Wat is juist: het hachelijke avontuur of het hachelijk avontuur?

Het is allebei mogelijk. Volgens de basisregel zou hachelijke het meest voor de hand liggen; na het lidwoord het krijgt het bijvoeglijk naamwoord namelijk doorgaans een buigings-e: het mooie avontuur, het spannende avontuur, het goede boek, het oude huis. Maar de buigings-e vóór het-woorden kan soms vervallen. Dat gebeurt het vaakst als het bijvoeglijk naamwoord op -lijk of -ig eindigt. Het is moeilijk onder woorden te brengen waarom dat gebeurt; meestal vindt men het gewoon fraaier om de buigings-e weg te laten. Vaak ook is deze buigings-e de derde opeenvolgende onbeklemtoonde lettergreep – dan is de neiging om die e weg te laten extra groot.

Andere voorbeelden waarbij de buigings-e van het bijvoeglijk naamwoord kan wegblijven vóór een het-woord:

  • het onvermijdelijk gevolg
  • het belachelijk voorstel
  • het dagelijks leven
  • het niet onverdienstelijk debuut
  • ons genoeglijk samenzijn
  • Dracula's onappetijtelijk smoelwerk
  • dat gezellig cafeetje
  • dat aardig jongetje
  • dat geweldig plan
  • dat ongeduldig persoontje
  • het parmantig kereltje

Tegenwoordig zullen de meeste taalgebruikers hier overigens het liefst de buigings-e wél schrijven; het weglaten van de e kan wat oubollig overkomen. Maar fout is het dus niet; het is vooral een kwestie van smaak.

In het meervoud is de buigings-e juist, of het lidwoord er nu bij staat of niet: (de) hachelijke avonturen, (de) belachelijke voorstellen. Als het onbepaald lidwoord een wordt gebruikt, vervalt bij het-woorden de buigings-e van het bijvoeglijk naamwoord altijd: een hachelijk avontuur, een onvermijdelijk gevolg.