Print deze pagina

IJ / ei

Zijn er algemene regels te geven voor het gebruik van de lange ij en de korte ei?

Er zijn wel enkele vuistregels te geven voor het gebruik van de ij en de ei, maar de ervaring leert dat ze juist bij de twijfelgevallen weinig houvast bieden. Desalniettemin: hieronder staan er een paar.

Een ei is juist in onder andere de achtervoegsels -erlei, -gerei, -heid en -(i)teit. Voorbeelden: velerlei, eetgerei, waarheid, autoriteit.

Een ij is juist in onder meer:

  • sterke werkwoorden die in de verleden tijd [ee]-klank hebben: lijden (leed-geleden), strijken (streek-gestreken) en in woorden die met een werkwoordstam van zo'n werkwoord worden gevormd (lijdzaam, strijkstok); uitzondering: zeiken;
  • woorden die in sommige dialecten worden uitgesproken met een [ie]: blij, wijs, tijd;
  • woorden die verwante woorden met i(e) hebben: pijler (pilaar); selderij (selderie);
  • de achtervoegsels -(d)ij, -(d)erij, -e(r)nij en -(e)lijk(s): abdij, bakkerij, lekkernij, nauwelijks.

Helaas bieden deze vuistregels lang niet altijd uitsluitsel. Elders op deze website vindt u een lijst met beruchte ei/ij-twijfelgevallen.

Verwante adviezen

Trefwoorden

terug
voorjaarsbanner

banner ITV

taalkalender