Wat je na het weghalen van -en overhoudt, is de stam. De stam van worden is word, de stam van houden is houd, die van draaien is draai, enz. De stam is een hulpmiddel bij de vervoeging van werkwoorden.

Stam of ik-vorm?

De stam is vaak gelijk aan de ik-vorm van een werkwoord: ik word, ik houd, ik draai, enz. De begrippen stam en ik-vorm worden dan ook nogal eens door elkaar gebruikt. Veel mensen kennen de term stam nog van vroeger, maar tegenwoordig leren kinderen op school juist over de ik-vorm.

Toch zijn die twee vormen niet altijd hetzelfde. Bij een werkwoord als verhuizen of hoeven is de stam verhuiz of hoev, en dat is dus niet hetzelfde als de ik-vorm verhuis of hoef.

Wanneer ga je uit van de stam?

De stam is vooral belangrijk als je wilt weten of een voltooid deelwoord met een d of een t is, bijvoorbeeld van verhuizen. Als je wilt weten of dat verhuist of verhuisd is, kijk je naar de stam: dat is verhuiz, en dat eindigt op een z. Daarom is ik ben verhuisd met een d. (Voor deze regel wordt het ezelsbruggetje ’t kofschip gebruikt).

De stam draait eigenlijk om de uitspraak: de eindklank van de stam bepaalt namelijk of er een d of een t achter komt in de verleden tijd. Maar zodra je die stam gaat opschrijven (om werkwoorden te vervoegen), moet die soms wat aanpassen om de ik-vorm te krijgen.

Wanneer ga je uit van de ik-vorm?

Je kunt de ik-vorm zien als een voor geschreven taal aangepaste versie van de stam. De stam verhuiz schrijf je bijvoorbeeld nooit zo op. Je moet die nog aanpassen aan een spellingregel dat er nooit een z aan het eind van een lettergreep komt. Daarom schrijf je: ik verhuis. Nog een voorbeeld: de stam van beloven is belov. Maar ook de v komt ook niet als slotletter voor, en een lange o-klank in een gesloten lettergreep schrijf je als oo. Zo kom je van belov uit op ik-vorm beloof.

De ik-vorm is het woord waar je de uitgangen voor de tegenwoordige tijd (-t), de verleden tijd (-de/-den of -te/-ten) en het voltooid deelwoord (-d of -t) aan vastplakt. Daarom schrijf je zij verhuist (niet verhuizt ) en hij heeft het beloofd (niet beloovd).

Blij met deze uitleg?

Met een donatie van € 5 steun je Onze Taal. Bedankt!

Afwijkende stam

Er zijn trouwens een paar werkwoorden waarbij de stam niet het hele werkwoord min -en is:

  • de stam van gaan (en begaan, overgaan, enz.) is ga;
  • de stam van staan (en bestaan, weerstaan, enz.) is sta;
  • de stam van slaan (en verslaan, ontslaan, enz.) is sla;
  • de stam van zien (en herzien, omzien, enz.) is zie;
  • de stam van doen (en omdoen, uitdoen, enz.) is doe.

De stam van het werkwoord zijn is zij, maar die stam gebruik je zelden voor het vervoegen, omdat zijn een onregelmatig werkwoord is.

Toch nog een vraag?

Onze taaladviseurs staan elke werkdag voor je klaar.

Stel hier je vraag