Wat is juist: superleuk of super leuk?

Superleuk is juist.

Super is van oorsprong een Latijns voorzetsel, dat 'over, boven, zeer' betekent. In het Nederlands komt het hoofdzakelijk voor als deel van een samenstellingsupergoed, superveel, supermacht, etc. 

Combinaties met super worden aaneengeschreven, maar voor de duidelijkheid mag altijd een streepje worden ingevoegd. Soms is een streepje verplicht, bijvoorbeeld voor een hoofdletter (super-Europa) of voor een afkorting (super-pg). 
Super heeft in samenstellingen vooral een versterkende betekenis; het geeft aan dat een eigenschap in grote mate aanwezig is, of dat het om een zeer grote soort of een zeer groot exemplaar van iets gaat. Vaak ook is super- een positieve kwalificatie, zoals in een superatleet.

Zelfstandige naamwoorden met super- (een streepje invoegen voor de duidelijkheid mag altijd):

  • superaanbieding
  • superaanbod
  • superatleet
  • superbenzine
  • superchip
  • superervaring
  • superfavoriet
  • superfruit
  • supergevoel
  • supergroente
  • supergroothoek
  • supergrootmeester
  • superheld
  • superidee
  • superjumbo
  • superkanon
  • superliga
  • supermacht
  • supermarkt
  • supermens
  • supermoeder
  • supernieuws
  • superoplossing
  • superoverwinning
  • superprestatie
  • superresultaat
  • supersnelrecht
  • superster
  • supertalent
  • supertanker
  • supertegenslag
  • supertip
  • superuitdaging
  • superuitvinding
  • supervader
  • supervakantie
  • superwinst
  • superzwaargewicht

Bijvoeglijke naamwoorden met super- (een streepje invoegen voor de duidelijkheid mag altijd):

  • superaardig
  • superabsorberend
  • superactief
  • superarrogant
  • superbedankt
  • superbelangrijk
  • superbeleefd
  • superbenieuwd
  • superbruin
  • superchagrijnig
  • superchill
  • supercomfortabel
  • supercompact
  • supercomplex
  • superconfronterend
  • supercool
  • superdemocratisch
  • superdik
  • superdom
  • superduidelijk
  • superdun
  • superduur
  • superfavoriet
  • superfijn
  • superfit
  • superflauw
  • superfout
  • superfrustrerend
  • supergaaf
  • supergeil
  • supergeconcentreerd
  • supergemakkelijk
  • supergemeen
  • supergeleidend
  • supergemotiveerd
  • supergetalenteerd
  • supergezellig
  • supergezond
  • supergoed, supergoed gelukt
  • supergoedkoop
  • supergrappig
  • supergroot
  • superhandig
  • superhappy
  • superheet
  • superhinderlijk
  • superhip
  • superhoog
  • superhygiënisch
  • superinteressant
  • superirritant
  • superjong
  • superklantonvriendelijk
  • superklantvriendelijk
  • superklein
  • superknap
  • superkort
  • superkoud
  • superkrachtig
  • superkut
  • superlaag
  • superlaat
  • superlaf
  • superlang
  • superlastig
  • superlekker
  • superlelijk
  • superleuk
  • superlicht
  • superlief
  • superlomp
  • superlullig
  • supermakkelijk
  • supermodieus
  • supermoeilijk
  • supermooi
  • supermotiverend
  • supermysterieus
  • supernatuurlijk
  • supernegatief
  • supernetjes
  • supernieuwsgierig
  • superonbelangrijk
  • superonbeleefd
  • superondemocratisch
  • superondeugend
  • superonduidelijk
  • superonhygiënisch
  • superonrustig
  • superonterecht
  • superontspannen
  • superontspannend
  • superonveilig
  • superopgewonden
  • superorigineel
  • superoud
  • superpopulair
  • superpositief
  • superraar
  • superrelaxed
  • superrepresentatief
  • superromantisch
  • superrustig
  • supersexy
  • supersimpel
  • superslank
  • superslecht
  • superslim
  • supersnel
  • superspannend
  • supersterk
  • superstoer
  • superstorend
  • superstrak
  • superterecht
  • supertof
  • supertraag
  • supertrendy
  • supertrots
  • superveilig
  • supervaag
  • supervet
  • supervies
  • supervochtinbrengend
  • supervreemd
  • supervroeg
  • supervrolijk
  • superzielig

In plaats van superleuksuperfijn, etc. komt ook de verkorting super wel voor: 'Dat feest was echt super!' Daarnaast kan super de verkorting van superbenzine zijn.