‘Als ik hen was, zou ik meegaan’ is een zin met een naamwoordelijk gezegde. Was is hier dus een koppelwerkwoord. Als naamwoordelijk deel van het gezegde is hen juist.

Hen gebruik je:

  • na voorzetsels: ‘Ik geef de cadeaus aan hen’; ‘Ik deed het voor hen.’
  • als lijdend voorwerp: ‘Ik heb hen gisteren gezien’
  • als naamwoordelijk deel van het gezegde: ‘Als ik hen was, zou ik meegaan.’
  • als oorzakelijk voorwerp: ‘We zijn hen beu.’

Hun komt voor als: 

Blij met deze uitleg?

Met een donatie van € 5 steun je Onze Taal. Bedankt!

Toch nog een vraag?

Onze taaladviseurs staan elke werkdag voor je klaar.

Stel hier je vraag