Wat voor soort woord is degene, bijvoorbeeld in ‘Wil degene die mijn fiets gejat heeft ook mijn krantenwijk overnemen?’

Degene is hier een aanwijzend voornaamwoord.

Aanwijzende voornaamwoorden verwijzen nadrukkelijker ergens naar dan andere voornaamwoorden. Vergelijk bijvoorbeeld:

  1. Is Joost er al? Nee, die heb ik nog niet gezien.
  2. Is Joost er al? Nee, ik heb hem/’m nog niet gezien.

In zin 1 wordt een aanwijzend voornaamwoord gebruikt, in zin 2 een persoonlijk voornaamwoord. Het resultaat is dat degene die in 1 het antwoord geeft benadrukt dat hij Jóóst nog niet heeft gezien, en dus mogelijk anderen wél. Het antwoord van de tweede spreker in 2 is iets neutraler. Het verschil is trouwens klein.

Aanwijzende voornaamwoorden kunnen zelfstandig gebruikt worden (zoals in 1). Dat betekent dat er niet direct een zelfstandig naamwoord achter staat. In bijvoorbeeld ‘Dat meisje kan prachtig zingen’ is dat niet-zelfstandig gebruikt. Na het aanwijzende voornaamwoord dat staat het zelfstandig naamwoord meisje

Hieronder staat een overzicht van de zelfstandig gebruikte aanwijzende voornaamwoorden en daaronder een overzicht van de niet-zelfstandig gebruikte aanwijzende voornaamwoorden. 

Zelfstandig gebruikt

enkelvoud bij het-woorden dit, dat, datgene, hetgene
bij de-woorden deze, die, degene, diegene
meervoud dezen, die, degenen, diegenen, zulken

Niet-zelfstandig gebruikt

enkelvoud bij het-woorden dit, dat, zo’n, zulk, zulk een
bij de-woorden deze, die, zo’n, zulke, zulk een
meervoud deze, die, zulke

Nog een paar voorbeeldzinnen:

  • Die boeken moeten nodig opgeruimd worden. (die is niet-zelfstandig)
  • Ik zou dat niet zo stellig durven zeggen. (dat is zelfstandig)
  • Zulke dingen kun je niet ongestraft doen. (zulke is niet-zelfstandig)
  • Wil je deze chocolaatjes, of heb je liever zulke? (zulke is zelfstandig)
  • Zo’n huis is niet voor iedereen weggelegd. (zo’n is niet-zelfstandig)
  • Ik heb precies datgene geleerd wat ik wilde leren. (datgene is zelfstandig) 
  • Zullen contact opnemen met degenen die de prijs gewonnen hebben? (degenen is zelfstandig)

Ook zelf kan, als het zelfstandig gebruikt wordt, een aanwijzend voornaamwoord zijn: ‘Zij kwam zelf het goede nieuws brengen.’