Staat de persoonsvorm bij een onderwerp dat uit infinitieven bestaat in het enkelvoud of het meervoud?

  1. Het aan- en uitzetten van dit apparaat gebeurt handmatig.
  2. Het aan- en uitzetten van dit apparaat gebeuren handmatig.

Het enkelvoud, zoals in zin 1, is hier goed. Aanzetten en uitzetten zijn vergelijkbare bezigheden en worden vaak in één adem genoemd; ze vormen een eenheid.

Als het onderwerp van de zin uit twee delen bestaat die met elkaar verbonden zijn door het voegwoord en, volgt normaal gesproken een meervoudige persoonsvorm:

  • Emma en Sem zijn populaire namen.
  • De planning en de uitvoering verliepen soepel.

Als de delen van het onderwerp zo vaak samen voorkomen dat ze een eenheid gaan vormen, kan het werkwoord ook in het enkelvoud staan:

  • Koffie en thee staat klaar.
  • Jong en oud kwam op de ijsbaan af.
  • De wet- en regelgeving sluit dit niet uit.

Een onderwerp waarin twee infinitieven (hele werkwoorden) als zelfstandig naamwoord worden gebruikt (met of zonder het), krijgt vaak een enkelvoudige persoonsvorm. Die twee handelingen hebben dan inhoudelijk met elkaar te maken; het is bijvoorbeeld een gecombineerde bezigheid of één proces:

  • Knippen en plakken gebeurt veel in kleuterklassen.
  • Het schilderen en behangen kostte veel tijd.
  • Praten en werken kan niet tegelijkertijd.

In sommige gevallen is zowel enkelvoud als meervoud mogelijk, maar met een betekenisverschil:

  • Pianospelen en zingen is haar hobby. (tegelijk)
  • Pianospelen en zingen zijn haar hobby’s. (apart)

(Dit advies is afkomstig uit ons boek Taal-top-100.)