Wanneer schrijf je zolang en wanneer zo lang?

Het woord zolang is één woord als het een voegwoord is, dat 'gedurende de tijd dat' betekent:

  • Zolang het regent, ga ik niet naar huis.
  • Ik hou van je zolang ik leef.

Zolang kan ook een bijwoord zijn, met de betekenis 'even, voorlopig, voor die tijd':

  • Ga jij zolang maar in de hoek staan.
  • Ik ga een week op reis; mag mijn auto zolang in jouw garage staan?

Als zo lang de meer letterlijke betekenis 'van die lengte of tijdsduur' heeft, wordt het los geschreven, evenals in de constructie zo lang mogelijk:

  • Moest je nou echt zo lang bellen?
  • Het blaadje is twee keer zo lang als het breed is.
  • Ik wil hier zo lang mogelijk blijven wonen.

In plaats van het voegwoord zolang is het ook mogelijk om zo lang als te gebruiken. Omdat in deze woordgroep zo lang geen voegwoord is, is het los (het woord als is hier wel een voegwoord). Deze constructie is te vergelijken met zo goed als ik kan en zo gauw als het lukt.

  • Ik hou van je zo lang als ik leef.
  • Je kunt hier blijven zitten zo lang als je wilt.

De vaste combinatie net zo lang tot kan ook geschreven worden als net zolang tot: 'Ik probeer het net zolang / net zo lang tot het lukt.'