Mag je het voegwoord om gebruiken als je het ook weg kunt laten?
 

 

Ja, dat mag.

In de constructie 'om ... te [+ het hele werkwoord]' kan het voegwoord om vaak worden weggelaten. De Algemene Nederlandse Spraakkunst (1997) noemt onder meer de volgende voorbeelden:

  • Het valt niet mee (om) zo hard te moeten lopen.
  • Hij heeft nog geprobeerd (om) de deur open te krijgen.
  • Ik verlangde ernaar (om) eindelijk eens kennis met haar te maken.
  • Je wordt het zo langzamerhand beu (om) steeds hetzelfde te moeten zeggen.
  • De neiging (om) te veel ineens te willen doen speelde hem voortdurend parten.
  • De mogelijkheid (om) het voegwoord weg te laten is niet altijd aanwezig.
  • Hij is steeds bereid (om) nadere uitleg te geven.

In de spreektaal wordt hier vrijwel altijd om gebruikt. Het weglaten ervan komt nogal stijf en formeel over. Vroeger zouden schoolmeesters in bovenstaande zinnen een rode streep door om hebben gezet, en wel volgens de regel dat om alleen gebruikt mag worden als er een doel, bestemming of strekking mee wordt aangeduid. Met andere woorden: als het vervangen kan worden door het formele woord teneinde. Enkele voorbeelden hiervan zijn:

  • Ik ga naar de bakker om brood te halen.
  • Zij gaan naar het strand om bruin te worden.
  • Ik heb hem geld gegeven om het boek te kopen.

Deze schoolmeesterregel gaat in zoverre op dat om in deze zinnen niet achterwege mag blijven. Maar het is zeker niet zo dat om uitslúítend in zulke zinnen gebruikt mag worden. U kunt om eigenlijk het best beschouwen als hulpmiddel om de structuur van de samengestelde zin doorzichtiger te maken of om de zin soepeler te laten lopen. Het kan weliswaar weggelaten worden – bijvoorbeeld als u juist een formele sfeer wilt scheppen – maar u kunt het ook zonder bezwaar gebruiken.

In geval van twijfel kunt u er het best voor kiezen (om) om niet weg te laten. Hiermee voorkomt u in ieder geval dat u om weglaat op plaatsen waar het eigenlijk wel had moeten staan.