Als je me toevoegt in een zin als ‘Ik besef dat het moeilijk wordt’, maak je volgens veel mensen zelfs een storende fout. In lijstjes met taalergernissen staat ik besef me dat ... vaak bovenaan. Toch komen ik besef me, hij besefte zich, wij beseften ons enz. vaak voor. Dat gebeurt zó vaak dat de Dikke Van Dale zich beseffen inmiddels vermeldt, maar wel met de waarschuwing “minder juist”. Van Dale noemt zich realiseren als een synoniem dat voor iedereen aanvaardbaar is.

Beseffen: niet wederkerend

Het bezwaar tegen ik besef me dat ... is dat beseffen geen wederkerend werkwoord is. De regel is daarom dat je het zonder wederkerend voornaamwoord gebruikt. Dat betekent dat deze zinnen goed zijn:

  • Je beseft toch wel dat jullie dan moeten verhuizen? (en niet: je beseft je toch wel ...)
  • De auteur besefte nauwelijks dat ze de literatuurprijs gewonnen had. (en niet: de auteur besefte zich nauwelijks ...)
  • Ze hebben nooit beseft hoeveel ze aan hun oma te danken hebben. (en niet: ze hebben zich nooit beseft ...)

Zich realiseren: wel wederkerend

Zich realiseren betekent hetzelfde als beseffen, maar is wél een wederkerend werkwoord. In de volgende zinnen moet daarom een wederkerend voornaamwoord staan:

  • Ik realiseer me dat het moeilijk wordt. (me is het wederkerend voornaamwoord dat bij ik hoort)
  • Jullie realiseren je toch wel dat jullie dan moeten verhuizen? (je is het wederkerend voornaamwoord dat bij jullie hoort)
  • Zij hebben zich nooit gerealiseerd hoeveel ze aan hun oma te danken hebben. (zich is het wederkerend voornaamwoord dat bij zij hoort)

Je hoor ook weleens zinnen als ‘Ik realiseer dat het moeilijk wordt’, dus zonder het wederkerend voornaamwoord me. Ook dit is voor veel mensen een storende fout.

Bekijk het tabblad ‘Achtergrond’ voor meer informatie over de ontwikkeling van wederkerende werkwoorden.

Blij met deze uitleg?

Met een donatie van € 5 steun je Onze Taal. Bedankt!

Waarom komt ‘Ik besef me dat ...’ zo vaak voor?

Waarom hebben veel taalgebruikers de neiging om beseffen wederkerend te maken? Volgens Peter-Arno Coppen, een bekende emeritus grammaticaprofessor, lijkt het erop dat we werkwoorden die een ‘mentale handeling’ beschrijven, graag wederkerend gebruiken. Als je iets beseft, heb je ergens een inzicht over - er gebeurt dus iets in je hoofd. Dat is ook het geval in deze zinnen, waarin bedenken, indenken en voornemen zo’n mentale handeling weergeven:

  • Ik bedenk me dat ik nog boodschappen moet doen.
  • Je kunt je wel indenken dat ik schrok!
  • Ik nam me voor geen suiker meer te eten.

Taalkundige Jan Stroop legt in een artikel op Neerlandistiek.nl uit hoe wederkerende werkwoorden ontstaan en weer verdwijnen.