Hoe maak je verkleinwoorden in het Nederlands, zoals karretje, bloempje en kettinkje? Zijn daar vaste regels voor?

Ja, voor het vormen van verkleinwoorden zijn wel regels te geven. In de meeste gevallen doen moedertaalsprekers van het Nederlands het automatisch goed, maar er zijn ook gevallen waarbij twijfel kan ontstaan. (Verkleinvormen van afkortingen worden behandeld in het advies over A4'tje.)

Verkleinwoorden worden gevormd met -tje, -etje, -pje, -kje en -je. Welk van deze achtervoegsels wordt toegevoegd, hangt af van de slotklank van het eraan voorafgaande woord, en soms (ook) van de klemtoon. Er zijn verschillende typen verkleinwoorden; hieronder staan de belangrijkste.

Het type gummetje, kinnetje, gangetje, balletje
Als een woord eindigt op een nasale klank (m, n, ng) of op een l, én er gaat een korte klank (maar geen sjwa/'toonloze e') aan vooraf, dan komt er -etje achter. Voorbeelden: bommetje, cd-rommetje, inhammetje, accordeonnetje, lampionnetje, nonnetje, slangetje, tangetje, tongetje, kringetje, stringetje, parasolletje, forelletjespelletje, tabelletje. Staat er voor -etje één medeklinker na een klinker, dan moet die medeklinker wel verdubbeld worden.

Het type leerlingetje, oefeningetje
Als een woord eindigt op -ing en er gaat een onbeklemtoonde lettergreep aan vooraf, wordt ook -etje toegevoegd. Voorbeelden: buitelingetje, lievelingetje, krakelingetje, tekeningetje, vergaderingetje, versnaperingetje, verstekelingetje, verzamelingetje, wandelingetje.

Het type karretje
Als een woord uit één lettergreep bestaat, een korte klank bevat én op een r eindigt, wordt eveneens -etje toegevoegd. Voorbeelden: barretje, porretje, sterretje. Dat geldt ook voor woorden die zijn samengesteld met zo'n eenlettergrepig woord: minibarretje, hangsnorretje, filmsterretje, enz.

Het type bezempje, filmpje, wormpje
Als een woord eindigt op een m met daaraan voorafgaand een lange klank of sjwa, of als een woord eindigt op -lm of -rm, wordt -pje toegevoegd. Voorbeelden: albumpje, bodempje, geheimpje, kostuumpje, lichaampje, museumpje, pluimpje, probleempje, filmpje, riempje, psalmpje, zalmpje, schermpje, uniformpje, wormpje.

Het type puddinkje
Als een woord meer dan één lettergreep heeft, eindigt op -ing én de hoofdklemtoon ligt op de lettergreep vóór -ing, wordt -kje toegevoegd. De g valt dan weg. Voorbeelden: beloninkje, bestellinkje, buiginkje, campinkje, harinkje, kettinkje, koninkje, meninkje, ontploffinkje, ontstekinkje, puddinkje, sluitinkje, verfrissinkje, vertellinkje, woninkje. Dat geldt ook voor samenstellingen die op zo'n woord eindigen: halskettinkje, winterkoninkje, ritssluitinkje, enz.

Het type streepje, taartje, hoekje, eendje, baasje, boefje
Na woorden die (in de uitspraak, niet per se in de spelling) eindigen op de medeklinkers p, t, k, d, s en f wordt -je toegevoegd. Voorbeelden: popje, potjewebsitejebakje, cakejesmaakje, kladje, stadjehemdjemesje, busje, pluisje, neusje, briefje, hofje, kalfje.

Overige gevallen: -tje

  • Woorden die eindigen op een n, l of r die voorafgegaan wordt door een lange klank of een sjwa. Voorbeelden: banaantje, clowntje, tuintje, keeltje, kuiltje, lepeltje, altaartje, kikkertje.
  • Woorden die uit meerdere lettergrepen bestaan en eindigen op een korte klank (maar geen sjwa) plus een r. Voorbeelden: radartje, motortje, sponsortje, tractortje, lucifertje.
  • Woorden die (in de uitspraak, niet per se in de spelling) eindigen op een klinker. Voorbeelden: anekdotetje, autootje, cadeautje, bulletintje, compromistje (naast compromisje, omdat de slot-s ook kan worden uitgesproken), dinertje, koetje, pasteitje, portemonneetje, relaistje, rendez-voustjereutje, slaatje, soupertje, truitje.
  • Leenwoorden die eindigen op een van de uitgangen -ade, -ave, -ffe, -ine, -tte, -ule, -ure, -ute en waarbij de eind-e (sjwa) van het grondwoord voor het verkleiningsachtervoegsel wordt uitgesproken: giraffetje (naast girafje zonder sjwa), moleculetje (naast molecuultje zonder sjwa), machinetje (naast machientje zonder sjwa), enveloppetje (naast envelopje zonder sjwa), blessuretje (naast blessuurtje zonder sjwa), brunettetje (naast brunetje zonder sjwa), mascottetje (naast mascotje zonder sjwa), bouillabaissetje (naast bouillabaisseje zonder sjwa), directoiretje, moussetje (naast mousseje zonder sjwa), actricetje, adviseusetje, affairetje, portefeuilletje. Als de eind-e van het grondwoord voor het verkleiningsachtervoegsel niet wordt uitgesproken, wordt het grondwoord vernederlandst. Voorbeelden: karbonaadje, piafje, tartuufje, racletje, parachuutje.
  • Woorden die (in de uitspraak) eindigen op een j of een w. Voorbeelden: kooitje, haaitje, leeuwtje, klauwtje.

Bijzondere gevallen

  • Bij woorden die uit twee lettergrepen bestaan, waarbij de klemtoon op de eerste lettergreep ligt, en waarin die laatste lettergreep een korte klank is gevolgd door een n, m, ng of l, is naast -etje (zie hierboven) ook -tje, -pje of -kje toegestaan. Voorbeelden: pythontje, consultje, pelgrimpje, saronkje.
  • Bij woorden die uit één lettergreep bestaan en eindigen op een p, b of g is naast -je (zie hierboven) ook -etje mogelijk. Voorbeelden: kippetje, poppetje, schubbetje, kribbetje, ruggetje, slabbetje, vlaggetje, weggetje, wiggetje.
  • Bij woorden die eindigen op een lange klank plus m en n is naast -pje (zie hierboven) ook -etje toegestaan; soms heeft het geheel dan een andere betekenis. Voorbeelden: bloemetje ('bos(je) bloemen'), katoenetje ('kledingstuk van katoen').
  • Bij woorden die eindigen op een lange klank plus l is naast -tje soms ook -etje toegestaan: wieletje.
  • Bij Franse leenwoorden die eindigen op een -t of -d wordt -je toegevoegd, ook al wordt die d of t in zo'n leenwoord niet uitgesproken: biscuitje, circuitje, colbertje, chaletje, toupetje, pernodjeboulevardje.
  • Bij een aantal woorden verandert de klinker in het verkleinwoord. Voorbeelden: blad-blaadje, gat-gaatje (gatje betekent 'kontje'), glas-glaasje, lot-lootje (naast lotje), pad-paadje, schip-scheepje, vat-vaatje.
  • Kindertjes en kleertjes komen alleen in het meervoud voor.
  • De verkleinvorm van rad is radje, raadje of radertje