Wanneer is houd juist en wanneer houdt?
Houd is goed in bijvoorbeeld: ‘Ik houd de deur open’, ‘Houd jij de deur open?’ en ‘Houd de deur open!’ Houdt is goed in bijvoorbeeld: ‘Jij houdt de deur open’, ‘Maaike houdt de deur open’ en ‘Houdt u de deur open?’
Als je van het werkwoord houden de uitgang -en afhaalt, blijft de stam houd over. Hieronder vind je de regels die bepalen wanneer je daar wel of niet een -t aan moet toevoegen.
Drie gevallen waarin je houd schrijft, zonder -t
1 Ik houd / houd ik
Als het persoonlijk voornaamwoord ik (eerste persoon) het onderwerp is, is houd goed. Het maakt niet uit of ik voor of na houd staat:
- Ik houd van thee én koffie.
- Hoe houd ik een goed humeur in drukke tijden?
Hou kan hier trouwens ook. De d van de stam kan bij houden wegvallen. Wel is bijvoorbeeld ‘Hoe hou ik een goed humeur?’ informeler dan de zin met houd.
2 Houd jij/je
Als jij of je het onderwerp is en achter houd staat, komt er geen t achter de stam:
- Houd jij meer van thee of van koffie?
- Houd je meer van thee of van koffie?
- Hoe houd jij je bureau toch zo netjes?
- Hoe houd je je bureau toch zo netjes?
- Zo houd jij tijd over.
- Zo houd je tijd over.
Bij zinnen met je moet je wel altijd opletten of je het onderwerp is. Alleen dan schrijf je houd je zonder -t. Je moet je dus kunnen vervangen door de nadrukkelijke vorm jij. (Zie ook de pagina over ‘Wat houdt je bezig?’ In ‘Wat houdt je bezig?’ is je niet te vervangen door jij.)
Ook hier is hou in informeel taalgebruik heel gebruikelijk: ‘Zo hou je tijd over.’
3 Houd uw stad schoon!
Als houd een gebiedende wijs is, komt er ook geen t achter de stam. Het gaat dan om een bevel, een aansporing, een tip, enz.:
- Houd uw stad schoon!
- Houd je mond!
- Houd uw mond!
- Houd vol!
- Houd afstand!
- Houd uw kaartjes gereed.
- Houd uw computer virusvrij.
- Houd je hoofd erbij.
- Houd mijn tas eens vast.
- Houd me op de hoogte!
- Houd u aan de regels! (u = hier ‘uzelf’, niet het onderwerp u; zie ook de pagina over ‘Meld u aan’ en ‘Meldt u zich aan’)
Ook in deze voorbeelden kan de slot-d wegvallen. Dat gebeurt vooral in informele zinnen als ‘Hou je kop!’ en ‘Hou je haaks!’
Vier gevallen waarin je houdt schrijft, met -t
1 Je/jij houdt
Na het persoonlijk voornaamwoord je/jij (tweede persoon) komt er een t achter de stam houd:
- Jij houdt toch niet van voetbal?
- Je houdt het schilderij verkeerd om.
- Het is mooi dat je veel rekening houdt met anderen.
2 U houdt en houdt u
Voor en na het persoonlijk voornaamwoord u (de beleefde vorm van de tweede persoon) komt er een t achter de stam houd:
- U houdt toch niet van voetbal?
- U houdt goed de vaart erin!
- Houdt u meer van thee of van koffie?
- Houdt u rekening met een wachttijd.
- Houdt u uw pasje bij de hand.
- Houdt u de boel in de gaten?
3 Hij/zij/het/men houdt en houdt hij/zij/het/men?
Voor en na de persoonlijke voornaamwoorden hij/zij/het/men (derde persoon) komt er een t achter de stam houd:
- Hij houdt het meest van hockey.
- Zij houdt voet bij stuk.
- Het houdt straks op met regenen.
- Men houdt de stand nauwkeurig bij.
- Houdt hij zich aan de regels?
- Houdt zij nu wel of geen toespraak?
- Het comité is nu in vergadering; het houdt morgen een inzamelingsactie.
- Hier houdt men wel van een geintje.
4 Iedereen/Karin/Bob houdt en houdt iedereen/Karin/Bob
Voor en na een andere derde persoon – dat kunnen allerlei woorden zijn – komt er een t achter de stam houd:
- Iedereen houdt van vrolijkheid.
- Wie houdt de stopwatch vast?
- Morgen houdt het parlement een bijeenkomst.
- Karin houdt een toespraak.
- Bob houdt van koken.
- Het hele land houdt zijn adem in.
- Voorlopig houdt de discussie nog aan.
- Houdt de nachtvorst aan?
- Het hoe en waarom houdt ons allemaal bezig.
Oefenen?
Wil je oefenen met houd en houdt? Klik dan op het tabblad ‘Oefenen’ hierboven.
Blij met deze uitleg?
Met een donatie van € 5 steun je Onze Taal. Bedankt!
Wil je oefenen met houd en houdt? Doe dan de ‘houd/houdt’-test (tien vragen).
Online training
Vond je de test lastig? Dan is onze online training werkwoordspelling iets voor jou. In deze training krijg je niet alleen meer uitleg over de de tegenwoordige tijd, zoals houd en houdt, maar ook over de verleden tijd en het voltooid deelwoord. Met behulp van filmpjes, stroomschema’s en oefeningen schrijf je alle werkwoorden binnen de kortste keren foutloos!