Kun je met hij en hem naar het-woorden als jasje of boek verwijzen?
Voor steeds meer taalgebruikers is het normaal om met hij en hem naar het-woorden als jasje of boek verwijzen. Dat komt veel voor in gesproken en informele geschreven taal. In formele, zakelijke teksten kun je beter het gebruiken.
Jasje en boek zijn onzijdige woorden. Dat zie je aan het lidwoord het dat ervoor kan staan: het jasje, het boek. Volgens de taalnorm verwijs je naar onzijdige woorden in principe met het onzijdig persoonlijk voornaamwoord het:
- Het boek dat ik nu lees is erg dik. Het ligt al maanden op mijn nachtkastje.
- Zie je dat blauwe jasje daar? Zouden ze het nog in mijn maat hebben?
Dit geldt in elk geval voor schrijftaal: taal in boeken, kranten en andere zakelijke teksten.
Toch wordt er in de praktijk ook wel met de mannelijke woorden hij en hem verwezen. Dat gebeurt vooral als de het-woorden concrete voorwerpen aanduiden, zoals jasje, boek of broodje.
- Het boek dat ik nu lees, is erg dik. Hij ligt al maanden op mijn nachtkastje.
- Zie je dat blauwe jasje daar? Zouden ze hem nog in mijn maat hebben?
- Ik heb net een broodje voor je gemaakt met kaas en mierikswortel. Pak ’m maar; hij is wel klaar.
- Vind je ’m niet goed gelukt, m’n plakboek?
Veel mensen ervaren dit gebruik niet als fout, zeker niet in informele of gesproken taal. Op het tabblad ‘Achtergrond’ lees je wat er achter deze keuze voor mannelijke verwijswoorden zit.
In formele teksten raden we aan het onzijdige verwijswoord het te gebruiken; daarvoor heerst een wat duidelijkere taalnorm.
- Ik heb het contract geprint. Vergeet het niet mee te nemen.
- Vindt het bestuur ons voorstel goed of moeten we het nog aanpassen?
Blij met deze uitleg?
Met een donatie van € 5 steun je Onze Taal. Bedankt!
Waarom hij in plaats van het?
Het gebruik van hij en hem om naar concrete voorwerpen te verwijzen – ook als dat het-woorden zijn – is goed te verklaren.
Als taalgebruikers mannelijke verwijswoorden gebruiken voor het-woorden, is dat niet omdat ze helemaal geen onderscheid meer maken tussen hij (of zij) en het. Maar ze hanteren (onbewust) een ander soort nieuwe ‘regel’ of regelmaat, die samenhangt met de betekenis van een woord, om te bepalen welke verwijswoorden ze gebruiken:
- voor mensen en dieren gebruik je hij/hem of zij/haar (afhankelijk van biologisch geslacht of gender)
- voor concrete voorwerpen gebruik je hij/hem
- voor niet-afgebakende, ontelbare zaken gebruik je het
Dat is helemaal niet gek, aangezien woordgeslachten ooit zijn ontstaan op basis van de betekenis van woorden.
Jasjes en boeken zijn telbare, concrete voorwerpen, die je kunt aanwijzen in het echt. Daarom kun je er gemakkelijk met hij/hem naar verwijzen. Het gebruik je eerder om te verwijzen naar ‘ontelbare’ zaken (zonder meervoud), zoals in de zin: ‘Honing is gezond, want het bevat veel vitamines.’
Toekomstige nieuwe norm?
Het is best mogelijk dat over een paar decennia de verwijswoorden allemaal meer volgens deze ‘regel’ worden gekozen, dan volgens het woordgeslacht zoals dat in de woordenboeken staat.
In de praktijk doet iedereen dat al bij het-woorden die naar mensen verwijzen. Of je naar een woord als bestuurslid met hij of zij verwijst, hangt af van de vraag of de bedoelde persoon een man of een vrouw is: ‘Dit is ons nieuwe bestuurslid; hij/zij heeft veel bestuurservaring.’ Dus waarom zouden we in andere gevallen niet laten meespelen naar wat voor iets in de werkelijkheid een het-woord verwijst?
Bovendien heb je soms nog niet een specifiek woord (met een woordgeslacht) in gedachten als je ergens naar verwijst. Stel dat je naar een boek wijst en zegt: ‘Mag ik ’m lenen?’ Verwijs je dan echt naar het-woord boek? Zou je niet net zo net goed naar het de-woord roman kunnen verwijzen? Misschien heb je wel helemaal geen woord in je hoofd om naar te verwijzen, maar verwijs je puur naar het ding in de werkelijkheid. Dat ding categoriseer je dan als telbaar object, waardoor je eerder de neiging hebt om het hem/’m te noemen. Dat verklaart waarom ‘Mag ik ’m lenen, dat boek?’ ook niet zo gek is voor veel mensen.
Meer lezen?
- In 2008 heeft hierover een artikel van Jenny Audring in Onze Taal gestaan.
- Of lees dit wetenschappelijke artikel uit 2023 waarin deze categorisering van woorden (door jonge en oude mensen) besproken wordt.
- Lees hoe woordgeslachten zijn ontstaan.