Een koppelwerkwoord is een werkwoord dat voorkomt in zinnen met een naamwoordelijk gezegde. In bijvoorbeeld ‘Ik ben blij’ gaat het om iets wat de ‘ik’ is (namelijk: blij). In deze zin is ben het koppelwerkwoord; blij is het naamwoordelijk deel van het gezegde.

Koppelwerkwoorden ‘koppelen’ het onderwerp aan een toestand, functie, hoedanigheid of eigenschap. Het gaat er bij koppelwerkwoorden dus altijd om dat het onderwerp iets ís. De bekendste koppelwerkwoorden zijn zijn, worden, blijven, blijken, lijken, schijnen, heten, dunken en voorkomen. In onderstaande voorbeelden is steeds het hele naamwoordelijk gezegde gecursiveerd.

  • Zij is voorzitter.
  • Zij is voorzitter geweest. (is is hier hulpwerkwoord; geweest is het koppelwerkwoord)
  • Mijn vriend wordt leraar.
  • Mijn tante blijft op de hoogte van de laatste ontwikkelingen.
  • De uitslag bleek al bij iedereen bekend.
  • Het huis leek onbewoond.
  • Zijn broer scheen nogal slim.
  • Sporten heet gezond, maar ondertussen ... / Die mevrouw heet mevrouw Van der Zanden.
  • Dat dunkt me geloofwaardig.
  • Zij komt me erg gespannen voor.

In de betekenissen ‘bestaan’ en ‘zich bevinden’ is zijn geen koppelwerkwoord, maar een zelfstandig werkwoord: ‘Er zijn mensen die dit moeilijk vinden’, ‘Ik ben op kantoor.’ Ook blijven kan als zelfstandig werkwoord gebruikt worden: ‘Hij bleef liever in Frankrijk.’

Behalve de negen hierboven genoemde (traditionele) koppelwerkwoorden zijn er nog meer werkwoorden die als koppelwerkwoord gebruikt kunnen worden; in dat geval wordt zo’n werkwoord ook wel ‘vervangend koppelwerkwoord’ genoemd. De Algemene Nederlandse Spraakkunst noemt als voorbeelden hiervan gaan, komen, lopen, raken, staan, vallen en zitten: die kunnen in een specifieke betekenis als koppelwerkwoord beschouwd worden. Voorbeelden van dit gebruik:

  • Mijn broertje raakte beklemd tussen de spijlen van de trap.
  • Op de rekening staat het verkeerde bedrag vermeld.
  • Het afscheid viel hem zwaar.
  • Dat zit niet goed.

Toch nog een vraag?

Onze taaladviseurs staan elke werkdag voor je klaar. Neem contact op via

Bel 085 00 28 428 van 9.30 tot 12.00 uur (op donderdag tot 11.00 uur) en van 13.30 tot 16.00 uur Bel 085 00 28 428 van 9.30 tot 12.00 uur (op donderdag tot 11.00 uur) en van 13.30 tot 16.00 uur

(gebruikelijke belkosten, geen extra kosten)

Of stel je vraag via social media of per mail