Wat is het best: 'Er mist een bladzijde' of 'Er ontbreekt een bladzijde'?

'Er ontbreekt een bladzijde' heeft bij een deel van de taalgebruikers de voorkeur, maar er is een grote groep taalgebruikers die 'Er mist een bladzijde' net zo goed vindt.

Waar komt het bezwaar tegen 'Er mist een bladzijde' vandaan? Sommige taalgebruikers vinden dat je wel kunt zeggen 'dat iemand een bladzijde mist' of 'dat een bladzijde gemist wordt', maar niet 'dat een bladzijde (zélf) mist'. In grammaticale termen: missen is voor sommige taalgebruikers alleen een zogenoemd overgankelijk werkwoord; dat wil zeggen dat het een lijdend voorwerp bij zich moet hebben. In 'Er mist een bladzijde' staat echter geen lijdend voorwerp; er is plaatsonderwerp en een bladzijde is het (echte) onderwerp. In bijvoorbeeld 'Ik mis een bladzijde' is ik onderwerp en een bladzijde lijdend voorwerp – daarom is dit voor iedereen een goede zin.

Ontbreken kan wél zonder lijdend voorwerp voorkomen (het is een zogenoemd onovergankelijk werkwoord). 'Er ontbreekt een bladzijde' is daarom een goede zin; 'Ik ontbreek een bladzijde' kan juist weer niet.

Hieruit volgt ook dat een ontbrekende bladzijde ('een bladzijde die ontbreekt') voor iedereen juist is, terwijl een missende bladzijde ('een bladzijde die mist') door een deel van de taalgebruikers als onjuist wordt beschouwd.

Zinnen als 'Er mist een bladzijde' en 'Ik ben benieuwd wat er op de missende bladzijden staat' komen echter vaak voor. Dat ze steeds algemener geaccepteerd worden, blijkt uit de woordenboeken. Vrijwel allemaal nemen die missen in de betekenis 'ontbreken' op. Daaruit blijkt dat missen als synoniem van ontbreken vaste voet aan de grond heeft gekregen - althans in Nederland. In Vlaanderen komt dit gebruik van missen veel minder vaak voor; Vlamingen hebben een voorkeur voor 'Er ontbreekt een bladzijde.'

Nieuw is het gebruik van missen als synoniem van ontbreken overigens niet. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal vermeldt als zevende betekenis van missen 'tekortkomen, ontbreken' en geeft daarbij een citaat van Rhijnvis Feith (1753-1824): “Aan dezen broedrenkring mist nog een enkle broeder.”