Wanneer is houd juist en wanneer houdt? En hoe zit het met hou?

Houd is juist:

1. Voor of na het persoonlijk voornaamwoord ik (eerste persoon):

  • Ik houd van thee én koffie
  • Hoe houd ik een verkooppraatje?
  • Overdrijven, daar houd ik niet van.

In al deze gevallen is hou overigens ook mogelijk: de d van de stam kan bij houden wegvallen. Wel is hou informeler dan houd. Dat geldt ook voor de gevallen hieronder.

2. Vóór het persoonlijk voornaamwoord je/jij (tweede persoon):

  • Houd jij meer van thee of van koffie?
  • Houd je morgen je lezing?
  • Zo houd je tijd over.
  • Als leidinggevende houd jij het overzicht over de planning.

3. Als gebiedende wijs:

  • Houd uw stad schoon!
  • Houd je mond!
  • Houd vol!
  • Houd afstand!
  • Houd uw kaartjes gereed.
  • Houd uw computer virusvrij.
  • Houd je hoofd erbij.
  • Houd mijn tas eens vast.
  • Houd me op de hoogte!
  • Houd u aan de regels! (u = hier ‘uzelf’, niet het onderwerp u)

Houdt (stam plus t) is juist:

1. Na het persoonlijk voornaamwoord je/jij (tweede persoon):

  • Jij houdt toch niet van voetbal?
  • Je houdt het schilderij verkeerd om.
  • Je houdt geen rekening met anderen.

2. Voor en na het persoonlijk voornaamwoord u (de beleefde vorm van de tweede persoon):

  • U houdt toch niet van voetbal?
  • U houdt goed de vaart erin!
  • Houdt u meer van thee of van koffie?
  • Houdt u rekening met een wachttijd.
  • Houdt u uw pasje bij de hand.
  • Houdt u de boel in de gaten?

3a. Voor en na de persoonlijke voornaamwoorden hij/zij/het/men (derde persoon):

  • Hij houdt het meest van hockey.
  • Zij houdt voet bij stuk.
  • Zie je dat kindje? Het houdt zijn knuffel stevig vast.
  • Men houdt de stand nauwkeurig bij.
  • Houdt hij zich aan de regels?
  • Houdt zij nu wel of geen speech?
  • Het comité is nu in vergadering; het houdt morgen een inzamelingsactie.
  • Hier houdt men wel van een geintje.

3b. Voor en na een andere derde persoon – dat kunnen allerlei woorden zijn:

  • Iedereen houdt van vrolijkheid.
  • Wie houdt de stopwatch vast?
  • Morgen houdt het parlement een bijeenkomst.
  • Frieda houdt een speech.
  • Het hele land houdt zijn adem in.
  • Voorlopig houdt de discussie nog aan.
  • Houdt de nachtvorst aan?
  • Het hoe en waarom houdt ons allemaal bezig.