Wat is klinkerbotsing?

Klinkerbotsing betekent dat er twee klinkers naast elkaar staan die als één klank gelezen kunnen worden, terwijl ze bij verschillende lettergrepen horen. Een voorbeeld van een woord met klinkerbotsing is beïnvloeden. Als dit werkwoord zonder trema wordt geschreven (beinvloeden), lijken de e en de i samen één klank te zijn: er lijkt iets als 'BIJN-vloeden' te staan. Met een trema (beïnvloeden) wordt duidelijk dat de letters e en i bij twee verschillende lettergrepen horen.

Klinkerbotsing kan op twee manieren worden verholpen: bij afleidingen en in ongelede woorden gebeurt dat met een trema, bij samenstellingen met een streepje.

Afleidingen en ongelede woorden

Bij afleidingen en in ongelede woorden wordt klinkerbotsing opgelost met een trema. Een afleiding is een woord waarvan ten minste één deel niet als zelfstandig woord kan voorkomen; dat deel is dan een voor- of achtervoegsel, zoals ge- en -ig. Een ongeleed woord is een woord dat niet in betekenisvolle delen kan worden verdeeld.

De tweede klinker van de volgende combinaties krijgt een trema als de klinkers niet bij dezelfde lettergreep horen. (Let op: er gelden soms andere regels als er drie klinkers achter elkaar staan of als het om een leenwoord gaat; zie daarom ook het gedeelte onder deze opsomming.)

  • aa - Kanaän
  • ae - Israël, kafkaësk, yogaën
  • ai - archaïsch, cocaïne
  • au - Emmaüs, Emmaüsgangers
  • ee - geëerd, geëigend
  • ei - beïnvloeden, geïnspireerd, hindoeïsme
  • eu - geüpgraded, geürbaniseerd, Mattheüs, reünie
  • ie - jeremiëren, patiënt, skiën, terriër
  • oe - jojoën, judoën, poëzie
  • oi - egoïsme, heroïek
  • oo - protozoön, zoölogie
  • ou - Alcinoüs
  • ui - jeuïg, intuïtie, linguïst, pinguïn
  • uu - continuüm, vacuüm

Uitzondering 1: woorden met drie of meer klinkers naast elkaar

Een trema wordt bij klinkerbotsing minder vaak gebruikt dan een streepje in samenstellingen.

Als in een afleiding of ongeleed woord drie of meer klinkers naast elkaar staan, geldt het volgende.

  • Alleen op een e of een i kan dan een trema komen: knieën, reëel, toegeëigend, heroïek, smeuïg, weeïg, maar: geuit.
  • Direct na een i komt dan geen trema: aardbeien, dieet, heiig, officieel, ooievaar, waaien.

Ook na een lange ij komt geen trema: zijig, uitdijing.

Uitzondering 2: leenwoorden

Woorden uit andere talen vallen veelal niet onder de hierboven genoemde regels. Het gaat onder meer om:

  • Latijnse leenwoorden die eindigen op -eum, -eus en -ei: museum, petroleum, baccalaureus, extraneus, baccalaurei, extranei (hier is een apart advies over op onze site).
  • Franse leenwoorden die op -ien of -ienne eindigen: opticien, elektricien, lesbienne, comedienne.
  • Engelse leenwoorden zoals client (uitgesproken als 'klai-junt'); zie het advies daarover.

Voor woorden met Latijnse en Griekse voorvoegsels, zoals co- en de-, gelden net iets andere regels. Over dit soort woorden leest u meer in de adviezen over reïntegreren/re-integreren en coëxistentie/co-existentie.