Wat is juist: 'Colette is er weer gemakkelijk vanaf gekomen' of 'Colette is er weer gemakkelijk af gekomen'?

Zowel ervanaf komen als eraf komen is juist. Dus: 'Colette is er weer gemakkelijk vanaf gekomen' en 'Colette is er weer gemakkelijk af gekomen.' Hiermee wordt bedoeld dat Colette geluk heeft gehad: het is haar niet moeilijk gemaakt.

Je kunt spreken van er gemakkelijk (of: bekaaid, beroerd, genadig, goed, goedkoop, heelhuids, met lichte verwondingen, minder goed, niet slecht, zonder veel schade, zonder kleerscheuren) af komen. Maar het is ook juist om van in te voegen: er gemakkelijk (bekaaid, enz.) vanaf komen; dat lijkt tegenwoordig zelfs het gebruikelijkst te zijn. Nog een paar voorbeeldzinnen:

  • Wie zegt dat ik er gemakkelijk vanaf ben gekomen?
  • Wie zegt dat ik er gemakkelijk af ben gekomen?
  • Ik hoorde dat onze oliebollenkraam er goed vanaf kwam in de jaarlijkse oliebollentest.
  • Ik hoorde dat onze oliebollenkraam er goed af kwam in de jaarlijkse oliebollentest.
  • We gaan ervan uit dat elke deelnemer aan de survivaltocht er heelhuids vanaf komt.
  • We gaan ervan uit dat elke deelnemer aan de survivaltocht er heelhuids af komt.

Ervanaf en eraf staan hier los van komen. Het is bijvoorbeeld ook van de trap af komen, van iemand af komen en van zijn luie reet af komen. In een zin als 'Ik wil dat die verslagen binnenkort afkomen' is afkomen wél één woord. Overigens vermeldt Van Dale (2005) bijvoorbeeld er gemakkelijk (van) afkomen, van de trap afkomen en van iemand afkomen. Over deze kwestie — hoort het voorzetsel (zoals af) bij het werkwoord of niet? — wordt verschillend gedacht. Wat ons betreft wordt af los geschreven van het erop volgende werkwoord als er sprake is van een verwijdering, ook al is die figuurlijk.