noem je zijn vriend hier een bezittend voorwerp.
In zinnen met een bezittend voorwerp staat vaak een lichaamsdeel of kledingstuk. Het gaat dus om iets wat deel uitmaakt van iemands lichaam of om iets wat dat lichaam omhult. Bovendien gaat het vaak om vaste verbindingen zoals iemand diep in de ogen kijken en iemand iets voor de voeten werpen.
Het bedoelde lichaamsdeel of kledingstuk dat deel uitmaakt van een bezittend voorwerp, staat meestal in een voorzetselconstructie: in de ogen, in de hand, voor de voeten, van zijn jas, enz. Een andere naam voor het bezittend voorwerp is possessieve datief.
Meer voorbeelden met een bezittend voorwerp:
- De haren rezen hem te berge.
- Het besluit stuitte haar tegen de borst.
- De man stopte zijn zoontje een euro in de hand.
- De poes loopt mij ’s ochtends altijd behoorlijk voor de voeten.
- De verwijten vlogen hun om de oren.
- Ze sloegen hun het glas uit de hand.
- De achtervolgers zaten hun op de hielen.
- De tranen stonden hun in de ogen toen ze afscheid namen.
- Hun werd de grond te heet onder de voeten!
- Gelijk willen hebben zit ons in het bloed.
- De supporters dromden om hen heen en rukten hun de shirtjes van het lijf.
- Hij trok hem de knopen van zijn jas.
Ook in de onderstaande zinnen kun je de gecursiveerde zinsdelen als bezittend voorwerp benoemen:
- Zij stonden hun naar het leven. (Alhoewel het leven geen lichaamsdeel of kledingstuk is, is het wel een soort ‘onvervreemdbaar’ bezit van alles wat leeft.)
- Je moet dat soort sentimenten meteen de kop indrukken. (Sentimenten hebben eigenlijk natuurlijk geen kop.)
Hij keek hun/hen diep in de ogen
In zinnen als ‘Hij keek hun diep in de ogen’ is volgens een oude taalregel hun goed. Hun is namelijk de vorm die je volgens deze regel moet gebruiken als je met een indirect object te maken hebt, en het bezittend voorwerp is zo’n indirect object. Maar in de praktijk kom je zinnen als ‘Hij keek hen diep in de ogen’ vaak tegen. Het valt steeds minder mensen op als een fout. Er gaan zelfs steeds vaker stemmen op om hen hier goed te keuren en dus tot taalnorm te maken.
Blij met deze uitleg?
Met een donatie van € 5 steun je Onze Taal. Bedankt!