Wat is het lijdend voorwerp?

Het lijdend voorwerp is degene die of datgene wat de werking van het gezegde direct ondergaat. Het lijdend voorwerp wordt daarom ook wel direct object genoemd. Het bestaat uit een zelfstandig naamwoord (bijvoorbeeld de fiets, een meisje, Anna), een woordgroep met een zelfstandig naamwoord als kern (haar nieuwe kleren) of een persoonlijk voornaamwoord (mij, jehaar, hem, het, ons, jullie, hen). In de onderstaande voorbeelden is het lijdend voorwerp gecursiveerd:

  • Onder de douche zong hij vanochtend Satisfaction.
  • Pieter heeft Anna gisteren nog gezien.
  • Denise showde haar moeder haar nieuwe kleren.
  • Iedereen verdient liefde.
  • Bel jij hem even? 
  • Welk boek raad je me aan?

Om te controleren of je het lijdend voorwerp goed hebt herkend, kun je een vraagzin maken van het type 'wie/wat + gezegde + onderwerp'. Als het goed is, is het antwoord daarop het zinsdeel waarvan je vermoedt dat het het lijdend voorwerp is. Bijvoorbeeld: 'Wat zong hij? Satisfaction' en 'Wie heeft Pieter gezien? Anna.

Een lijdend voorwerp kan ook een bijzin omvatten, of zelfs bestaan uit een hele zin. In dat laatste geval wordt gesproken van een lijdendvoorwerpszin:

  • Denise showde haar moeder de kleren die zij die ochtend gekocht had. (Wat showde Denise? De kleren die zij die ochtend gekocht had)
  • Evelien vertelde dat ze volgende week op vakantie gaat. (Wat vertelde mijn vriendin? Dat ze volgende week op vakantie gaat)
  • 'Ik ga volgende week op vakantie', vertelde Evelien. (Wat vertelde Evelien? Ik ga volgende week op vakantie)
  • Haar collega's willen weten wie er meegaan met het personeelsuitje. (Wat willen haar collega's weten? Wie er meegaan met het personeelsuitje)

Of in een zin een lijdend voorwerp staat, hangt af van het werkwoord; zie daarvoor het advies over overgankelijke en onovergankelijke werkwoorden.