Is er verschil in betekenis tussen samenstellingen die beginnen met aansluit- (aansluitpunt) en samenstellingen die beginnen met aansluitings- (aansluitingspunt)?

In het Nederlands kunnen samenstellingen bestaan uit twee zelfstandige naamwoorden (zoals in aansluitings + kosten), maar bijvoorbeeld ook uit een werkwoordsstam en een zelfstandig naamwoord (zoals in aansluit + punt). In het zelfstandig naamwoord aansluiting komt de handeling van het aansluiten iets minder sterk naar voren dan in de werkwoordsstam aansluit. Een paar voorbeelden:

Eerste deel is een werkwoordsstam:

  • aansluitpunt ‘en punt om iets op aan te sluiten’
  • afsluitklep ‘een klep om iets mee af te sluiten’
  • aansluitleiding ‘een leiding om iets mee aan te sluiten’

Eerste deel is een zelfstandig naamwoord:

  • aansluitingskosten ‘de kosten van/voor een aansluiting’
  • aansluitingsvoorwaarden ‘de voorwaarden voor aansluiting’
  • afsluitingsdatum ‘de datum van afsluiting’

Er is geen scherpe grens tussen beide categorieën te trekken. Woordparen als aansluitingspunt/aansluitpunt en aansluitingsstuk/aansluitstuk komen allemaal voor in woordenboeken en spellinglijsten. Het betekenisverschil is vaak nauwelijks te omschrijven.

Soms ligt de ene vorm wél duidelijk meer voor de hand dan de andere. Zo lijkt verzenddoos beter dan verzendingsdoos, doordat deze samenstelling in betekenis zo duidelijk naar de handeling van het verzenden verwijst (‘een doos om iets in te verzenden’).