Wat is juist: ‘Ik ben gevraagd om een presentatie te geven’ of ‘Mij is gevraagd om een presentatie te geven’?
Het is allebei goed.
Het werkwoord vragen heeft verschillende betekenissen, waarvan er een is: ‘verzoeken, aansporen’. In die betekenis combineer je het met een beknopte bijzin, die vaak begint met om:
- De directeur heeft mij gevraagd om een presentatie te geven.
- Mijn moeder vroeg me telkens om op te ruimen.
- Ik vraag je vriendelijk op tijd te komen.
Deze zinnen kun je telkens op twee manieren bekijken: mij, me en je zijn hier ofwel het meewerkend voorwerp ofwel het lijdend voorwerp. De ene ontleding is niet beter of voor de hand liggender dan de andere: ze zijn gelijkwaardig. Daardoor zijn er voor de passieve zin ook twee gelijkwaardige mogelijkheden: ‘Ik ben gevraagd om een presentatie te geven’ en ‘Mij is gevraagd om een presentatie te geven.’
Blij met deze uitleg?
Met een donatie van € 5 steun je Onze Taal. Bedankt!
Mij als lijdend voorwerp: ‘Ik ben gevraagd’
Je kunt mij, me en je in zulke zinnen als lijdend voorwerp beschouwen. Als je er dan met het hulpwerkwoord zijn of worden een passieve zin van maakt, wordt het lijdend voorwerp het onderwerp:
- Ik ben gevraagd om een presentatie te geven.
- Telkens werd ik gevraagd om op te ruimen.
- Je wordt vriendelijk gevraagd op tijd te komen. (‘Jij wordt …’)
Mij als meewerkend voorwerp: ‘Mij is gevraagd’ (‘Er is mij gevraagd’)
Je kunt mij, me en je ook als meewerkend voorwerp beschouwen. De bijzin is dan het lijdend voorwerp. Als je er dan met het hulpwerkwoord zijn of worden een passieve zin van maakt, wordt de bijzin het onderwerp. De meewerkende voorwerpen mij, me en je blijven in de passieve zin het meewerkend voorwerp:
- Mij is gevraagd om een presentatie te geven.
- Telkens werd me gevraagd om op te ruimen.
- Je wordt vriendelijk gevraagd op tijd te komen. (‘Jou wordt …’)
Omdat de bijzin telkens het onderwerp is, staat de persoonsvorm in de derde persoon enkelvoud: is, werd en wordt.
In zulke passieve zinnen, met een bijzin als onderwerp, verschijnt vaak het woordje er in de zin: ‘Er is mij gevraagd om een presentatie te geven.’
Verzoeken, aanraden, adviseren
Wat geldt voor vragen in de betekenis ‘verzoeken, aansporen’, geldt voor meer werkwoorden, zoals verzoeken, aanraden, afraden, adviseren en bevelen. Zie ook het tabblad ‘Voorbeelden’.
Andere betekenissen van vragen
In andere betekenissen van vragen is vaak wel duidelijk of het om een lijdend voorwerp of een meewerkend voorwerp gaat. In zulke gevallen is er voor de passieve zin ook maar één mogelijkheid.
- Ze vraagt mij waar de suiker staat. (vragen = ‘een vraag stellen aan’)
→ (Aan) mij wordt gevraagd waar de suiker staat.
(met er: ‘Er wordt (aan) mij gevraagd ...’) - De juf vroeg de kinderen hoeveel 5 x 7 is. (vragen = ‘een vraag stellen aan’)
→ (Aan) de kinderen werd gevraagd hoeveel 5 x 7 is.
(met er: ‘Er werd (aan) de kinderen gevraagd …’) - Hij heeft me op de koffie gevraagd. (vragen = ‘uitnodigen’)
→ Ik ben op de koffie gevraagd. - De voorzitter vroeg hen voor een werkgroep. (vragen = ‘uitnodigen, informeren naar beschikbaarheid’)
→ Ze werden gevraagd voor een werkgroep.
Er zijn mensen die menen dat vragen altijd met een meewerkend voorwerp voorkomt. Volgens die mensen kan alleen ‘Mij is gevraagd’ juist zijn. Dat is dus niet waar. Bij vragen hangt het af van de betekenis welke ontleding goed is; bij de betekenis ‘verzoeken, aansporen’ zijn beide ontledingen mogelijk.
Blij met deze uitleg?
Met een donatie van € 5 steun je Onze Taal. Bedankt!
Ook verzoeken, aanraden, afraden, adviseren, bevelen kunnen met een bijzin voorkomen en kunnen dan zowel een lijdend voorwerp als een meewerkend voorwerp nemen. Daardoor zijn er voor passieve zinnen telkens twee mogelijkheden:
- Ik ben verzocht over te stappen. (ik = onderwerp)
- Mij is verzocht over te stappen. / Er is mij verzocht over te stappen. (mij = meewerkend voorwerp)
- Hij werd geadviseerd een jaar over te doen. (hij = onderwerp)
- Hem werd geadviseerd een jaar over te doen. / Er werd hem geadviseerd (…) (hem = meewerkend voorwerp)
- Meteen word je aangeraden om naar de dokter te gaan. (je = onderwerp)
- Meteen wordt je aangeraden om naar de dokter te gaan. / Er wordt je meteen aangeraden (…) (je = meewerkend voorwerp)
- De kinderen zijn bevolen om naar bed te gaan. (de kinderen = onderwerp)
- De kinderen is bevolen om naar bed te gaan. / Er is de kinderen bevolen om naar bed te gaan. (de kinderen = meewerkend voorwerp)