Uitspraaktekens

De accenten op en zijn uitspraaktekens. Ze geven aan hoe je de letter e moet uitspreken: lang (zoals in heet) of kort (zoals in heg). Of je of moet schrijven, hangt dus af van wat je bedoelt. Bijvoorbeeld:

  • Hé, jij, kom eens hier! (lange e)
  • Je komt toch wel op tijd, hè? (korte e)

In sommige zinnen zijn twee uitspraken denkbaar:

  • Hé, hoe kan dat nou? (lange e)
  • Hè, hoe kan dat nou? (korte e)

Wanneer gebruik je nou de ene variant en wanneer de andere? Zie daarvoor het tabblad 9Voorbeelden’. 

Accent grave: , scène, bèta

Het accent grave ( ` ) geeft aan dat je de e in een open lettergreep ‘kort’ moet uitspreken, zoals in heg of gek. Het staat meestal in woorden van Franse of Griekse herkomst: scène, ampère, misèrebèta en thèta. Maar ook in enkele Nederlandse woorden voor om de juiste uitspraak van de letter e aan te geven, zoals in en blèren.

Accent aigu: , café, privé

Het accent aigu ( ´ ) laat zien dat je de e ‘lang’ moet uitspreken, zoals in heet of mees. Het komt in het Nederlands vooral voor in woorden van Franse herkomst, zoals privé, café en logé. Ook in saté, taugé, oké en – die niet uit het Frans komen – heb je het accent aigu nodig om de juiste uitspraak aan te geven.

Blij met deze uitleg?

Met een donatie van € 5 steun je Onze Taal. Bedankt!

Accent aigu ook nadrukteken: vóór, wél

Het accent aigu fungeert niet alleen als uitspraakteken, maar ook als nadrukteken of klemtoonteken. Bijvoorbeeld:

  • Vóór de vergadering heb ik geen tijd; ik bel je daarna wel.
  • Het beleid is wél zinvol.

Het heeft dus een ‘dubbelfunctie’. In woorden als maakt het de e lang, in een woord als wél laat het alleen nadruk zien – je spreekt wél niet uit als ‘weel’.

Toch nog een vraag?

Onze taaladviseurs staan elke werkdag voor je klaar.

Stel hier je vraag

Voorbeelden van het gebruik van en

De uitspraak is natuurlijk allereerst bepalend, maar verder hangt het van de situatie af of je eerder zult gebruiken of eerder . Ook de dubbele variant hèhè komt in verschillende situaties voor.

  • om aandacht te krijgen: ‘Hé, kom eens hier!’
  • als begroeting: ‘Hé Emma!’
  • uit verbazing: ‘Hé, ben je er nu al?’ (hier is ook mogelijk – met andere uitspraak)
  • uit verrassing: ‘Hé, dat is leuk!’

  • uit verbazing: ‘Hè, ben je er nu al?’ (hier is ook mogelijk – met andere uitspraak)
  • uit onbegrip: ‘Hè, hoe kan dat nou?’
  • bij teleurstelling: ‘Hè, dat is jammer’
  • bij opluchting: ‘Hè, gelukkig’
  • bij voldoening: ‘Hè, dat doet me plezier’
  • bij instemming: ‘Hè ja, laten we dat doen’
  • bij (lichte) afkeuring: ‘Hè nee, moet dat nou?’
  • als vraag om bevestiging: ‘Je komt toch ook, hè?’
  • om te vragen wat iemand zegt: ‘Hè, wat zeg je?’

(In die laatste situatie komt een los ‘Hè?’ ook wel voor, maar dat vinden veel mensen onbeleefd.)

Hèhè

  • bij opluchting: ‘Hèhè, ik zit’
  • na inspanning: ‘Hèhè, we hebben hem gehaald’
  • bij (lichte) irritatie of ongeduld: ‘Hèhè, ben je daar eindelijk?’