Je kunt het bij de keuze tussen zinnen als ‘Hen die binnenkort afstuderen nodig ik ook uit’ en ‘Zij die binnenkort afstuderen nodig ik ook uit’ eigenlijk niet goed doen. De zin met ‘Hen die …’ is grammaticaal goed te verklaren, maar klinkt raar. De zin met ‘Zij die …’ klinkt beter, maar de grammaticale verklaring is voor sommigen niet overtuigend. Je kunt dus in beide gevallen kritiek krijgen. Als je dat wilt voorkomen, herschrijf de zin dan. Bijvoorbeeld: ‘Degenen die binnenkort afstuderen, nodig ik ook uit.’

Hen die …: lijdend voorwerp

Bij het werkwoord uitnodigen hoort een lijdend voorwerp. Dat is hen in ‘Ik nodig hen uit’ en ‘Hen nodig ik uit.’ In de zin ‘Hen die binnenkort afstuderen, nodig ik ook uit’ verandert hier niets aan: ook hier is hen het lijdend voorwerp bij uitnodigen. Na hen staat hier een bijzin: die binnenkort afstuderen. Daarin verwijst die naar hen. Hen is een meervoudsvorm, en daarom is ook het meervoud afstuderen goed. Grammaticaal kun je ‘Hen die binnenkort afstuderen, nodig ik uit’ dus goed verklaren. Toch klinkt deze zin onnatuurlijk.

Zij die …: onderwerp

‘Zij die binnenkort afstuderen, nodig ik uit’ klinkt natuurlijker. Nu begint de zin met het onderwerp (zij), dat past bij de persoonsvorm (afstuderen). Zij die binnenkort afstuderen fungeert nu als een soort introductie. Met deze introductie zeg je: over deze mensen gaat de zin. Daarna komt wat er met deze mensen gebeurt: de ‘ik’ nodigt diegenen uit. Je leest de zin dan als: ‘Zij die binnenkort afstuderen [over deze mensen ga ik het hebben], [diegenen] nodig ik ook uit.’ Deze verklaring is niet voor alle taalgebruikers overtuigend. Voor veel mensen is zij die ... alleen goed in zinnen als ‘Zij die binnenkort afstuderen, kunnen zich hier melden.’ Nu is zij ook het onderwerp bij kunnen.

Andere voorbeelden

Hieronder staan nog een paar vergelijkbare zinnen.

  • Hen die hier moeite mee hebben, helpen we graag.
  • Zij die hier moeite mee hebben, helpen we graag.
  • Vooral hen die hard willen trainen, moedig ik aan zich in te schrijven.
  • Vooral zij die hard willen trainen, moedig ik aan zich in te schrijven.

Voor/aan hen/zij die ...

Je komt ook weleens vergelijkbare zinnen tegen waarin er een voorzetsel voor hen of zij staat. Bijvoorbeeld:

  • Voor hen die meewerken, is er een bonus beschikbaar.
  • Voor zij die meewerken, is er een bonus beschikbaar.
  • Het kunstwerk geeft een stem aan hen die in stilte vechten.
  • Het kunstwerk geeft een stem aan zij die in stilte vechten.

Na een voorzetsel komt in principe altijd hen. Daarom zijn de zinnen met voor hen die en aan hen die grammaticaal het best te verdedigen. Maar vooral in België komen ook de zinnen met voor zij die en aan zij die geregeld voor.

Alternatief: degenen/diegenen die

Als je twijfelt over een zin die lijkt op de zinnen hierboven, en het lukt je niet de knoop door te hakken, herschrijf je zin dan. Dat kan vaak gemakkelijk met degene(n), diegene(n) of iedereen, maar je kunt natuurlijk ook de mensen noemen om wie het gaat (collega’s, bezoekers, leden van een sportschool, enz.). Bijvoorbeeld:

  • Degenen die binnenkort afstuderen, nodig ik ook uit.
  • Collega’s die hier moeite mee hebben, helpen we graag.
  • Vooral leden die hard willen trainen, moedig ik aan zich in te schrijven.
  • Voor degenen die meewerken, is er een bonus beschikbaar.
  • Het kunstwerk geeft een stem aan iedereen die in stilte vecht.

Blij met deze uitleg?

Met een donatie van € 5 steun je Onze Taal. Bedankt!

Toch nog een vraag?

Onze taaladviseurs staan elke werkdag voor je klaar.

Stel hier je vraag