Hoe heten de puntjes in reünie en het streepje in scène? En welke tekens heb je nog meer?
De puntjes in reünie noem je een trema. Het teken in scène is een accent grave. Verder heb je nog het accent aigu (privé), het accent circonflexe (frêle), de umlaut (föhn), de cedille (Curaçao) en de tilde (señorita).
Tekens boven en onder letters
Tekens boven en onder letters noem je diakritische tekens. Ze geven de juiste uitspraak van de letter aan. In het Nederlands komen de volgende diakritische tekens voor:
- trema: ü
- umlaut: ö
- accent grave: à
- accent aigu: é
- accent circonflexe: ê
- cedille: ç
- tilde: ñ
Trema: reünie
Een trema gebruik je om twee klinkers van elkaar te scheiden. Zonder trema zou je de eu in reunie kunnen lezen als een eu-klank, maar de e en de u horen bij verschillende lettergrepen: ‘ree-uu-nie’. Daarom zet je een trema op de tweede klinker: reünie. Meer voorbeelden:
- poëzie
- coördinatie
- beïnvloeden
- cliënt
- yogaën
- geüpgraded
Umlaut: föhn
Een umlaut ziet er hetzelfde uit als een trema: twee puntjes op een klinker. Maar de umlaut heeft een andere functie: hij ‘verandert’ de klinker. De o in föhn klinkt niet als een ‘o’, maar meer als een ‘eu’.
De umlaut komt alleen voor in leenwoorden, met name uit het Duits, Zweeds en Turks. Bijvoorbeeld:
- überhaupt (spreek uit: ‘uuberhaupt’ – in het Duits is een u zonder trema een ‘oe’)
- hüttenkäse (‘huuttenkeese’)
- salonfähig (‘salonfeehig’)
- knäckebröd (‘kneckebreud’)
- döner (‘dunner’ of ‘deuner’)
Accent grave: ampère
Het accent grave laat zien dat je een e niet als ‘ee’ of ‘uh’ moet uitspreken. Zonder accent grave zou je ampere uitspreken als ‘ampeere’ of ‘ampuhre’. Met het accent op ampère laat je zien dat je het uitspreekt met de e van ‘pek’.
Het accent grave komt meestal in woorden van Franse of Griekse herkomst, en in enkele van oorsprong Nederlandse woorden. Een paar voorbeelden:
- scène (‘scehne’, niet ‘sceene’)
- bèta (‘behta’, niet ‘beeta’)
- blèren (‘blehren’, niet ‘bleeren’)
- vier à vijf minuten (niet nodig voor de uitspraak, maar overgenomen uit het Frans)
- appèl (‘appehl’, niet ‘appuhl’; niet-officiële spelling van appel)
Accent aigu: privé
Het accent aigu laat zien dat je de e als lange ‘ee’ moet uitspreken. Zonder accent aigu zou je prive misschien uitspreken als ‘prievuh’. Met het accent op privé laat je zien dat de e lang is: ‘privee’.
Het accent aigu komt vaak voor in leenwoorden, vaak van Franse herkomst, en in enkele andere woorden.
Het accent aigu fungeert niet alleen als uitspraakteken, maar ook als nadrukteken of klemtoonteken.
Accent circonflexe: frêle
Het accent circonflexe (het ‘dakje’) komt voor in enkele Franse leenwoorden. In Franse woorden geeft dat accent op de e een korte ‘eh’-klank weer: crêpe, enquête, frêle en gêne.
Cedille: Curaçao
De cedille is het ‘haakje’ dat onder de c voorkomt, met name in Franse en Portugese woorden. Het geeft aan dat die c als ‘s’ uitgesproken moet worden als die voor een a, o of u staat: reçu, Curaçao.
Tilde: señorita
De tilde geeft aan dat je de n als ‘nj’ moet uitspreken. Het teken komt voor in enkele leenwoorden uit het Spaans, zoals señorita, doña, mañana.
Meer diakritische tekens
In enkele zeldzame gevallen kan een leenwoord nog een ander diakritisch teken uit een andere taal bevatten, zoals in smørrebrød of haček. In eigennamen van mensen kom je soms ook nog diakritische tekens tegen uit de taal van oorsprong.