Wél een -e

Je schrijft in de meeste gevallen een -e. Er komt een e achter het bijvoeglijk naamwoord als:

  • er een de-woord op volgt: snelle auto, de mooie woning, die lieve jongen;
  • er een meervoud op volgt: snelle auto’s, mooie woningen, mooie huizen;
  • er een het-woord op volgt én het voorafgegaan wordt door:
    • hethet mooie huis
    • dit, dat: dit mooie huisdat brede kanaal;
    • mijn, jouw, zijn, haar, uw, ons, jullie, hunons mooie huis, uw lekkere recept, hun oude autootje;
    • of de bezitsvorm van een eigennaam: Lisa’s mooie huis.

Géén -e

Er komt géén -e achter het bijvoeglijk naamwoord als:

  • er een het-woord op volgt én er een of geen voor staat: een mooi huis, een stoer meisje;
  • er een het-woord op volgt én er geen ander woord voor staat (zoals dit, dat, mijn, haar ...): mooi huis, stoer meisje.

In deze gevallen is het-woord ‘onbepaald’ gebruikt. Dat betekent dat er geen bepaald lidwoord (het) of voornaamwoord (dat, mijn, etc.) voor staat.

Op het tabblad ‘Schematisch’ zie je in een handig overzicht wanneer je wel of geen buigings-e gebruikt.

Uitzonderingen

Op deze basisregels bestaan uitzonderingen. De buigings-e kan wegvallen in de volgende gevallen:

Blij met deze uitleg?

Met een donatie van € 5 steun je Onze Taal. Bedankt!

Wel of geen buigings-e: de, het, een

Er komt altijd buigings-e achter het bijvoeglijk naamwoord als het voor een zelfstandig naamwoord staat dat ‘bepaald’ is. Bijvoorbeeld als er een bepaald lidwoord de of het voor staat. Is het zelfstandig naamwoord ‘onbepaald’, dan komt er geen buigings-e bij het-woorden.

Dat zie je in de tabel hieronder.

de-woord
bijv. woning

het-woord
bijv. huis

bepaald

de mooie woning

het mooie huis

onbepaald

een mooie woning

een mooi huis

Let op: meervouden zijn altijd de-woorden. Het is het huis, maar de huizen. Voor het-woorden in het meervoud geldt dus de regel voor de-woorden: altijd een buigings-e. Bijvoorbeeld: de mooie huizen.

Wel of geen buigings-e: die, mijn, geen, elke …

Er zijn behalve lidwoorden nog wat andere soorten woorden die een zelfstandig naamwoord bepaald en onbepaald kunnen maken. Ook dan geldt: er komt geen buigings-e bij (enkelvoudige) het-woorden die onbepaald zijn.

In deze tabel zie je welke woorden een zelfstandig naamwoord bepaald of onbepaald maken.

de-woord:
bijv. woning of sneeuw

het-woord:
bijv. huis of weer

bepaald

aanwijzend voornaam-
woord

die mooie woning
deze mooie woning

dat mooie huis
dit mooie huis

bezittelijk voornaam-
woord of bezitsvorm

mijn mooie woning
jouw mooie woning
uw mooie woning
zijn mooie woning
haar mooie woning
onze mooie woning
jullie mooie woning
hun mooie woning
Lisa’s mooie woning

mijn mooie huis
jouw mooie huis
uw mooie huis
zijn mooie huis
haar mooie huis
onze mooie huis
jullie mooie huis
hun mooie huis
Lisa’s mooie huis

onbepaald

geen
elk
ieder
welk
zo’n
menig
enig
anderhalf

geen mooie woning
elke mooie woning
iedere mooie woning
welke mooie woning
zo’n mooie woning
menige mooie woning
enige mooie woning
anderhalve mooie woning

geen mooi huis
elk mooi huis
ieder mooi huis
welk mooi huis
zo’n mooi huis
menig mooi huis
enig mooi huis
anderhalf mooi huis

[niets]

mooie sneeuw

mooi weer

ander
genoeg
meer
minder
veel
weinig
wat
zulk

andere mooie sneeuw
genoeg mooie sneeuw
meer mooie sneeuw
minder mooie sneeuw
veel mooie sneeuw
weinig mooie sneeuw
wat mooie sneeuw
zulke mooie sneeuw

ander mooi weer
genoeg mooi weer
meer mooi weer
minder mooi weer
veel mooi weer
weinig mooi weer
wat mooi weer
zulk mooi weer

Er zijn nog wel veel meer voornaamwoorden en telwoorden die niet in deze tabel staan, zoals alle of drie. Maar die staan altijd voor een meervoud, en dan krijg je altijd een buigings-e. Bijvoorbeeld: alle mooie huizen, drie mooie huizen.

Blij met deze uitleg?

Met een donatie van € 5 steun je Onze Taal. Bedankt!