Voegwoorden leggen verband

Met voegwoorden wordt het verband tussen (de inhoud van de) zinnen duidelijk. Er zijn verschillende soorten verbanden mogelijk.

Voegwoorden van tijd geven aan in welke volgorde de zaken zich afspelen: ‘Hij brengt de kinderen weg voordat hij naar zijn werk gaat.’ Voegwoorden van tijd zijn onder meer nadat, voordat, zolang, terwijl en totdat.

Voegwoorden van voorwaarde geven aan dat wat in de ene zin beschreven wordt een voorwaarde is voor de andere zin: ‘Ze geeft een feestje, tenzij ze ziek is’, ‘Hij geeft een feestje, mits hij voldoende geld heeft.’ Voegwoorden van voorwaarde zijn bijvoorbeeld mits, tenzij, wanneer, als en indien.

Voegwoorden van reden, oorzaak en gevolg zijn bijvoorbeeld omdat en doordat, zodat en opdat, en want: ‘Henny werd directeur doordat die zo veel ervaring had’, ‘Joep begon te schreeuwen, omdat hij het zat was’, ‘Ik zeg het je, zodat je er iets aan kunt doen.’

Tegenstellende voegwoorden geven een tegenstelling tussen zinnen aan: ‘Hij wil niet, maar zij wel’, ‘De voorstelling was lang doch interessant.’

Voegwoorden van toegeving zijn bijvoorbeeld hoewel en ofschoon. De informatie in de ene zin nuanceert de informatie in de andere zin: ‘Ik vond het een vervelende man, hoewel hij wel goed kon uitleggen.’

Nevenschikkende en onderschikkende voegwoorden

Voegwoorden kunnen nevenschikkend en onderschikkend zijn. Nevenschikkende voegwoorden leggen een verband tussen twee hoofdzinnen, zinsdelen, woorden of woordgroepen, onderschikkende voegwoorden leggen een verband tussen een hoofdzin en een bijzin.

  • Het is koud en het regent. (en verbindt twee hoofdzinnen)
  • Het is koud want het regent. (want verbindt twee hoofdzinnen)
  • Het is koud omdat het regent. (omdat verbindt een hoofdzin en een bijzin)
  • Terwijl je in de trein zit, kun je mooi je proefwerk leren. (terwijl verbindt een bijzin en een hoofdzin)

Nevenschikkend zijn bijvoorbeeld en, maar, of, dan (wel), dus en want. Onderschikkende voegwoorden zijn bijvoorbeeld: dat, voordat, nadat, tot, terwijl, als, toen, omdat, doordat en zodat.

Toch nog een vraag?

Onze taaladviseurs staan elke werkdag voor je klaar. Neem contact op via

Bel 085 00 28 428 van 9.30 tot 12.00 uur (op donderdag tot 11.00 uur) en van 13.30 tot 16.00 uur Bel 085 00 28 428 van 9.30 tot 12.00 uur (op donderdag tot 11.00 uur) en van 13.30 tot 16.00 uur

(gebruikelijke belkosten, geen extra kosten)

Of stel je vraag via social media of per mail

En, dat, of

Ook en, dat en of zijn voegwoorden: ‘Hij deed de afwas en bracht de auto naar de garage’, ‘Rij jij of rij ik?’, ‘Ze vroeg of het leuk was’, ‘Ik vertelde dat ik ziek was.’ Omdat dat en of van zichzelf weinig betekenis hebben, heten ze ook wel ‘grammatisch verbindende voegwoorden’.