De verkleinwoorden zijn in grote lijnen in te delen in categorieën op basis van de vorm en klemtoon van het grondwoord. Hieronder staan de belangrijkste categorieën.

Het type gummetje, kinnetje, gangetje, balletje

Als een woord eindigt op een nasale klank (m, n, ng) of op een l, én er gaat een korte klank (maar geen ‘toonloze e’) aan vooraf, dan komt er -etje achter. Voorbeelden: bommetje, cd-rommetje, inhammetje, accordeonnetje, lampionnetje, nonnetje, slangetje, tangetje, tongetje, kringetje, stringetje, parasolletje, forelletje, spelletje, tabelletje. De slotmedeklinker van het grondwoord wordt verdubbeld als dat nodig is voor de juiste uitspraak.

Zie verder omlaag voor de specifieke regels voor woorden die eindigen op -ing.

Het type karretje

Als een woord uit één lettergreep bestaat, een korte klank bevat én op een r eindigt, wordt ook -etje toegevoegd. Voorbeelden: barretje, porretje, sterretje. Dat geldt ook voor woorden die zijn samengesteld met zo’n eenlettergrepig woord: minibarretje, hangsnorretje, filmsterretje, enz.

Het type bezempje, filmpje, wormpje

Als een woord eindigt op een m met daaraan voorafgaand een lange klank of toonloze e, of als een woord eindigt op -lm of -rm, wordt -pje toegevoegd. Voorbeelden: albumpje, bodempje, geheimpje, kostuumpje, lichaampje, museumpje, pluimpje, probleempje, referendumpje; filmpje, riempje, psalmpje, zalmpje, schermpje, uniformpje, wormpje. Het is ook columnpje: de n valt weg in de uitspraak, maar moet wel worden opgeschreven.

Het type streepje, taartje, hoekje, eendje, baasje, boefje

Na woorden die (in de uitspraak, niet per se in de spelling) eindigen op de medeklinkers p, t, k, d, s en f wordt -je toegevoegd. Voorbeelden: popje, potje, websiteje, bakje, cakeje, smaakje, kladje, stadje, hemdje, mesje, busje, pluisje, neusje, briefje, hofje, kalfje.

Woorden die eindigen op -ing

Als een woord meer dan één lettergreep heeft, eindigt op -ing én de hoofdklemtoon ligt op de lettergreep vóór -ing, wordt -kje toegevoegd. De g valt dan weg. Voorbeelden: beloninkje, bestellinkje, buiginkje, campinkje, harinkje, kettinkje, koninkje, meninkje, ontploffinkje, ontstekinkje, puddinkje, sluitinkje, verfrissinkje, vertellinkje, woninkje. Dat geldt ook voor samenstellingen die op zo’n woord eindigen: halskettinkje, winterkoninkje, ritssluitinkje, enz.

Als een woord op -ing eindigt en er gaat een ónbeklemtoonde lettergreep aan vooraf, komt er -etje achter. Voorbeelden: buitelingetje, lievelingetje, krakelingetje, tekeningetje, vergaderingetje, versnaperingetje, verstekelingetje, verzamelingetje, wandelingetje.

Overige gevallen: -tje

  • Woorden die eindigen op een n, l of r die voorafgegaan wordt door een lange klank of een toonloze e. Voorbeelden: banaantje, clowntje, tuintje, keeltje, kuiltje, lepeltje, altaartje, kikkertje.
  • Woorden die uit meerdere lettergrepen bestaan en eindigen op een korte klank (maar geen toonloze e) plus een r. Voorbeelden: radartje, motortje, sponsortje, tractortje, lucifertje.
  • Woorden die (in de uitspraak, niet per se in de spelling) eindigen op een klinker. Voorbeelden: anekdotetje, autootje, cadeautje, bulletintje, compromistje (naast compromisje, omdat de slot-s ook kan worden uitgesproken), dinertje, koetje, pasteitje, portemonneetje, relaistje, rendez-voustje, reutje, slaatje, soupertje, truitje.
  • Leenwoorden die eindigen op een van de uitgangen -ade, -ave, -ffe, -ine, -tte, -ule, -ure, -ute en waarbij de eind-e van het grondwoord voor het verkleiningsachtervoegsel wordt uitgesproken: giraffetje (naast girafje zonder -e), moleculetje (naast molecuultje zonder -e), machinetje (naast machientje zonder -e), enveloppetje (naast envelopje zonder -e), blessuretje (naast blessuurtje zonder -e), brunettetje (naast brunetje zonder -e), mascottetje (naast mascotje zonder -e), bouillabaissetje (naast bouillabaisseje zonder -e), directoiretje, moussetje (naast mousseje zonder -e), actricetje, adviseusetje, affairetje, portefeuilletje. Als de eind-e van het grondwoord voor het verkleiningsachtervoegsel niet wordt uitgesproken, wordt het grondwoord vernederlandst. Voorbeelden: karbonaadje, piafje, tartuufje, racletje, parachuutje.
  • Woorden die (in de uitspraak) eindigen op een j of een w. Voorbeelden: kooitje, haaitje, leeuwtje, klauwtje.

Bijzondere gevallen

  • Bij woorden die uit twee lettergrepen bestaan, waarbij de klemtoon op de eerste lettergreep ligt, en waarin die laatste lettergreep een korte klank is gevolgd door een n, m, ng of l, is naast -etje (zie hierboven) ook -tje, -pje of -kje toegestaan. Voorbeelden: pythontje, consultje, pelgrimpje, saronkje.
  • Bij woorden die uit één lettergreep bestaan en eindigen op een p, b of g is naast -je (zie hierboven) ook -etje mogelijk. Voorbeelden: kippetje, poppetje, schubbetje, kribbetje, ruggetje, slabbetje, vlaggetje, weggetje, wiggetje.
  • Bij woorden die eindigen op een lange klank plus m en n is naast -pje (zie hierboven) ook -etje toegestaan; soms heeft het geheel dan een andere betekenis. Voorbeelden: bloemetje (‘bos(je) bloemen’), katoenetje (‘kledingstuk van katoen’).
  • Bij woorden die eindigen op een lange klank plus l is naast -tje soms ook -etje toegestaan: wieletje.
  • Bij Franse leenwoorden die eindigen op een -t of -d wordt -je toegevoegd, ook al wordt die d of t in zo’n leenwoord niet uitgesproken: biscuitje, circuitje, colbertje, chaletje, toupetje, pernodje, boulevardje.
  • Bij een aantal woorden verandert de klinker in het verkleinwoord. Voorbeelden: blad-blaadje, gat-gaatje (gatje betekent ‘kontje’), glas-glaasje, lot-lootje (naast lotje), pad-paadje, schip-scheepje, vat-vaatje.
  • Kindertjes en kleertjes komen alleen in het meervoud voor.
  • De verkleinvorm van rad is radje, raadje of radertje.

A4’tje en sms’je

In verkleinvormen als A4’tje, A5’je, mp3’tje en 6’je is een apostrof nodig tussen het cijfer en het achtervoegsel tje/je. Dat geldt ook voor verkleinvormen van afkortingen: in bv’tje, dvd’tje en sms’je komt er een apostrof voor het achtervoegsel tje/je (geen streepje, zie ook deze pagina).

Toch nog een vraag?

Onze taaladviseurs staan elke werkdag voor je klaar. Neem contact op via

Bel 085 00 28 428 van 9.30 tot 12.00 uur (op donderdag tot 11.00 uur) en van 13.30 tot 16.00 uur Bel 085 00 28 428 van 9.30 tot 12.00 uur (op donderdag tot 11.00 uur) en van 13.30 tot 16.00 uur

(gebruikelijke belkosten, geen extra kosten)

Of stel je vraag via social media of per mail