Welk verwijswoord juist is, hangt af van het woordgeslacht van het woord waarnaar je verwijst. Er zijn drie woordgeslachten: mannelijk, vrouwelijk en onzijdig. 

Hoe weet je welk woordgeslacht een zelfstandig naamwoord heeft? Onzijdige woorden zijn te herkennen aan het lidwoord het. Mannelijke en vrouwelijke woorden krijgen allemaal de. In een woordenboek of spellinglijst kun je vinden of een de-woord mannelijk (m) of vrouwelijk (v) is. 

Het team (onzijdig)

Het-woorden, zoals teambedrijf en koor, zijn onzijdig. Als je ernaar terugverwijst gebruik je het of zijn.

  • Het bedrijf heeft besloten dat het akkoord gaat met de wijzigingen.
  • Dat team is fantastisch: we nodigen het altijd uit om mee te denken!
  • Ons koor is trots op zijn dirigent.

De raad (mannelijk)

Sommige de-woorden zijn mannelijk, bijvoorbeeld raad en naald. De verwijswoorden zijn: hijhem en zijn. Soms is die of deze een alternatief.

  • De ondernemingsraad is het oneens met de directie; hij heeft hierover inmiddels een bezwaarschrift ingediend.
  • Je vroeg waar de auto was? We hebben hem in de straat hierachter geparkeerd.
  • De gemeenteraad heeft in zijn vergadering besloten meer politie in te zetten.

De vereniging (vrouwelijk)

Sommige de-woorden zijn vrouwelijk, bijvoorbeeld vereniging en bakkerij. De verwijswoorden zijn: zijze en haar. Soms is die of deze een alternatief.

  • De vereniging heeft laten weten dat ze zich gesteund voelt.
  • Wat een gezellige stad! Volgend jaar bezoeken we haar graag nog eens.
  • We waren met een grote menigte en haar omvang gaf ons moed. 

De groep en zijn/haar ...

Er zijn trouwens ook woorden die mannelijk én vrouwelijk zijn. In sommige woordenboeken en spellinggidsen krijgen die alleen de aanduiding de, zonder m. of v. erachter. Groep is zo’n mannelijk én vrouwelijk de-woord. Daardoor is zowel zijn als haar juist als verwijswoord in bijvoorbeeld Deze groep heeft zijn/haar goede en minder goede kanten. Vaak heeft bij deze de-woorden de mannelijke verwijzing in Nederland de voorkeur: dat wordt gezien als de meest neutrale verwijzing. In Vlaanderen heeft vaak juist de vrouwelijke verwijzing de voorkeur.

De haar-ziekte

Zinnen als ‘Het kabinet kwam terug op haar beslissing’ en ‘De ondernemingsraad is aan het werven: zij kan nieuwe leden goed gebruiken’ komen vaak voor. De vrouwelijke verwijzing wordt hier als een ‘fout’ beschouwd. Er is zelfs een naam voor: de haar-ziekte. Lees er meer over op het tabblad ‘Achtergrond’.

De haar-ziekte

De volgende zinnen zijn niet correct volgens de Nederlandse taalnorm:

  • Het kabinet kwam terug op haar beslissing.
  • De ondernemingsraad is aan het werven: zij kan nieuwe leden goed gebruiken.

Ze komen wel vaak voor, maar de vrouwelijke verwijswoorden haar en zij worden hier als ‘fout’ beschouwd. De fout heet ook wel de haar-ziekte. Soms spreekt men ook van ‘haar-pijn’. Maar de neiging om naar woorden als raad, bestuur, dienst, kabinet, publiek en staat met haar en zij te verwijzen, is al oud.

Taalkundige Nicoline van der Sijs bespreekt dit verschijnsel in haar boek De geschiedenis van het ABN (2004). In de zeventiende eeuw kwamen verwijzingen zoals in ‘Dit volk verbrandt haar doden’ en ‘Het hof heeft dit door haar arglistigheid bereikt’ vaak voor. Volgens Van der Sijs was haar in de verwijzing naar dit soort “collectieve woorden” oorspronkelijk een meervoud. (Het persoonlijk voornaamwoord haar werd aanvankelijk gebruikt in de verwijzing naar het meervoud van alle drie de woordgeslachten.)

In de achttiende eeuw ging men haar ook gebruiken voor de verwijzing naar abstracte woorden als arbeid, dienst en tijd. In deze periode werd het meervoud haar steeds meer verdrongen door het meervoud hun. In “den staat (...) en hare onderdanen” werd haar daardoor steeds vaker als een vrouwelijk enkelvoud geïnterpreteerd. Weer later werd de staat en haar onderdanen als een verwijzingsfout gezien, en dat is nog steeds het geval.

Oefenen met de bezittelijke voornaamwoorden haar, zijn en hun? Doe deze test!

de raad

de stichting

het bedrijf

woordgeslacht (in woordenboek)

mannelijk

vrouwelijk

onzijdig

onderwerpsvorm

hij

zij of ze

het

lijdend (of ander) voorwerp

hem

haar of ze

het

bezittelijk voornaamwoord

zijn

haar

zijn