Wat is de ideale zinslengte?

De ‘ideale’ zinslengte bestaat niet. Het beste advies is: wissel de zinslengte af. Een tekst vol zinnen van meer dan dertig woorden is voor vrijwel iedereen moeilijk en niet prettig te lezen. Maar teksten met alleen maar heel korte zinnetjes zijn saai en kunnen kinderlijk overkomen.

Een gemiddelde van 15 tot 20 woorden per zin is vaak prima. Als de opbouw van de zinnen duidelijk is en de woorden begrijpelijk zijn, zijn ook zinnen tot 25 woorden voor veel mensen nog goed te begrijpen.

Gaat de tekst over een ingewikkeld onderwerp of over iets wat ver van de lezers af staat, zoals pensioenen, verzekeringen, wettelijke regelingen of procedures? Presenteer de informatie dan stap voor stap en stop niet te veel informatie in één zin. Kies voor korte zinnen of iets langere met duidelijke signaalwoorden.

Stem de lengte van de zinnen af op je lezer. Is die niet zo leesvaardig of waarschijnlijk niet bij voorbaat geïnteresseerd? Gebruik dan weinig lange zinnen.

Nadelen van korte zinnen (rond de tien woorden)

Een tekst met alleen maar zinnen van rond de tien woorden kan eentonig, drammerig of kinderlijk overkomen. Het is geen toeval dat de term jip-en-janneketaal voor veel mensen een negatieve klank heeft. Een alinea met alleen maar korte zinnen levert niet automatisch een goede tekst op:

  • Iedereen is welkom. Neem vrienden en vriendinnen mee. Neem broertjes en zusjes mee. Het programma is voor iedereen. Van 4 tot 80 jaar (ongeveer).
    Geef je op tijd op bij de bibliotheek. Er kunnen veertig mensen komen.

Als de samenhang duidelijk is en bij elkaar staat wat bij elkaar hoort, dan zijn iets langere zinnen geen probleem:

  • Iedereen is welkom – of je nu 4 of 80 bent. Neem vrienden, vriendinnen, broertjes en zusjes mee. Geef je op tijd op bij de bibliotheek, want er passen maar veertig mensen in de zaal.

Hieronder staat nog een voorbeeld van een alinea met korte zinnen en eentje met twee iets langere zinnen, maar wel met duidelijke verbanden.

  • In het gesprek vertelt u waarvoor u ondersteuning zou willen. De medewerker vraagt u naar uw financiële gegevens. Hij of zij vraagt bijvoorbeeld naar de hoogte van uw inkomen en uw spaargeld. Ook vraagt de medewerker naar uw zorgpolis. Deze verzekering vergoedt ook een aantal zaken.
  • In het gesprek vertelt u waarvoor u ondersteuning zou willen. De medewerker vraagt u naar uw financiële gegevens, zoals de hoogte van uw inkomen en van uw spaargeld. Ook vraagt de medewerker welke zorgverzekering u hebt, omdat die misschien ook een aantal zaken vergoedt.

Nadelen van lange zinnen (25 woorden of meer)

Hoe langer de zin, hoe meer informatie er in één zin staat. En hoe langer de zin, hoe groter ook het risico dat de zin een ingewikkelde structuur heeft, bijvoorbeeld een te lange aanloop, een dat-als-constructie of een tangconstructie.

Deze zin bevat 38 woorden en een tangconstructie (de woorden u en in aanmerking komt horen bij elkaar maar er staan 25 andere woorden tussen):

  • Onze vereniging helpt u om vast te stellen of u voor een extra financiële bijdrage voor een aantal zaken die u niet of moeilijk van uw vaste inkomen kunt betalen, maar die wel noodzakelijk zijn, in aanmerking komt.

Het wordt beter als bij elkaar staat wat bij elkaar hoort en als de woordkeuze iets directer is. Dat kan dan bijvoorbeeld in twee zinnen (van 15 en 21 woorden) of in drie zinnen (van 6, 14 en 19 woorden):

  • Onze vereniging bekijkt samen met u of u recht hebt op een extra financiële bijdrage. Dat geld kunt u gebruiken voor dingen die u nodig hebt, maar die u niet van uw vaste inkomen kunt betalen.
  • Hoe kan onze vereniging u helpen? We bekijken samen met u of u recht hebt op een extra financiële bijdrage. Dat geld kunt u gebruiken voor dingen die u echt nodig hebt, maar die u niet zomaar kunt betalen.

Hoe maak je van een lange zin een kortere?

Lange zinnen bestaan algauw uit meerdere zinnen of bijzinnen, met een eigen onderwerp en gezegde. Die bijzinnen heten niet voor niets zo: ze staan erbij. Ze voegen extra informatie toe, maar soms staan ze daardoor juist in de weg en leiden ze af van je kernboodschap – zeker als ze vooraan of midden in je zin staan.

Bijzinnen beginnen vaak met een voegwoord, zoals maar, wanneer, hoewel of tenzij. Ze kunnen ook met een betrekkelijk voornaamwoord beginnen: die, dat, wat, waar, waarbij, waarmee, van wie, met wie, etc. Bij die woorden kun je vaak een punt zetten en een nieuwe zin beginnen. Soms kun je dan nog beter zinsdelen die achteraan staan meer naar voren in de zin plaatsen.

1. Begin een nieuwe zin bij een voegwoord:

  • De school heeft een sportleraar die niet alleen de gymlessen en de sportdagen verzorgt, maar ook gratis sportlessen buiten schooltijd, waardoor alle leerlingen de kans krijgen om meer te sporten en te bewegen.
  • De school heeft een sportleraar die niet alleen de gymlessen en de sportdagen verzorgt, maar die ook gratis sportlessen buiten schooltijd geeft. Daardoor krijgen alle leerlingen de kans om meer te sporten en te bewegen.

2. Zet een punt waar eerst een komma stond en vervang daarbij eventueel wat door dat of waar door daar.

  • Medewerkers die thuiswerken, zijn tevredener en ervaren minder stress, waardoor ze zich ook minder vaak ziek melden dan wanneer ze naar kantoor zouden moeten.
  • Medewerkers die thuiswerken, zijn tevredener en ervaren minder stress. Daardoor melden ze zich ook minder vaak ziek dan wanneer ze naar kantoor zouden moeten.
  • Daarom treft u hierbij een lijst aan van meer dan duizend gepromoveerde vrouwen die tot de besten in hun vak behoren en van wie de meesten ook ervaring hebben met media-optredens.
  • Daarom treft u hierbij een lijst aan van meer dan duizend gepromoveerde vrouwen die tot de besten in hun vak behoren. De meesten van hen hebben ook ervaring met media-optredens. 

3. Kijk of er een tussenzin, bijstelling of bijzin midden in de zin staat. Is die informatie wel echt nodig? Zo ja, overweeg die in een aparte zin te zetten.

  • De vraag is of de slager en de groenteboer om de hoek de groei van hun omzet – die de afgelopen maanden flink is gestegen doordat de consument dichter bij huis ging winkelen – kunnen vasthouden.
  • De slager en de groenteboer om de hoek hebben hun omzet de afgelopen maanden flink zien groeien. Dat kwam doordat veel mensen dichter bij huis gingen winkelen. De vraag is of de slager en de groenteboer deze omzetstijging kunnen vasthouden.

4. Kijk of je met minder woorden hetzelfde kunt vertellen. Vaak helpt het om te bedenken hoe je iets zou zéggen.

  • P.J. behoort tot de groep delinquenten die draaideurcriminelen genoemd worden.
  • P.J. is een zogenaamde draaideurcrimineel.
  • Voor zover een aanvraag betrekking heeft op zorgtoeslag, geldt dat u het best contact kunt opnemen met de dienst Z&T.
  • Voor het aanvragen van zorgtoeslag kunt u contact opnemen met de dienst Z&T.

5. Lees ook de tips voor het herschrijven van zinnen met: