Het voorzetsel van komt voor in zinnen als:

  • We komen net thuis van kantoor. (van kantoor vandaan)
  • Ik pakte het boek van de plank. (verwijderde het boek van de plank)
  • Dat bureau is van mij. (bezit)
  • De bus van zeven uur. (van geeft alleen een relatie aan)

Hieronder staat meer informatie over de belangrijkste gebruiksmogelijkheden van van.

Waarvandaan: oorsprong

Van geeft vaak aan waar iets vandaan komt. Dit kan letterlijk zijn, maar ook betrekking hebben op afstamming of een oorsprong, een begin(punt), een onderdeel of portie van iets, een maker, een materiaal, of een reden of oorzaak.

  • Wij komen van het eiland Texel.
  • Ik ben er eentje van de familie Jansen.
  • Die blauwe ogen heeft mijn dochter van haar oma.
  • Ik ben teruggekomen van mijn standpunt.
  • Ik werk van maandag tot en met donderdag.
  • Mag ik een glaasje van die wijn?
  • Dat schilderij is van Vermeer.
  • Jouw hart is van goud.
  • Ze danste van blijdschap toen ze geslaagd was.
  • Ik schrok erg van het onweer.

Waarvandaan: vanaf dit punt

Je kunt ‘waar iets vandaan komt’ ook anders opvatten. Je kunt van namelijk ook gebruiken om aan te geven dat je vanaf een bepaald punt vertrekt, of dat je iets verwijdert van een bepaalde plaats.

  • Ik ben op tijd van huis gegaan.
  • We vertrokken om tien uur van de kade in Enkhuizen.
  • Ze aten van porseleinen borden.
  • Minoes sprong soepel van de vensterbank.
  • Neem nu de pan van het vuur en laat hem afkoelen.
  • Ik tilde de zware koffer van het bed.

Relaties: bezit of eigendom

Een andere functie van van is heel algemeen: duidelijk maken dat er een relatie tussen twee woorden bestaat. Een veelvoorkomende relatie is bezit of eigendom:

  • Die fiets is van mij.
  • Dat schilderij is van een privéverzamelaar. 

Maar van kan ook een verduidelijking of aanvulling inleiden.

  • Dit is de route van de Batavia.
  • Dit is een beroemd schilderij van een stier.
  • Er is een scala van mogelijkheden.
  • Laten we de trein van vier uur nemen.
  • Heb jij een biljet van tien euro?

Van kan ook een grammaticale relatie aangeven:

  • Het ruisen van de bomen is rustgevend. (van drukt uit dat de bomen ruisen)
  • Het koken van een zesgangenmaaltijd is niet gemakkelijk. (van drukt uit dat de zesgangenmaaltijd gekookt wordt)

Klik op het tabblad ‘Voorbeelden’ om meer gebruiksmogelijkheden te zien van het voorzetsel van.

Toch nog een vraag?

Onze taaladviseurs staan elke werkdag voor je klaar.

Stel hier je vraag

Voorbeelden met het voorzetsel van

  • de aankomst van Sinterklaas
  • zich iets/niets/veel/weinig/... aantrekken van
  • dat is heel aardig van je
  • abstraheren van
  • van achter/achteren
  • van adel zijn
  • een advies van een collega / je oom / je vrienden /...
  • iemand afbrengen van
  • afhangen van
  • afhankelijk zijn van
  • afhelpen van
  • iemand afhouden van
  • een afkeer hebben van
  • zich afkeren van
  • afkerig zijn van
  • afstand doen/nemen van
  • afstappen van
  • afwijken van
  • afzien van
  • van allerlei
  • van alles
  • balen van
  • bang zijn van (ook: bang zijn voor)
  • een bankbiljet van 100 euro
  • zich bedienen van
  • de bedoeling van iets
  • een beest van een vent/kerel/vrouw/...
  • iemand behoeden van
  • het beleg van Haarlem/Leiden/...
  • agent/leerkracht/loodgieter/… van beroep zijn
  • iemand beroven van
  • beschuldigen van
  • ergens het beste van hopen
  • het beste van het beste
  • betichten van
  • niet van beton zijn
  • bevallen van een dochter
  • iemand bevrijden van
  • je bewust zijn van
  • in het bezit zijn van
  • bezwijken van vermoeidheid
  • blij van geest
  • blijk geven van
  • een boom van een kerel/vent/vrouw/meid/knul ...
  • van een bord eten
  • van de brug af gezien het derde huis
  • iets van buiten kennen
  • van buiten komen
  • bulken van het geld
  • de burgemeester van Amsterdam / Antwerpen
  • de bus van acht uur
  • daar niet van (Ik ben heus wel blij met het cadeau, daar niet van)
  • de dag van gisteren / vandaag
  • van dag tot dag
  • heb je nog van dat roomijs / van die nootjes / …
  • de dieren van het veld
  • zich distantiëren van
  • een doek van Rembrandt
  • iemand doordringen van
  • van dorp tot dorp
  • van een dorp komen
  • drinken van de wijn
  • dromen van
  • een positief/negatief effect van …
  • het effect van de bal / kalm blijven / geduld hebben / boos worden
  • van het ene einde van de stad af tot aan het andere
  • familie zijn van
  • het gaat van rikketikketik / het liedje gaat van tralala
  • gebruikmaken van
  • niet gediend zijn van
  • geen geheim maken van
  •  dat is van de gekke
  • van dat geld kon hij een auto kopen
  • van geluk mogen spreken
  • van generatie op generatie
  • (iemand) genezen van
  • genieten van
  • genoeg hebben van
  • getuigen van
  • in geval van nood
  • gewagen van
  • het gewicht van hun bagage
  • een gewoonte maken van
  • de gewoonten van toen
  • iemand alleen van gezicht kennen
  • gieten van de regen
  • hij is niet van gisteren
  • het goedkoopste van het goedkoopste
  • van goud zijn
  • groot van stuk
  • gruwen van
  • een handje van die noten
  • ergens een handje van hebben
  • een bloedneus/pannenkoek/vakantiehuis/…  van heb ik jou daar
  • je hebt het niet van mij
  • een heer van stand
  • herinneringen van toen de kinderen klein waren
  • van hetzelfde
  • geen hoge pet ophebben van
  • het hoofd van de school
  • van hoog tot laag
  • op de hoogte zijn van
  • horen van
  • houden van
  • de vloer / dat beeld / ...  is van hout
  • van het houtje zijn
  • een huis van twee verdiepingen
  • een/geen/enig idee hebben van
  • onder de indruk zijn van
  • de installatie van
  • de inwoners van Breda / Brussel / …
  • van jaar tot jaar, van 2010 tot 2020
  • jong van jaren
  • de jongste van zijn kinderen
  • die kippen / kinderen /fatbikes / … van jullie
  • het kaf van het koren scheiden
  • kennisnemen van
  • te kijken staan van
  • klein van postuur/stuk
  • van goede/hoge/lage/... komaf zijn
  • de komst van zijn kleinzoon/dochter/...
  • de kop van het peloton
  • iets kopen van je spaargeld
  • een kopie van je paspoort / het formulier / ...
  • kort van duur
  • krioelen van de mensen
  • iets krijgen van iemand, ik kríjg iets van je
  • de kunst van het improviseren
  • van kwaad tot erger
  • zich kwijten van
  • lachen van plezier
  • last hebben van
  • een liedje van verlangen
  • leven van
  • te lijden hebben van
  • in de loop van de tijd
  • los zijn van
  • lucht krijgen van
  • van maand tot maand
  • de maand van mei
  • een man van eer / fatsoen / weinig woorden / van zijn woord / ...
  • meester zijn van
  • melding maken van
  • een mens van weinig woorden
  • misbruik maken van
  • moe van het vele werk
  • van moeder op dochter/zoon/kind
  • van nabij
  • van nature
  • het neusje van de zalm
  • niet een van de jongsten/snelsten/slimsten/snuggersten/...
  • ergens niet van terug hebben
  • ik ben niet zo van de feestjes / de ingewikkelde koffie / de carnaval / …
  • nota nemen van
  • de schrijvers/taal/gewoonten/... van nu
  • van het ogenblik dat
  • de omstreken van Den Haag / Gent / …
  • onderscheiden van
  • het onderwerp van gesprek
  • onkundig van
  • ontbloot zijn van
  • zich ontdoen van
  • ontheffen van
  • zich onthouden van
  • ontslaan van
  • ontvangen van
  • opgeven van
  • opkijken van
  • overschakelen van ... naar ...
  • overstappen van verzekering
  • overtuigen van
  • overwegingen van praktische aard
  • de Pacificatie van Gent
  • partij trekken van
  • het peil van beschaving
  • plezier van iets hebben
  • profijt trekken van
  • profiteren van
  • de rang van kolonel/generaal/...
  • (geen) recht van klagen/spreken hebben
  • redden van
  • iets reinigen van
  • (zich) rekenschap geven van
  • schande spreken van
  • een schat van een vrouw / man / kind
  • een schat van wijsheid
  • scheiden van
  • schrikken van
  • sidderen van angst
  • dat is slim van je
  • een som van honderd euro
  • spreken van
  • het sprookje van Hans en Grietje / Assepoester / ...
  • een stad van driehonderdduizend inwoners
  • van steen zijn
  • de steun van je man/vrouw/familie/vriendenkring/...
  • van tafel opstaan
  • een teken van kracht/moed/...
  • niet terughebben van
  • terughouden van
  • terugkomen van
  • van tevoren
  • van tijd tot tijd
  • de trein van acht uur
  • uitgaan van
  • de Unie van Utrecht
  • de universiteit van Groningen / Leuven …
  • van vader op zoon
  • ver van de stad / de bewoonde wereld / alles en iedereen / …
  • veranderen van werkgever/kapsel/...
  • verdenken van
  • zich vergewissen van
  • vergezeld van
  • het verhaal van een taal / een reus / een huwelijk / Vlaanderen  / Nederland / Lampje /...
  • verlaten van
  • verlossen van
  • verschillen van
  • verstand hebben van
  • verstoken zijn/blijven van
  • verschoond blijven van
  • verslag doen van
  • verstand hebben van
  • versteld staan van
  • verstoken zijn van
  • vertellen van
  • vervreemd zijn van
  • iemand vervreemden van
  • vervuld zijn van
  • verwijderd zijn van
  • verwittigen van
  • (zich) verzekeren van
  • (niet) vies zijn van een biertje / een goede roddel / …
  • je kunt er van de vloer eten
  • vlug van begrip/geest
  • de vogels van het woud
  • vol van
  • voorzien zijn van
  • van voren
  • vrij zijn van
  • vrijspreken van
  • -voudige: het tweevoudige/tienvoudige/… van dat bedrag
  • de vrienden van mijn dochter/zoon/zus/man/vrouw/...
  • vrij van, vrij zijn van
  • van de vroege morgen tot de late avond
  • een vrouw van fatsoen / studie / stavast / weinig woorden  …
  • walgen van
  • wars zijn van
  • van de week
  • van week tot week
  • weerhouden van
  • van de weg af kun je alles goed zien
  • (veel) weg hebben van
  • weg zijn van
  • wemelen van de fouten / de vissen / …
  • de wereld van toen
  • weren van
  • veel werk maken van
  • iets weten van iemand anders
  • de winter van 1963/’97/....
  • van de winter
  • wisselen van baan/studie/...
  • zeker zijn van
  • iemand van een zekere leeftijd
  • van zichzelf
  • van de zomer
  • zuiveren van
  • zwanger zijn van een tweeling/dochter/...
  • zwart zien van de mensen
  • zwart zijn van het roet
  • een zweem van