Waarom zeg je een mooi huis en een mooie woning?

Dat komt doordat woning en huis niet hetzelfde woordgeslacht hebben: woning is een de-woord (het is de woning) en huis is een het-woord (het is het huis). Voor een de-woord komt er bijna altijd een buigings-e achter het bijvoeglijk naamwoord: een mooie woning (het is ook de mooie woning). Voor een het-woord gebeurt dat niet als er een voor het bijvoeglijk naamwoord staat: een mooi huis (het is wel het mooie huis).

Wie het Nederlands als moedertaal leert, hoeft de regels voor het gebruiken van de buigings-e niet echt te leren; die pik je in de eerste jaren van je leven vanzelf op. Alleen uitzonderingen kunnen weleens tot twijfel leiden; zie daarvoor de 'verwante kwesties' rechts van dit advies. Wie op latere leeftijd Nederlands leert, kan echter veel moeite hebben met het toepassen van de regels voor het juiste gebruik van de buigings-e. Hieronder worden deze regels kort uitgelegd. Een uitgebreide toelichting staat in de Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS, 1997).

Er komt wel een e achter het bijvoeglijk naamwoord als:

  1. er een de-woord op volgt: de snelle auto, een mooie woning;
  2. er een meervoud op volgt: snelle auto’s, mooie woningen, mooie huizen;
  3. er een het-woord op volgt én het voorafgegaan wordt door het, mijn, jouw, zijn, haar, uw, ons, jullie, hun of de bezitsvorm van een eigennaam: het mooie schilderij, ons mooie huis, uw lekkere recept, hun oude autootje, Lisa's kleine zusje.

Er komt geen e achter het bijvoeglijk naamwoord als:

  1. er een het-woord op volgt én er geen ander woord voor staat: 'Leuk huis hebben jullie', 'Mooi dingetje, die Apple';
  2. er een het-woord op volgt én het voorafgegaan wordt door het onbepaalde lidwoord een: een stoer meisje, een mooi jongetje;
  3. er een het-woord op volgt én het voorafgegaan wordt door het woord ander, anderhalf, één, elk, enig, geen, genoeg, ieder, meer, menig, minder, te veel/weinig, veel, weinig, welk, zo'n of zulk: ander vreemd geld, anderhalf belegd broodje, elk lief kind, enig goed nieuws, geen klein park, genoeg slap gepraat, meer lekker eten, menig nieuw Kamerlid, minder schoon water, te veel/weinig contant geld, veel mooi werk, welk slim kind, weinig goed nieuws, zo'n brutaal nest, zulk mooi weer.

Op deze basisregels bestaan (helaas) veel uitzonderingen. Daarover is meer te lezen in de verwante adviezen (rechts op het scherm).