Kun je erop weglaten in de zin ‘Wij vertrouwen (erop) u hiermee van dienst te zijn’?

Voor de meeste mensen is de zin duidelijk het best mét erop: ‘We vertrouwen erop u hiermee van dienst te zijn.’ 

Bij het werkwoord vertrouwen hoort het voorzetsel op. Vertrouwen op iets is dus een vaste combinatie. In een zin als ‘We vertrouwen op uw medewerking’ is op uw medewerking een voorzetselvoorwerp.

In de zin ‘We vertrouwen erop u hiermee van dienst te zijn’ is de bijzin u hiermee van dienst te zijn het voorzetselvoorwerp. In de hoofdzin verschijnt dan een zogenoemd voorlopig voorzetselvoorwerp: erop. Dat is een combinatie van het bijwoord er en het voorzetsel op. Andere voorbeelden van zinnen waarin het voorlopig voorzetselvoorwerp moet staan of bij voorkeur staat:

  • Denk eraan dat je iedereen een kaartje stuurt.
  • Hij schept er behagen in het zijn leerlingen moeilijk te maken.
  • Ik reken erop dat je op tijd thuis bent.
  • Ze slaagde erin iedereen in te halen.
  • Ze wordt ervan verdacht steekpenningen te hebben aangenomen.
  • Ik neig ertoe vóór te stemmen.
  • Het bestuur heeft zich ervan vergewist dat het onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd.
  • Wij zijn ervan overtuigd dat de cijfers dit jaar positief zullen zijn. (voorkeur voor de zin mét ervan)
  • Hij twijfelde eraan of hij genoeg taart had voor iedereen. (voorkeur voor de zin mét eraan)

In sommige gevallen blijft het voorlopig voorzetselvoorwerp meestal weg en vindt niemand dat verkeerd. De volgende zinnen zijn goed zonder ervoor, ertoe, erop en erin:

  • Hij is (er) bang (voor) dat er een catastrofe zal ontstaan.
  • Niet iedereen is (ertoe) in staat zo’n discussie in goede banen te leiden.
  • Ik ben (ertoe) geneigd haar gelijk te geven.
  • Wij hopen (erop) dat de kinderen het fijn zullen hebben.
  • Je hebt (er) groot gelijk (in) dat je nu even voor jezelf kiest.